De Chinees-Amerikaanse politicoloog Minxin Pei verwoordt het als volgt: economische groei is geen aanjager voor democratische ontwikkeling. Hij heeft het over dictaturen. In een economisch succesvolle dictatuur is de roep om politieke vrijheid minder luid dan in een dictatuur waar iedereen honger lijdt. Economisch succes geeft autoritaire leiders juist de schijn van legitimiteit. Ze zijn nóg minder bereid om te delen. Het gaat immers goed in het land, dus hun positie – democratisch verkregen of niet – is welverdiend.
Zoals gezegd, Pei heeft het over dictaturen, ver van ons bed, maar hij had het net zo goed over ondernemingen in het Westen kunnen hebben. Bear Stearns, Lehman Brothers, maar ook die in onze eigen slaapkamer, PCM bijvoorbeeld.
Crony capitalism van eigen bodem. Wat is de uitkomst van het onderzoek naar het gekonkel door de top van dat bedrijf toch een teleurstelling. Mensen die zoveel economisch succes voor zichzelf hebben geclaimd dat ze het volstrekt billijk vinden zichzelf daar buitenproportioneel voor te belonen. Geen greintje compassie, geen drup rechtvaardigheid, en vooral geen enkele wens om te delen.
Bij lezing van het rapport zijn het niet zozeer de koele feiten die teleurstellen, het is het ontbreken van enig gevoel. Hoor ook de reacties van de betrokken spelers. Een en al kilheid.
Maar weg van al die media-aandacht, hoe ervaren ze het dan? Zouden al die ‘top’-mannen nou werkelijk in hun vuistje lachen omdat ze zichzelf hebben weten te verrijken aan een bedrijf waar anderen inmiddels hun baan dreigen te verliezen, al dan niet door toedoen van hun wanbeleid? Zouden hun partners, hun kinderen trots op hen zijn? ‘Dat heb je goed gedaan pa, de wereld is nu eenmaal niet eerlijk’ – zoiets?
Ik kan het me niet voorstellen. Daarom heb ik ook niet een miljoen op de bank. Je moet er wel mee kunnen omgaan.
Je kunt eigenlijk alleen maar hopen dat deze mensen af en toe wakker liggen van hun gewetenloze moraal. Ook al verdient iedereen een goede nachtrust.