Archief van berichten op 4 december 2008

Rond elven ’s avonds stapten twee vriendinnen de trein in. Ze waren allebei van het type degelijk – rode konen, bruine gympen, rugzak. Er heerste paniek bij de vrouwen, of hilariteit, of hysterie, dat was niet helemaal duidelijk. Maar er was iets.

Toen de trein ging rijden, pakte de ene vrouw haar telefoon en kondigde aan: ‘En nu ga ik hem bellen.’

Daarna zei ze:

‘Ja, jij had me gebeld. Maar hoe kom je aan mijn nummer? Welk feest? Ja, daar was ik. Climax, bedoel je toch?’

Ze sprak Climax uit als Klaaimeks.

lees verder

Oké, over de gedichten. Je hebt nog ongeveer een dag. Sinterklaasfetisjisten hadden ze vorige week al af, maar als je een normaal mens bent, begin je vandaag.

Tijd om even na te denken over wat er je er allemaal mee kunt, met zo’n sintgedicht.

In sommige intellectuele families is het de gewoonte helemaal over de top te gaan met sintgedichten („Doen jullie alleen surprises? Neeeeee, bij óns maakt íédereen voor íédereen een gedicht!”). In zulke families wordt gegruwd over ‘Sint zat te denken’. De vraag is hoe je hiermee om moet gaan. Je kunt meedoen aan de gekte en elk jaar een nieuw episch gedicht in jambische hexameter afscheiden. Je kunt je ook verzetten en juist met iets heel simpels komen (‘Het wordt steeds gekker, hier is een nieuwe wekker.’). Of zoek, heel verfrissend, de middenweg. Ik ken iemand die zich chronisch geïntimideerd voelt door zijn broer, die Neerlandicus is. Dit jaar heeft hij een gedicht bedacht dat zo begint: ‘Oote, oote, oote… nee, dit begin is klote.’

Sinterklaasgedichten zijn trouwens lang niet zo onschuldig als ze lijken. Vaak worden ze gebruikt om allerlei onderhuidse grieven eens lekker te uiten, en wel anoniem. Die bende onderaan de trap, dat dikdoenerige gedrag in restaurants: afserveren in een gedicht!

Een unieke kans, want verder wordt anonimiteit meestal niet zo gewaardeerd, behalve op internetfora waar GeileJantje43 ongebreideld mag schrijven wie hij graag dood wil hebben/plat wil neuken.

Het rare aan het sintgedicht is dat die anonimiteit nooit lang duurt. Degene die het geschreven heeft lacht bescheiden en neemt complimentjes in ontvangst – maar is zogenaamd niet de auteur, dat is Sinterklaas. Het is een gespeelde anonimiteit waar iedereen in mee gaat.

Vanwege dit collectieve toneelstukje geldt helaas de regel dat je niet mag zeuren als je een trap onder de gordel krijgt. Het is dus zaak te blijven glimlachen. En ondertussen alvast na te denken over een revanche, volgend jaar.

Waarom zijn populisten toch zo tuk op politiemannen? De PVV heeft Hero Brinkman. Rita Verdonk lanceerde als nieuwe steunpilaar oud-politieman René Lancee, die jarenlang op Schiermonnikoog optrad, handhaafde en recht door zee was.

En daar houdt de populist van. Van moedige burgerpapa’s die optreden en handhaven. Die rotjochies bij de oren pakken en daarna een bakkie koffie drinken met de hardwerkende gewone man. De politie is je beste vrind.

Over het algemeen haat ik politieagenten. Horkerige snorren zijn het, met onnadenkendheid als noodzakelijke prioriteit in hun functieprofiel. Politieagenten moeten immers blind de wet handhaven en elke oprisping van het eigen morele oordeel strikt achterwege laten. Stel je voor dat een politieman gaat nádenken over de billijkheid van elke nieuwe wet, en die naar eigen goeddunken al dan niet handhaaft. De rechtstaat zou niet meer functioneren.

Dat gendarmes en carabinieri in films steevast de rol van onnozele sukkel hebben, is een realistische en volkomen legitieme afspiegeling van de werkelijkheid. Het laat ook zien dat in Frankrijk en Italië het intellect nog in aanzien staat. Bij ons dreigen de verhoudingen om te draaien: denkers zijn verdacht, onnozelaars bestormen de zetels van de wetgevers.

Het denken van de politieman is nogal grof en rechtlijnig: dáár is de onruststoker, híer zijn mijn handboeien. Dus roept Hero Brinkman op om het leger in te zetten om „onze koopvaardijschepen” tegen piraten te beschermen, straattuig harder te straffen, enzovoorts. Het denken van de politieman is lik-op-stuk, doodsbang van creativiteit, onmachtig tot compromis, afkerig van welsprekendheid. Alle eigenschappen die voor wetgeving en politiek onontbeerlijk zijn, zijn in het brein van de politieagent glansrijk afwezig.

Helaas zijn ze dat ook in de hoofden van de hardwerkende gewone man bij wie oom agent zijn stemmen trekt. Gelukkig maar dat datzelfde rechtlijnige brein maakt dat ze even hard achter een beweging als Rita’s Trots aanhollen als dat ze die en masse weer verlaten.

Welkom dus, René Lancee. Op naar de nul zetels!

Christiaan Weijts