Archief van berichten op 29 december 2008

Ons eigen staatshoofd hield het simpel. ‘De jongeren van nu zijn de ouderen van straks’, zei ze op Kerstdag. En daar was alles mee gezegd. Of die boodschap nou voor het hele volk bestemd was of vooral voor Máxima en Willem-Alexander die op de loer zouden liggen om hun oude moeder zo snel mogelijk Huis ten Bosch uit te krijgen, deed er niet toe –ze was eenvoudig en eenduidig. Probeer nooit tien thema’s te proppen in één toespraak.

Vergelijk dat ’s met die Ratzinger! Die mocht nu voor de vierde keer, en elk jaar wordt hij hebberiger. Ik kan moeilijk wennen aan die man. Het accent van de vorige liet me koud, want ik ken geen Pools. Maar Italiaans met een Duitse tongval – dat heeft verder heus niks met de Tweede Wereldoorlog te maken, maar het klinkt niet. En iets aan dat schoolmeesterbrilletje uit de jaren vijftig bevalt me evenmin.

lees verder

Kerst stond in het teken van Nesquik (herontdekt), achtgangenmaaltijden, strandwandelingen en ongeveer honderd afleveringen van The Hills.

Dat laatste werd me opgedrongen, want MTV had besloten om op Tweede Kerstdag vierentwintig uur een marathon van The Hills uit te zenden, een televisieprogramma dat ik nog niet gezien had, maar waar ik verhalen over had gehoord van mijn Amerikaanse zus.

En ach, waarom niet een half etmaaltje kijken als het toch op tv is?

The Hills draait om een stel vriendinnen die in Hollywood wonen. Ze hebben allemaal blond geverfd haar, strakke kleding en tanden die zo vaak gebleekt zijn dat ze lichtblauw en een beetje doorschijnend zijn geworden. Ze hebben banen als ‘stagiaire bij Teen Vogue’ en ‘iets doen bij een hippe club’.

lees verder

2008 zou de annalen in gaan als het jaar waarin eenvoud nieuwe glans kreeg. Wat niemand voor mogelijk had gehouden was daadwerkelijk gebeurd. Het ongebreidelde marktkapitalisme had zijn langste tijd gehad. Het streven naar meer was abrupt een halt toe geroepen.

Het ging ook al jaren veel te hard. De wereld was overspannen. En de ongelijkheid die daarmee gepaard ging had zulke vormen aangenomen dat de haat een vaste plek in de samenleving had gekregen.

Wapens werden gehanteerd als visitekaartjes voor simpel ongenoegen. Andermans welvaart was er om op te blazen. De werkelijkheid een te vermijden plek: zo zalvend was internet.

Toch was het niemand opgevallen. Het casino deed nu eenmaal niet aan sluitingstijden. De spelers waren verslaafd. Natuurlijk kenden de uitbaters de zetten. Die rekenden zich rijk. Maar het publiek was er stiekem trots op. Wat de gokbazen konden, konden zij ook. Het hield de vaart er in. Iedereen deed immers mee. En wat niet uitkon, werd bijgedrukt. TomTom en Dow Jones wezen de weg.

Het was geen benijdenswaardig bestaan. Thuis was apegapen. Koken deed Albert, het gesprek Witteman en zorg de opvang. Spiritualiteit werd het verwrongen alternatief. De vrije dag het heilmiddel. Geluk was daar waar het dagelijkse niet was, want waar het dagelijkse was, was geen geluk.

Niet dat iemand eraan wilde, maar achteraf was het een zegen. Een aanslag kon je het niet noemen, maar verontrustend was het wel. Alles ging in vlammen op. De vlucht was niet te stuiten. Speculeren was voor levensmoeien. Alleen de paniek was groter dan de crisis. De moeite voor het niets.

Toen de rook ging liggen, stonden alleen de mensen nog. Ontredderd, maar ongedeerd. Ze hadden lijf en leden, en opeens elkaar.

Was het niet zo geweest dat weinig altijd simpel was? Dat minder lasten minder lastig was? Geen mens die het zich kon heugen, maar onprettig was het niet. Zo kreeg in dat bewuste jaar de eenvoud een nieuwe kans.