De Amerikanen kunnen dus kiezen tussen een 72-jarige oud-militair met de motoriek van een Playmobil-poppetje, het wereldbeeld van George W. Bush, de weerstand van een herstellend kankerpatiënt en een running mate die denkt dat het klimaatprobleem een verzinsel is, of een 47-jarige kosmopoliet van Harvard met het charisma van John F. Kennedy, het idealisme van John Lennon, het hart van Moeder Theresa en de speechschrijver van Martin Luther King. En nu komt het:
’t Spant er om.
Als de Amerikaanse verkiezingen een film waren geweest, zouden ze zonder twijfel de Oscar voor ongeloofwaardigste script en angstaanjagenste apotheose in de wacht hebben gesleept. Uit een wereldwijde peiling is gebleken dat Barack Obama in alle landen op deze aardbol met een gemiddelde van 83,7 procent van de stemmen zou winnen van John McCain, behalve in Algerije, Congo en – God sta ons bij – de Verenigde Staten. Het is alsof je met 5,7 miljard mensen naar een Idols-finale tussen Terror Jaap en Nelson Mandela zit te kijken, terwijl niemand genoeg beltegoed heeft om te sms’en. En het enige land dat wel kan stemmen is een swing state.



