Archief van berichten op 15 december 2008

Hoelang duurde het na Zwarte Donderdag 1929 dat de AEX (of wat je toen had) tot onder de vijftig was gezakt, en de bedelstaf binnen ieders bereik lag?

Dat vragen mensen me soms, want ze denken: die man is oud, en ook die twee overlevenden van de Eerste Wereldoorlog blijken nog altijd goed voor smakelijke anekdotes.

Dus ik vertel dan graag dat de dollar op een gegeven moment zo waardeloos was geworden dat New Yorkse appartementen in de buurt van Central Park ermee werden behangen alsof het onderpapier was om ze toch nog een nuttige functie te gunnen (toen de New Deal een beetje op gang was gekomen is nog wanhopig met een scherp plamuurmes geprobeerd een paar exemplaren er zo onbeschadigd mogelijk weer af te krabben) – en natuurlijk het verhaal dat je in grote Amerikaanse steden maar even onder een wolkenkrabber hoefde te wachten, of je zag van acht-, twaalf- of drieëntwintighoog radeloze, failliet geraakte beleggers uit het raam springen, zoals toeristen vroeger speciaal naar Amsterdam kwamen omdat daar gemiddeld elke dertig seconden een auto de gracht in reed.

lees verder

Er zijn zestig kerstmarkten in Berlijn. Dat hoorde ik zaterdag, toen ik voor een reisje in Berlijn aangekomen was, van een bewoner.

De kerstmarkten zijn afgebakende pleinen of braakliggende terreinen waar allemaal witte tenten op neergezet zijn, die zijn verkleed als peperkoekhuisjes of blokhutjes. Zondag besloot ik er een te bezoeken.

We hadden gehoord dat de beste kerstmarkt van Berlijn op de Gendarmenmarkt was. Dat was het mooiste plein van Berlijn, én je moest voor de markt een euro toegang betalen, waardoor er geen zwervers kwamen die de gezellige sfeer zouden kunnen verpesten.

lees verder

In een tijd waarin zelfs de onschuldigste glimlach kan worden uitgelegd als een ongewenste intimiteit, komt de gedachteloze aanraking gemakkelijk gelijk te staan aan een poging tot aanranding. Ik vroeg een vreemde om hulp en schampte daarbij heel even met één hand haar arm. Haar enige antwoord: „Wilt u alstublieft van me afblijven.”

We schrijven een doordeweekse namiddag in een internetcafé in de hoofdstad van de Verenigde Staten. Buiten regent het al de hele dag, binnen is het onafgebroken Kerstmis.

Een mijl verderop werkt het overgangsteam van de nieuwe president koortsachtig aan de samenstelling van een nieuw kabinet – geen gemakkelijke klus, want het vertrouwen in het functioneren van de politiek is niet groot. Net als elders in de wereld waar Amerika zich met veel bombarie heeft gemanifesteerd, gaat het ook hier om het winnen van de hearts and minds. De Amerikaan moet er weer in gaan geloven.

In het internetcafé onderwijl, werkt iedereen hard aan het oppoetsen van het eigen imago. De jeugdige clientèle, steevast met muziek in de oren spendeert de middag virtueel. Die schemerwereld is een grote toekomst beschoren. De dreigingen daar worden nooit bewaarheid. Vriendschappen zijn er zonder banden. Leeftijd en verantwoordelijkheden bestaan er niet. Een ongevaarlijke wereld dus, en in het internetcafé, waar anders, lusten ze er pap van.

In dat Amerika, vol ongeloof en schone schijn, slaan de meters op tilt wanneer de realiteit onverhoeds binnendringt. Mijn computer liep vast en ik vroeg een vreemde om hulp. Maar echte dingen zijn eng en in de vorm van menselijke emotie zeer waarschijnlijk in staat tot kwaad. De angst is alom en het vertrouwen helemaal zoek. De privésfeer is een plastic wand waar met enig geluk een zoete glimlach en het „heb een fantastische dag!” doorheen klinken.

Dat is nogal eenzaam ja – vandaar de zoektocht naar hearts and minds. Maar veel moet je er niet van verwachten. De toekomst werkt niet mee: die laaft zich in internetcafés aan schemerthee en schijngebak.

Floris-Jan van Luyn