Aaf Brandt Corstius: Dit deed Woody Allen: hij speelde klarinet
Naar het concert van Woody Allen, in Paradiso in Amsterdam, waren twee soorten mensen gekomen. Er waren mensen die fan waren van Woody Allens films, hem dolgraag in het echt wilden zien, en het prima vonden om daarvoor naar een jazzconcert te gaan waarbij hij op zijn klarinet speelde. En er waren mensen die fan waren van New Orleans-jazz, en die het op de koop toe namen dat een amateurklarinettist als Woody Allen in de band zat.
Van die eerste groep – de Woody Allen-fans – waren er ongeveer vierhonderdachtennegentig, en van de tweede groep, de jazzfans, waren er ongeveer twee. Toevallig zat ik naast de twee jazzfans, een dikke vader en zijn volwassen zoon, die het hele concert hun ogen stijf dicht hielden en geconcentreerd zaten te luisteren naar de jazzklassiekers.
De rest van het publiek was meer aan het kijken dan aan het luisteren, en wel naar Woody Allen. Hier zat toch wel zo ongeveer de beroemdste regisseur van de hele wereld, van al die geweldige films, en ook nog van dat lekker sensationele privéleven. Wat zou hij zeggen? Wat zou hij doen? Zou zijn vrouw annex Koreaanse adoptiedochter in de coulissen staan?
Dit deed Woody Allen: hij speelde klarinet. Dat deed hij met neergeslagen ogen. Hij keek niet naar het publiek, en hij keek niet naar de andere leden van de band. Twee keer maakte hij heel kort contact met de trompettist – hij zei geloof ik ‘één, twee, drie, vier’ tegen hem – en dan fluisterde iedereen in het publiek meteen verwoed tegen elkaar: ‘Kijk, hij zegt iets tegen de trompettist!’
Maar het grootste deel van de tijd deed Woody helemaal niets. Dan had een andere muzikant een lange solo, en dan hield Woody zijn klarinet stevig vast en zat stil op zijn stoel, met gesloten ogen. Een paar keer dacht ik dat hij in slaap was gevallen, maar toen zag ik dat hij met zijn kleine voetje tikte op de maat van de muziek. Hij had hoge, bruine veterlaarsjes aan, een beetje Oliver Twist-achtig, en dunne sokken met groene en bruine strepen. Ook droeg hij een bruine ribfluwelen broek die minstens vijf maten te groot was.
Woody stond twee keer op. De eerste keer zei hij: ‘Wat fijn dat u er bent.’ De tweede keer, aan het eind van het concert, zei hij: ‘Wat fijn dat u er was.’
Dat vond ik zelf ook.



