Archief van berichten op 17 november 2008

‘De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)’, las ik in augustus van dit jaar, ‘wil een Nederland waar mensen de ruimte krijgen. De ruimte om iets buitengewoons te maken van hun leven. Om het leven niet zomaar voorbij te laten gaan, maar het juist met verve te leven’.

Toen hij die eerste zinnen van de nieuwe liberale beginselverklaring had opgeschreven, moet Mark Rutte de pen een ogenblik tevreden hebben neergelegd. ‘De paden op, de lanen in’, zong het in z’n binnenste – ‘vooruit, met flinke pas.’

lees verder

Ineens was ze weg, mijn favoriete minister en de enige persoon die ik goed kan imiteren: Ella Vogelaar. Daar zat ze, bij Nova, om het uit te leggen aan Clairy Polak. Ze had haar rode kabouterlaarsjes aan, haar etnische ketting om, en zo’n trui met allemaal ritsen.

Daar had ik, als vanouds, een beetje om kunnen gniffelen. Maar dat deed ik niet. Er doemden twee woorden in mij op: middelbare school.

Den Haag schijnt een machtscentrum te zijn, een slangenkuil, een bastion van verdorven, sluwe geesten, maar ik zag ineens een doodgewone middelbare school voor me.

lees verder

De Verenigde Naties zijn een afspiegeling van de wereld – inclusief de schrijnende ongelijkheid die daar bestaat. Het is dan ook geen toeval dat VN-vredesmissies grotendeels worden betaald door het welvarende Westen, maar vrijwel exclusief worden uitgevoerd door de derde wereld (zie het stuk uit NRC van zaterdag). De top drie leveranciers aan vredesmissies zijn Pakistan, Bangladesh en India, samen goed voor 26.000 militairen. De Verenigde Staten leveren welgeteld dertien militairen.

De verklaring voor die scheve verhoudingen is niet ingewikkeld, maar verontrustend is die wel. Ook al meldt het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken dat Indiase vredestroepen hun leven wagen voor ‘een ideaal’, de werkelijke reden zijn de inkomsten die het daarmee ontvangt. Immers, ook de VS en de rest van de westerse wereld delen het ideaal, maar als het gaat om het leveren van menselijk kapitaal, dan zijn ze niet vooruit te branden.

Het is bij de praktische oplossing van internationale vraagstukken niet anders dan in de wereld op straat: de welvarende naties beschikken over het financiële vermogen, de rest over mankracht. De één verdeelt en heerst, de ander voert uit – omdat iedere cent nu eenmaal welkom is. Ook binnen de vredesmissies van de Verenigde Naties blijven de Noord-Zuid-verhoudingen pijnlijk zichtbaar.

De vraag die steeds vaker wordt gesteld in de landen die zo royaal troepen leveren aan de VN, is of dat menselijk offer nog wel opweegt tegen het financiële voordeel – hier geen woord over idealen. „India moet zijn levering van troepen aan de VN onmiddellijk stopzetten”, schrijft de Indian Express. „Meer inspraak binnen de VN krijgen we er toch niet mee.”

En zo lopen de vredesmissies van de VN pas echt gevaar. Niet het gebrek aan geld zou haar grootste zorg moeten zijn, maar de groeiende onwil in achtergestelde landen om mensenlevens te wagen voor de vrede van een ander. Die landen laten zich steeds minder makkelijk verleiden tot de bescherming van belangen in een wereld waar zij nog altijd een ondergeschikte rol spelen. En waarom zouden ze ook.