Archief van berichten op 27 november 2008

Gisteren stond Patrick ‘De Nier’ Lodiers met zijn Emmy op de voorpagina van Het Parool. Fijn natuurlijk, dat de Donorshow een Emmy had gewonnen, maar al die vreugde werd ernstig verstoord door een opvallend detail onderin de foto: de grote, witte, puntige slangenleren laarzen van Patrick.

Wat is het toch met bekende Nederlandse mannen en hun voorliefde voor slangenleren laarzen? Het is een langlopend modeprobleem – niet iets tijdelijks zoals, ik noem maar wat, het mannendecolleté, de mannensjaal met franjes en de mannendiadeem.

lees verder

Iets bestellen in een horecagelegenheid, dat komt vaak neer op psychologische oorlogsvoering. Zowel ober/oberes als klant proberen meteen te laten weten wie hier de baas is. De klant kan bijvoorbeeld heel brutaal zijn en al tijdens het wenken roepen: „Twee koffie, graag,” terwijl de ober misschien nog helemaal niet toe was aan het bestelling opnemen. Het enige antwoord waarmee de ober de klant kan terugpakken, is een glimlachend: „Mijn collega komt zo bij u.”

De ober kan ook zelf de eerste slag toebrengen, door de klant te benaderen met een afwerend: „Wat had u gehad willen hebben?” In gedachten zegt hij erachter aan: „…als ik bereid zou zijn geweest mijn medewerking te verlenen, tenminste.”

Hij kan trouwens veel sturender te werk gaan, door te zeggen: „Wat kan ik voor u inschenken?” of „Alvast iets te drinken doen?” De klant krijgt duidelijk de boodschap dat het niet de bedoeling is om óók al iets te eten te bestellen. Beter eerst dat drankje, en dan pas later iets te eten met (tsj-tsjing, kassa!) nog iets te drinken erbij.

Bij het ‘inschenkcommando’ komt het dus aan op de tegenaanval van de klant. „Een cola en ik weet ook al wat ik wil eten namelijk de kroketten. Op wit brood.” Ober (met ingehouden zucht): „O, dan moet ik even naar een ander schermpje. De kroketten? Op wit of op bruin brood?” Ja, natuurlijk, als mijn inschenkcommando zo overduidelijk genegeerd zou worden, zou ik ook verder niets meer willen onthouden.

De sfeer is nu neergezet, en alleen mensen die totale schijt hebben aan intersociale spanningsvelden, durven nu de waterdiscussie nog aan te gaan: „En een glas water erbij, graag.” „Spa Blauw?” „Mag gewoon kraanwater zijn hoor.” „We hebben alleen Spa Blauw.” „Het zal wel. Doe dan maar Spa Blauw.”

Geen wonder dus dat het tegenwoordig gebruikelijk is dat de ober aan het eind van de bestelling opgelucht uitroept: „Dat was ’m?”

Stel: je geeft een feestje. Je huurt een zaaltje, een cateraar, versiering en een bandje. Dan slaat het noodlot toe: er komt niemand opdagen. Alleen het personeel schuifelt wat van de dansvloer naar het raam, waar het mistroostig doorheen tuurt. „Nou ja, het is ook nog niet helemáál acht uur…”

Dit is ongeveer de situatie rond de inburgeringcursussen. Minister Eberhard van der Laan (PvdA, Integratie) die net Ella Vogelaar, voorzitter van de feestcommissie, afloste, schrok zich een hoedje toen hij de zaal betrad.

Inmiddels is daar een oud-Hollands gezelschapsspel begonnen: zwartepieten. Met de gebruikelijke inzet: wie gaat dit allemaal betalen? „De minister!” roepen de cateraars en bandleden. „Die heeft het feest georganiseerd.”

Maar bij de inburgeringcursussen ligt het zo simpel niet. De gemeentes hadden er toch zélf voor moeten zorgen dat er voldoende allochtonen op cursus kwamen? Laat ze dan ook die vergeefs aangestelde taaldocenten uit eigen zak betalen.

Vogelaar kwam met een compromis: het rijk, de gemeente en de taalinstituten betalen elk een derde. Ook Van der Laan houdt hieraan vast. Bizar genoeg. Dat overheid en gemeenten gefaald hebben in het ronselen van feestgangers is evident, maar waarom zouden de ingehuurde bandleden en cateraars daarvoor moeten boeten? Er schijnen al commerciële taalinstituten failliet te gaan.

Intussen leidt het zwartepieten af van de vraag hoe we de onwillige allochtoon in het taalleslokaal krijgen. Vogelaar heeft gemeenten de mogelijkheid gegeven de cursus verplicht te stellen. Jawel: ze mógen het verplichten. Een mooi oxymoron, maar oxymorons vullen geen zalen. Stel het verplicht, en sanctioneer het dan ook (‘Niet op taalcursus? Prima, dan staat daar uw stoomboot klaar. Enkele reis.’) óf houd het vrijblijvend en accepteer de gevolgen (lege feestzalen, mislukte integratie).

Wil Van der Laan slagen, dan zal hij voor het eerste moeten kiezen, gecombineerd met een campagne die uitlegt dat Nederlands spreken essentieel is om te overleven, en bovenal: enthousiast maakt voor dat feest. En pas cateraars en bandjes inhuren als de inschrijvingen binnen zijn.

Christiaan Weijts