Aaf Brandt Corstius: Een ?Exportschlager?, noemen ze dat met een vies woord
Derrick is dood. Of: Derrick is al een paar dagen dood, maar dat trieste nieuws bereikte mij, vreemd genoeg, pas na mijn lange weekend in Duitsland.
Het was een schok. Weer een jeugdheld heengegaan. Mijn enige Duitse jeugdheld, op Christiane F. na – die ik trouwens wel voor me zie in een aflevering van Derrick. Dat ze met een overdosis heroïne onderaan een marmeren trap ligt. En dat ze dan vermoord blijkt te zijn. Door haar Joegoslavische pooier.
In de nabeschouwingen over Derricks dood merkte een journalist op dat het mysterieus was dat Derrick zo’n wereldwijd succes was geworden – een Exportschlager, noemen ze dat met een vies woord in Duitsland.
Ik vind dat helemaal niet mysterieus. Het personage Derrick had, volgens mij, drie elementen waardoor hij, en de naar hem genoemde tv-serie, wel een Exportschlager móést worden: 1. een rustgevende stem, 2. een hele grote bril, 3. lieve walletjes onder zijn ogen.
Zo’n lelijke, gewone politiecommissaris had ik nog nooit aangetroffen op tv. Dit was in de tijd dat ik ook naar Miami Vice keek, waarin gladde, bruinverbrande politieagenten in pastelkleurige maatpakken constant ‘Freeze!’ aan het roepen waren. Derrick deed aan al dat uiterlijk vertoon niet mee. Hij bezag de plaats delict in zijn onberispelijke regenjas, overlegde daarna kort met Harry – die overlegjes hield hij het liefst, om onduidelijke redenen, in stripbars met blote meiden op de achtergrond – en kwam dan altijd tot de juiste conclusie.
Zo geruststellend.
Voor iemand met weinig tot geen opa’s, zoals ik, was hij de ultieme oude man. Aardig, rustig, keurig gekleed en in staat tot het snel oplossen van moorden.
Ik had trouwens nog twee andere bejaarde idolen die aan de lopende band moordzaken oplosten: Jessica Fletcher van Murder She Wrote en Miss Marple. Van Jessica Fletcher hield ik vanwege haar opgewekte natuur, van Miss Marple juist omdat ze zo’n sluwe oude vos was.
Maar Derrick had iets extra’s: Derrick was Duits. Zijn leven speelde zich niet af in een pittoresk vissersplaatsje, zoals dat van Jessica, of in Britse kastelen, zoals dat van Miss Marple, maar gewoon, tegen het decor van een vaalgroene flat in een Duitse voorstad. Alwaar een slecht gecoupesoleilde, lelijke huisvrouw ergens dood lag te wezen. Onderaan de trap, uiteraard.
En juist die sfeerloze setting maakte Derrick aantrekkelijk. Dit was niet glamoureus. Dit was niet sensationeel. Dit had kraak noch smaak. Dit was felrealistisch. Dit was Duits. En daarom onovertroffen.



