Archief van berichten op 20 november 2008

Het is moeilijk om je staande te houden in het moderne leven. Zo kwam ik gisteren in een amorfe rij terecht.

Stel je een grote supermarkt voor met tien kassa’s. Soms zitten er twee kassa’s achter elkaar. Voor deze twee kassa’s vormt zich echter één rij. Zijn het twee aparte rijtjes, die op een lange rij lijken? Of is het één rij, waarbij de klant die aan de beurt is, naar de kassa gaat die op dat moment vrij is? Dit soort rijen vormen zich vaak, vooral rond zessen, in grootstedelijke supermarkten, en ze vergen veel energie.

lees verder

Enige tijd geleden gesignaleerd bij een horecagelegenheid in Amsterdam. Een papier achter het raam waarop stond: Wij zoeken ‘serveersters’. Het was een doodgewoon café, maar vanwege die aanhalingstekens vraag je je toch af wat die ‘serveersters’ dan moeten doen in die ‘gelegenheid’. En of ze dat eigenlijk wel zo ‘leuk’ vinden, en hoeveel ‘kleding’ ze ‘aan’ mogen houden.

Het gebruik van aanhalingstekens vormt de collectieve obsessie van mensen die werken in winkels en cafés, en die korte, duidelijke mededelingen moeten opschrijven. De droge tekst is blijkbaar niet goed genoeg, dus moet een en ander benadrukt worden met aanhalingstekens. Het probleem is alleen dat de meeste mensen aanhalingstekens niet lezen als nadruk, maar als ironie.

Dan krijg je dus zulk soort teksten (echt gezien!): De koffie is ‘vers’. Aha, denk je, ‘vers’, wij begrijpen elkaar. Hier wordt de oude koffie in een grote emmer verzameld, en dan opgewarmd als er een klant binnenkomt. „Goedemiddag, mag ik een kopje koffie van u, of is ie ‘vers’?”

Naast ironie kunnen aanhalingstekens ook duiden op de introductie van een relatief nieuw begrip. Bijvoorbeeld: „Overal ter wereld beheerst de ‘Obamania’ het nieuws.” Maar ook dat gebruik van aanhalingtekens kan weer vermakelijk zijn, als het begrip helemaal niet zo nieuw is, behalve voor degene die het opschreef. Een lunchroom in een klein dorp waar op de kaart staat: Broodje ‘mozzarella’ (Italiaanse verse kaas). Enige mogelijke reactie: „Ahhh, wat lief!”

De aanhalingstekensgekte is een internationaal fenomeen. Op de website http://quotation-marks.blogspot.com staan talloze voorbeelden uit Amerika. Now serving ‘pizzas’, bijvoorbeeld. Of deze, op een bord voor een kerk: Come in and worship ‘God’ sunday 11 am. Deze website vormt een goed alternatief voor een middag zinloos Googlen.

Er zijn mensen die zich doodergeren aan het verkeerd gebruik van aanhalingstekens. Dat zijn domme mensen. Verkeerde aanhalingtekens vormen namelijk een gratis bron van vermaak, en maken het leven van alledag een stukje ironischer, dus interessanter.

Nog vijf nachtjes slapen en het is zover: dan weten we de uitslag van de bloedstollende race van de Waterschapsverkiezingen. Net als u volg ik de hele dag alle opiniepolls, de dirty campaigning en ’s nachts blijf ik op voor de livedebatten.

Uiteraard spel ik de bergen folders die vrijwilligers van deur tot deur brengen. Nou ja, bergen… Eén krantje bereikte mijn brievenbus. Van de VVD. „Groenrechts is het realistische antwoord op groenlinks. En de waterschapsverkiezingen zijn de eerste kans voor u om te kiezen tussen milieufanatisme of groen realisme.” Was getekend: Mark Rutte.

Groen Rechts, waar ken ik die term van? Volgens sommigen is corpsballenmaatje Jort Kelder de bedenker, maar wie wel eens in België komt weet wel beter.

Groen Rechts is een Vlaamse groepering die als symbool het Keltisch kruis en de Vlaamse leeuw voert. „Omdat wij geloven in het zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren, verzetten wij ons tegen de massale immigratie (…) Als nationalisten/regionalisten zijn wij tegenstanders van het globalisme dat ten koste gaat van de regionale economieën.”

Ai, slecht gekozen van Rutte. Terwijl zijn uitgangspunten me wel sterk lijken. Waarom zouden milieu en liberalisme elkaar uitsluiten? In de toekomst zullen we het juist van slimme bedrijven en technologische innovatie moeten hebben om de voeten droog te houden. Laat die slimmeriken met elkaar concurreren, open fabrieken voor elektrische auto’s, laat milieu big business worden.

Jarenlang is milieu als soft, weeïg en vooral negatief gepromoot. ‘Een beter milieu begint bij jezelf’. In plaats van de burger een schuldgevoel aan te praten (alsof die paar spaarlampen ook maar íets uithaalden), moet je wetenschap en bedrijfsleven stimuleren tot flitsende oplossingen. Een schoon milieu betekent niet dat je iets minder moet doen, maar juist iets anders ontwikkelt.

Het linkse monopolie op het milieu is net zo uit de tijd als het laten kiezen van dijkgraven. Laat de overheid die marginale functionarissen lekker zelf aanstellen. Waarschijnlijk is er maar één club die zulke archaïsche en regionalistische verkiezingen zou toejuichen: het Vlaamse Groen Rechts.

Christiaan Weijts