Archief van berichten op 10 november 2008

Het programma Kassa sla ik nooit over. Ik ben dol op mensen die zich hebben laten tillen en vervolgens hun beklag doen bij een televisieheiland van wie ze verwachten dat hij ze uit de hel van list en bedrog zal verlossen.

De grote verlosser van Kassa heet Felix Meurders. Veelbelovend aan zijn presentatie vind ik altijd weer de start. De meeste presentatoren van studiorubrieken zitten al klaar voor de camera als het programma nog moet beginnen. Felix niet. Felix komt op: onder applaus van het publiek daalt hij voor elke voorstelling een trap af. Het is meer een keukenkrukje dan het soort revuetrap waarlangs Josephine Baker ooit naar beneden kwam, en Felix heeft ook geen veren in z’n kont, maar de aard van de opkomst belooft het vermaak waarop ik ook zelden tevergeefs wacht.

lees verder

Ik kan me goed verplaatsen in Barack Obama. We zitten allebei met een imagoprobleem, en dat imagoprobleem wordt veroorzaakt door huisdieren.

Obama kondigde vorige week aan dat hij een puppy zal kopen voor zijn dochters als ze in het Witte Huis gaan wonen. Schattig, vond iedereen, maar ik denk dat bewoners van het Witte Huis wettelijk verplicht zijn om een hond te hebben. Dat straalt nationale veiligheid uit. Ik vermoed zelfs dat er een geheime lijst is met olijke, maar neutrale namen waaruit je dient te kiezen (a. Socks, b. Spot, c. Checkers).

lees verder

De komst van Obama is slecht nieuws in China. Zoals wel meer dictaturen is ook de Volksrepubliek gebaat bij het rechtvaardigheidsgevoel van Republikeinen. Democraten neigen naar redelijkheid en draven gemakkelijker door over heikele onderwerpen als mensenrechten en het milieu. In de ogen van de Chinese partijtop was de generatie Bush tenminste duidelijk. Was Clinton nog onvoorspelbaar en dus onbetrouwbaar, met Bush was China een goede vriend rijker. Zijn strijd tegen de terreur kwam voor China als een zegen. Het bleek een uitgelezen kans om paal en perk te stellen aan de subversieve krachten in eigen land – dit keer met instemming van de Verenigde Staten.

Sindsdien is er ook weinig meer vernomen van het opstandige Xinjiang of Tibet – op die ene stuiptrekking in het voorjaar na. Zelfs de Spelen konden toen niet verhinderen dat China, bedreven als het daarin is, de roep om recht en rede hardhandig de kop in wist te drukken. De wereld liet het maar gebeuren want China genoot onveranderd steun van de Verenigde Staten – partner in De Strijd.

Hoeveel kwaad dat omstreden partnerschap uiteindelijk heeft gedaan, bewijst de ideologische capitulatie van de Dalai Lama, afgelopen week. In de steek gelaten door de internationale gemeenschap en moegestreden na decennia van ongelijke strijd, verklaarde hij zijn vreedzame streven naar autonomie tot mislukt. Alle eredoctoraten, topontmoetingen, zijn Nobelprijs, en ander gewetenszuiverend eerbetoon ten spijt, gehandeld werd er nooit.

Na jaren van opgedrongen economische ontwikkeling en eenzijdig politiek bestuur, is Tibet verworden tot een openluchtmuseum van nationale onderdrukking. Tibet bestaat niet langer – de culturele eigenheid van de regio tot op het bot gestript.

Zo is in dit deel van de wereld een einde gekomen aan een tijdperk, terwijl elders, in de Verenigde Staten, een nieuwe periode begint. Maar Tibet zal het niet meer helpen. In de acht jaar dat de machtigste natie ter wereld heeft weggekeken en China’s economische bloei de gemoederen heeft getemperd, zijn de kansen voor Tibet definitief gekeerd.

Floris-Jan van Luyn