Berichten gepost in 30 januari 2009

Jan Blokker:

Nieuws van de Commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Waarom vraagt de Kamercommissie Landbouw in godsnaam prinses Irene om haar licht te laten schijnen over ‘natuur en duurzaamheid’?

Ik wil niet de staatsrechtelijke scherpslijper uithangen, en ik weet dat Ireen geen lid meer is van het Koninklijk Huis, maar met elke vorm van handjeklap tussen politiek en Oranje moet je volgens mij constitutioneel uitkijken. Dat Pieter van Vollenhoven twee ministers ten val kon brengen, vond ik indertijd ook al op de rand van het oirbare. Je kunt zo’n man wel demonstratief professor blijven noemen, maar eerst en vooral is hij natuurlijk de gemaal van prinses Margriet, en die is wél lid van het Koninklijk Huis.

Lees verder

Renske de Greef:

Maar ik had niet gedacht dat het zo chic zou zijn

Omdat het Amsterdam International Fashion Week is besluit ik te gaan kijken bij de show Collectie Arnhem, gemaakt door derdejaars modestudenten van de kunstacademie in Arnhem. Nu weet ik niets van mode. Ik zeg dat niet om koket te doen, als in: ‘Oh ik weet echt niéts van mode’, om vervolgens in een panterjumpsuit op kistjes weg te schrijden (zie je, ik kan dit niet eens geloofwaardig verzinnen). Maar ik koop mijn kleren liefst in een manische bui bij H&M (niet in een klein winkeltje waar zo’n kledingjuffrouw je als een sfinx met haar ogen volgt), en als het gaat om trends: het viel me laatst op dat bij Noorse oorflapmutsen van nu de touwtjes gevlochten zijn, als twee guitige dirndl-vlechten. Ik ben oprecht trots dat ik die trend heb gespot. Ik denk niet dat het in Collectie Arnhem voorbij gaat komen.

Bezweet van het harde fietsen kom ik aan. Ik ben nog nooit bij een show geweest en alles wat ik weet komt van het tv-programma Project Catwalk. Even lijkt dat te kloppen: ik zie Ruud van der Peijl (als hij in beeld komt staat er altijd onder zijn naam ‘King of Style’) en Bastiaan van Schaik (bij hem: ‘überstylist’). Maar ik had niet gedacht dat het zo chic zou zijn. Het publiek ziet er prachtig uit, overal zie ik duur uitziende trenchcoats, hoge hakken en strakke gezichten. Plots voel ik me in mijn verkreukelde trui (het is elf uur ’s ochtends) en bezwete lichaam (ik stapte tien voor elf pas op de fiets) nogal misplaatst. Iedereen hier lijkt totaal gespeend van enige ontsierende menselijkheid. Ik krijg een druipneus.

De kleding bestaat uit veel hoekige vormen, wijde broeken die strak toelopen en snoepkleurtjes. Er komt een meisje voorbij in een wollige zwart-witte catsuit, een soort panda-pakje dat ik meteen wil hebben. Maar ik ben ook behoorlijk gefascineerd door de modellen, die er heel naakt uitzien onder het felle licht: witte huid, schuddende billen, een jongen met een tapijtje aan borsthaar. Ik voel me schuldig dat ik zo op hun lijven aan het letten ben (dat lijkt me precies wat onervaren mensen doen. En viezeriken) maar hoor later dat meer mensen dat opvallend vonden. Een van de ontwerpsters vertelt me: ‘We hebben onder andere okselhaar als inspiratie gebruikt. En oervormen. Zoals een driehoek, die ook aan een vagina doet denken. Seksualiteit is kracht. Onze collectie draait om acceptatie van het lijf, om de krachtige oermens.’ Ik haal luidruchtig mijn neus op: zo zie je maar. Menselijkheid is juist de toekomst.

Renske de Greef

Renske de Greef:

Bloedzuigen, oh bloedzuigen

Toen ik ongeveer tien jaar oud was, las ik dat een vampier alleen je huis in kan komen als je hem zelf een keer hebt binnengelaten. Vanaf dat moment was ik bang om mensen uit te nodigen. Ik vond het net iets voor mij om argeloos de deur te openen voor de buurman en hem daarna ’s avonds terug te vinden op mijn bed, zorgvuldig flossend, omringd door bebloede plukjes vacht die aangaven dat konijntje Knabbel alvast als voorgerecht had gediend.

Nu, veertien jaar later, ban ik alle knoflook uit mijn huis, doe mijn vampiergebitje in, hang knipperende neonborden buiten waarop staat: ‘VAMPIER HIER’ en zit nachtenlang voor open ramen, terwijl ik met een gelakte nagel uitnodigend over mijn ontblote hals strijk, verlangend naar een hissende vampier op mijn vensterbank. Dat komt doordat ik de film Twilight heb gezien.

Ik was laatst aan het zappen en viel in een serie met de zin: ‘Maar betekende het dan niets voor je, dat jij mijn bloed dronk in de woestijn?’ (Dat vond ik een intrigerend begin. Alsof ze bij As The World Turns opeens snikkend uitriepen: ‘Je wás er gewoon niet voor me toen ik die alien baarde!’) Deze serie heette Moonlight en het was een soort CSI met hoektandjes. Ik herinnerde me dat ik ook iets gelezen had over een tienerfilm met vampieren, en dat een vriend van me een nieuwe Amerikaanse serie volgde: True Blood, over de sociale acceptatie van vampieren na de uitvinding van synthetisch bloed. Er was maar één conclusie mogelijk: vampieren zijn weer helemaal de shitbom.

Dus ik ging naar Twilight, die alweer een tijdje draaide. Een film waarin een meisje verliefd wordt op een jongen die vampier blijkt te zijn. Hij houdt van haar, maar verlangt ook naar haar bloed. En zo ontdekte ik dat ik geboren ben in een verkeerd lichaam: ik wil vampier worden. Vampieren zijn séxy. Ik vond Twilight een van de meest erotische films ooit (en dat is enigszins verontrustend, aangezien je als twaalfjarige de film ook mag zien). Alles aan de vampieren was sensueel: hun zwoele blik, hun bewegingen in zinnelijk slowmotion en bloedzuigen, oh bloedzuigen. En het allerbelangrijkste: de praktische gemakken van bovenmenselijke kracht en snelheid (vampier zijn = nooit uitgeput aankomen bovenaan de trap).

Dus ik wacht op de mooie dag dat ik gebeten word. Tot die tijd nodig ik alle buurmannen thuis uit: mijn reputatie mag best op het spel staan als er superkrachten te winnen zijn.

Renske de Greef

Aaf heeft tot 8 februari vakantie. Renske de Greef (24) is columniste en auteur van onder andere ‘Was alles maar konijnen’.

Jan Blokker:

Het mirakel van Maarten van Rossem en de EO

Dat we de laatste weken op zondagavond bij de EO naar Maarten van Rossem hebben kunnen kijken, was wat mij betreft een dubbel, misschien zelfs wel een driedubbel mirakel.

Wie had om te beginnen in de jaren vijftig of zestig de Nederlandse gereformeerdheid überhaupt met kijken durven associëren? Het Woord, ja. Maar het Beeld? Nooit. We weten allemaal wanneer en hoe het fundament van ons volksbestaan is gelegd: in 1566, toen de roomse kerken bestormd, en de heidense beelden vernietigd werden. Er zijn op Tholen, in Spakenburg en op de Veluwe nog steeds principiële calvinisten die liever op een brandstapel zouden sterven dan dat ze een televisie in de huiskamer moesten dulden.

Lees verder

Renske de Greef:

‘Mevrouw’, zei hij. ‘Heeft u ook voetbalplaatjes?’

Terwijl ik jonglerend met boodschappentas, fietssleuteltjes en enorme Peruaanse wollen wanten de supermarkt uitliep, stond er opeens een jongetje buiten de zoevende schuifdeuren te wachten. Hij stond pal naast de straatkrantenverkoper, en ze keken me allebei aan alsof ik hun verlossing ging brengen (daar hield de gelijkenis wel op: de straatkrantenverkoper had een baard waar een stokstaartjesfamilie in zou kunnen wonen). Het jongetje deed een stap naar voren en keek me vanonder zijn blauwe muts haast wanhopig aan. ‘Mevrouw’, zei hij. ‘Heeft u ook voetbalplaatjes?’

Ik had geen voetbalplaatjes. Ik wist zelfs nauwelijks dat er voetbalplaatjes waren, laat staan dat de verzamelkoorts zo hoog was dat er verhitte en verwilderde jongetjes voor supermarkten rondhingen om nietsvermoedende mensen te bespringen. Dit jongetje wenste waarschijnlijk zijn album welterusten voor het slapen gaan, besteedde uren aan het minutieus op volgorde leggen van Het Beste Linkerbeen, nam plaatjes mee in een envelop naar school om daar bikkelhard de beste deals te sluiten („Ik doe Dani Fernández alleen tegen Timmy Simons, een Vitesse-logo én Mark de Man.” „Mij best, ik heb Mark de Man toch lekker driedubbel”), om ze daarna geconcentreerd, met uitgestoken tong, perfect netjes in het album te plakken. Ik verzamelde vroeger Panini-plaatjes van De Kleine Zeemeermin. Het boek kwam nooit vol en ik hield een la vol halve snavels van de zeemeeuw Jutter over. Misschien maar goed ook, want er is vast geen grotere anticlimax dan het voltooien van een verzameling.

Ik beloofde het jongetje dat hij voortaan al mijn voetbalplaatjes mocht hebben, en toen ik de volgende dag mijn fiets voor de supermarkt parkeerde stond hij er weer, rode wangen van de kou. ‘Ik ga ze voor je halen’, riep ik, en ik deed snel mijn boodschappen. Trots met het pakje zwaaiend liep ik naar buiten, om daar abrupt stil te blijven staan. Voor mij stonden twéé jongetjes. Het jongetje met de blauwe muts en een ander jongetje, nog kleiner en met bruin piekhaar, die als een ware Dickens-figuur met nauwelijks verholen honger en verlangen naar het pakje keek. Op dat moment griste de jongen met de blauwe muts het uit mijn hand. ‘Sorry?’ vroeg ik beduusd. ‘Nee, maakt niet uit’, zei hij, en liep weg. Het kleine jongetje keek me met grote ogen aan. Ik zuchtte. En haalde voor 10 euro boodschappen die ik niet nodig had.

Rob Wijnberg:

Informatiesamenleving

Goedemorgen. Dit is het nieuws van dinsdag 27 januari. Oorlogen, overstromingen, doden, gewonden, genociden, gevechten, recessies, depressies, aanslagen, aardbevingen, bommen, bosbranden, ongelukken, orkanen, terroristen, tsunami’s, daklozen, dictators, racisten, fascisten, demonstraties, arrestaties, drugsverslaafden, dieven, radicalen, rebellen, oplichters, ontslagen, kernbommen, krakers, hooligans, haatzaaiers, wachtlijsten, werklozen, beurscrashes en babycrèches.

Fijne dag nog.

En dan nu: reclame. Koop dit, bestel dat, kies bewust, snoep verstandig, eet biologisch, investeer duurzaam, consumeer groen, geef je mening, doe de enquête, sms je favoriet, stem op ons, bel nu, doe mee, blijf kijken, ga naar de site, geef je op, maak kans, blijf aan de lijn, check je mail, surf het web, word lid, neem een abonnement, profiteer nu, betaal later, neem een lening, lease een auto, bel prepaid, verbouw op afbetaling, blijf jezelf, geef om een ander – en kijk voor meer informatie op:

Lees verder

Renske de Greef:

Het is het Jaar van de Os, toch?

Gisteren was het Chinees Nieuwjaar. Nu was dat zaterdag al gevierd, compleet met vuurwerk, soepel dansende draken en tv-commentaar als: ‘Voor ons lijkt het herrie, maar voor de Chinezen heeft het slaan op de pauken echt betekenis.’ Maar, zo dacht ik: misschien is dat wel het commerciële feest, voor de onwetenden, vol lantaarns en draken met lange snorharen zodat mensen aan Chinese restaurants gaan denken. Misschien is het ware feest wél op de juiste datum, met eeuwenoude tradities zoals ‘het Temmen van de Pekingeend’ en stemmig gezang in het Mandarijn, alleen voor ingewijden. Ik ging lunchen bij een Chinees restaurant, in de hoop mee te mogen doen.

Het is stil in het restaurant. Ik ben de enige. Niets wijst op feest. Een licht gerimpelde man met een grote bril komt zwijgend naast mijn tafeltje staan. Zijn gezicht wijst ook niet op feest. ‘Hallo’, zeg ik. Hij knikt. ‘En een gelukkig nieuwjaar’, voeg ik er nadrukkelijk aan toe. Hij knikt weer. ‘Het is het Jaar van de Os, toch?’ hoor ik mezelf vragen (inmiddels lichtelijk wanhopig). ‘Van de koe’, antwoordt de man. ‘Oh. En heeft dat nog een betekenis?’ ‘Dat moet je in het Chinese boek opzoeken’, zegt hij, en vraagt wat ik wil drinken.

Ik bestel thee en bedenk dat ik dan tenminste authentiek Chinees moet eten, om zo toch het Nieuwjaar te vieren. Ik kies het poëtische gerecht Chinese rijstebrij, variant ‘Fishing Boat’. De serveerster die mijn bestelling opneemt vindt echter van niet. ‘Nee’, zegt ze ferm. In gebrekkig Nederlands voegt ze daaraan toe: ‘Dat vind jij niet lekker.’ ‘Maar… vind jij het lekker?’ vraag ik. ‘Ja, ik wel. Jij niet.’ ‘Maar…’, zeg ik. Ze schudt resoluut haar hoofd. Het is even stil. Ik kijk haar verward aan, en klink een beetje schor als ik zeg: ‘Ik wil het toch wel, geloof ik.’ Ze haalt haar schouders op in een ‘wie niet luisteren wil moet maar proeven’-gebaar en loopt weg.

De rijstebrij bestaat uit een soort wit-doorzichtige gelei met stukjes vis erin, en is eigenlijk best lekker als je niet te veel nadenkt over waar het op lijkt. Ik neem steeds dapper een extra grote hap als ik denk dat de serveerster kijkt. Op dat moment komt er een grote groep Chinezen binnen, en meteen is alles anders: de oude man ontpopt zich tot een aimabele oude heer, de serveerster tot een koket giechelend meisje, Mandarijn vliegt over en weer. Ik betaal. Misschien kan ik volgende keer lange snorharen opdoen om erbij te horen.

Jan Blokker:

Wie van de drie?

Wie is het ergst: Benedictus XVI? Sjeik Khalid Yasin? Of de directeur van Youth for Christ?

Benedictus heeft een bisschop terugverwelkomd in de schoot van de moederkerk die in 1988 door zijn voorganger was geëxcommuniceerd. Dat is zijn pontificale recht. Maar waarom moest het een bisschop zijn die volhoudt dat de Duitsers nooit gaskamers hebben gebouwd, laat staan dat ze daar Joden in zouden hebben vermoord? Roomse Auschwitz-Lüge.

Khalid Yasin is een rondreizende radicale moslim die in Nederland zijn opvattingen mag ventileren en die meteen (in nota bene Aboutalebs Rotterdam) zou hebben hebben gezegd dat de maker van Fitna moest worden gegeseld. Volgens zijn organisatie was het een vertaalfout, en had de sjeik gezegd dat Geert Wilders een tik op de wang of de vingers had verdiend. Maar toch een vorm van mohammedaanse handtastelijkheid.

Lees verder

Renske de Greef:

Dit! Is! Levens! Gevaarlijk!

Ik heb vrijdag voor het eerst naar het programma De Nieuwe Uri Geller gekeken. Nu hou ik in principe niet zo van goocheltrucjes. Ik wil dan namelijk weten hoe het werkt en zal uit alle macht proberen de goochelaar te corrumperen met bier, crack en een pak kaarten met blote meisjes erop, en áls ik het dan eindelijk uitgelegd krijg, is het eigenlijk altijd heel saai. Ik kijk ook altijd naar programma’s die trucs van illusionisten verklappen. Terwijl die worden gemaakt door en voor hele zielige mensen die zich altijd buitengesloten voelen.

Uri Geller – van de impotente lepels – zou dan weliswaar paranormaal zijn, maar mensen die trucjes doen en beweren dat ze een gave hebben vind ik eigenlijk ook onuitstaanbaar. Je kúnt er ook niet zoveel mee: ‘Ah Uri, je hebt een lepel gebogen.’ ‘Yep, met de powers of my mind.’ ‘Jeetje. Wat knap. Nou. Ik zie je later wel weer, oké?’ Toch zat ik vrijdag klaar. Dat kwam doordat het in dat programma steeds mis ging: in Duitsland was er bijna iemand verdronken en hier was ene Angelique geschampt door een speer. Het idee van een Idols-achtige voorronde van paranormalen, waarin ze steeds de verkeerde kaart raadden en de sleuteltjes van hun eigen kooi kwijtraakten ergens in hun lijf, ja, dat deed me wel wat.

Er werd een opvolger voor Uri Geller gezocht, en in een show vol onheilspellende synthesizermuziek lieten kandidaten hun krachten zien, allemaal sprekend in dramatisch staccato: ‘Dit! Is! Levens! Gevaarlijk!’ (Evert Santegoeds zorgde overigens voor een mooi absurdistisch randje: hij nam als levensreddend geluksvoorwerp een afstandsbediening van Shownieuws mee, wat resulteerde in zinnen als: ‘Denk aan de afstandsbediening! Alleen die kan je leven redden!’)

De ‘experimenten’ hadden te maken met gedachtenlezen, dobbelstenen laten bepalen in welk hokje iemand zit (eerst de andere hokjes platbranden) en een veer laten zweven. En ik was een beetje in de war: dit waren gewoon goocheltrucs. Het enige verschil met Hans Klok was dat de kandidaten minder leuk wapperend haar hadden. Het werd gepresenteerd als magie, als bovennatuurlijk. Maar de kandidaten weten waar de touwtjes en verstopte magneetjes zitten, en het programma ook. Mag je dan zomaar iedereen voor de gek houden? Hoewel heel Nederland dit waarschijnlijk al wist, voelde ik me intens beledigd, en herinnerde me er toen weer aan dat ik niet tegen goocheltrucs kan. Ik ben dan ook geen voorstander van een nieuwe Uri Geller. Laten we eerst de oude opmaken.

Jan Blokker:

Dichter des vaderlands blijf je tot je sterft

In een live televisieprogramma van de NPS zullen we volgende week te horen krijgen wie de nieuwe Dichter des Vaderlands moet worden. Ik vrees dat de presentatie in handen is gelegd van Joost Karhof, en dat de poëzie er zal worden gevierd als een oud wijfje dat alweer honderd is geworden. Maar de uitzending is op een woensdag, en dan heb je op de andere netten altijd óf voetbal, óf een Krimi, en als het meezit allebei. Op zo’n avond haalt Nederland 2 het marktaandeel toch nooit.

Joost Zwagerman noemde vier jaar geleden de nu aftredende Poeta Laureatus ‘een Groningse rijmelaar’, en gedurende het soort Idols-avond dat toen ook al aan de uitslag werd verkwist pleitte hij, in een discussie met Ivo de Wijs, voor een dichter wiens werk ‘meerduidig’, ‘vernieuwend’ en ‘ontregelend’ was; Joost heeft nooit gebrek aan een paar dikke woordjes. Ivo de Wijs van zijn kant had liever begrijpelijke, vormvaste en zo mogelijk enigszins vermakelijke gedichten om grote nationale gebeurtenissen (Willem-Alexander, Wilders, Watersnood) poëtisch gemarkeerd te krijgen.

Lees verder