Archief van berichten op 8 januari 2009

‘Je moet ook oppassen met je katten’, zei een vrouw tegen mij tijdens een gesprek over de kou. ‘Want als ze aan een bevroren plas water likken, kan hun tong eraan vastvriezen.’

Even kreeg ik visioenen van Bremma of Bremton, of eigenlijk alleen van Bremton, want die is absoluut de domste, met zijn tongetje vastgevroren aan een bevroren plas. Maar waarschijnlijk was het gewoon een nietszeggend koupraatje. En van koupraatjes doen er momenteel veel de ronde.

In Moskou en Boston, waar mijn broer respectievelijk zus al jaren de winter doorbrengen, komen de koupraatjes pas op gang als het veertig graden vriest en de plaatselijke zwervers sterven onder dikke pakken sneeuw. Maar in Nederland zijn we niets gewend, of gewoon hysterisch, of allebei. Dus: aanhoudende koupraatjes, dezer dagen.

lees verder

Vandaag verscheen er weer een, net als gisteren, eergisteren en morgen: een literaire roman. Jaarlijks komen daarvan driehonderdvijftig in Nederland op de markt. Onze literatuur staat er dus uitzinnig goed voor, zou je zeggen.

Helaas: het overgrote deel van die immense romanstapel raken boekhandelaren aan de straatstenen niet kwijt. Het merendeel verdwijnt in de papierversnipperaar, soms met een tussenstop in het riool van de boekenwereld, antiquariaat De Slegte.

Waarom laten uitgevers al die boeken dan toch met onvermoeibare ijver van de persen rollen? Het antwoord is tweeledig. Eén: omdat het heel kleine percentage boeken dat wél verkoopt, vaak in gigantische aantallen over de toonbank gaat en alle verliezen compenseert. Twee: omdat niemand vooraf kan voorspellen welke boeken dat zijn. Harry Potter is eerst door twaalf uitgevers geweigerd; van Joe Speedboot kochten boekhandels aanvankelijk maar een handjevol in.

Dat blijft niet zonder gevolgen. Ieder boek, ook dat van schrijvers die beweren alleen voor een ‘klein publiek’ te schrijven, moet in dit crisisklimaat als potentiële bestseller gepresenteerd worden. Aanbiedingscatalogi spreken daarom louter nog als door de megafoon: ‘Peilloos diep boek’, ‘bloedstollend autobiografisch verhaal’, ‘wereldschokkend’.

Heeft een boek geen etalageplaats (vaak door uitgevers gekócht), zit de auteur niet bij Pauw en Witteman of De Wereld Draait Door (zendtijd waar ‘keiharde afspraken’ moeten worden gemaakt), of doet hij niets ‘om het boek heen’ (zoals boekhandelaren willen, voor wie de inhoud kennelijk allang niet meer van belang is), dan bestaat het boek domweg niet.

Serieuze boeken moet je dus vermommen als populaire. Inhoudelijk betekent dit dat ze steeds meer naar vaste formule neigen: er is sprake van een herkenbaar maatschappelijk decor (meestal een familie, gezin, dorp of vriendenkring) waarin iets gebeurt dat de normale orde verstoort (meestal een ziekte, vaak ook een moord, ontvoering, sterf- of incestgeval) waarna de orde weer herstelt, of er op z’n minst een verzoening met de nieuwe situatie ontstaat – meestal na een proces van rouw of verwerking , na een zoektocht of na een grote reis naar een exotische bestemming .

Kwalijker nog is dat de functie van literatuur voor de samenleving door de bestsellercultuur onder druk staat. Met afgunst kijk ik naar de Klassieke Oudheid, waar literatuur een beschavende rol had, naar de Renaissance, waar het schrijverschap als ethische opgave gold, naar de Romantiek, die het alledaagse wilde poëtiseren en verheffen.

Deze tijd houdt die principes alleen nog in schijn overeind. Zo is literatuur tegen de platte marktwerking beschermd door een vaste boekenprijs en een laag btw-tarief van 6 procent, net als voedingsmiddelen.

Moet literatuur per se beschaven? Misschien niet. Even jaloers ben ik namelijk op Flaubert als hij stelt: ‘Ik schrijf om de mensheid te beschadigen’ of op Michel Houellebecq als hij schrijft: ‘Elke samenleving heeft haar zwakke punten, haar wonden. Leg uw vinger op de wond en druk goed hard.’ Maar wie Houellebecq goed leest, merkt dat zijn inktzwarte diagnosen impliciet een verlangen inhouden naar een betere, mooiere wereld. Ze zijn er het fotonegatief van en getuigen langs die omweg alsnog van het beschavingsideaal.

De moderne bestseller moet echter binnen de herkenbare kaders blijven, slechts tijdelijk ontregelen met een belofte van troost aan het slot. Als de boekenbranche de hypecrisis niet kan keren, en de macht van het getal boven dat van het woord blijft staan, zullen schrijvers meer en meer geneigd zijn een knieval te maken voor publiekssucces.

Hugo Claus beweerde eens: ‘Als ik schrijf ben ik een asceet, daarna een groenteboer.’ Nog even, en schrijvers moeten zich al tijdens het schrijven verkleden als groenteboeren.

Stel dat de Europese Unie akkoord gaat met het plan van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) en zijn Deense collega om een EU-missie naar de grens van Gaza en Egypte te sturen, om erop toe te zien dat er geen raketten meer worden ingevoerd, wat gaat er dan gebeuren?

Voorlopig helemaal niets, want vandaag hebben alle ambtenaren van Verhagens ministerie na de lunch ijsvrij. Ik vind dat wel een sportief gebaar: sorry mensen, die bloedbaden zijn natuurlijk onplezierig, maar zo vaak vriest het niet, dus wij zijn aan het schaatsen.

Voor een spoeddebat over Gaza was geen Kamermeerderheid te vinden die er voor voelde om vervroegd van vakantie terug te komen. Dat kerstreces is dan ook wel erg karig – van 19 december tot 12 januari. Gelukkig staan dadelijk de krokussen in bloei, en kan de boel van 20 februari tot 2 maart plat. Dan het meireces, 24 april tot 11 mei. En van 3 juli tot 31 augustus eindelijk bijkomen. Tussentijds geopend, ijs en weder dienende uiteraard.

Met zo weinig vrije dagen is het begrijpelijk dat het kabinet met scheve ogen naar onderwijzers kijkt en oproept hun ongehoord lange vakanties in te krimpen. En terwijl scholen nu zeggen geen ijsvrij meer te kunnen geven, omdat anders de 1040-urennorm niet gehaald wordt, zullen wereldleiders vergeefs naar Holland bellen. „Mister Verhagen? No, he can’t come to the phone right now. He is having koek and zopie at the Oostvaardersplassen.”

Prachtig gebaar. Als de wereld in brand staat, is het wijsheid om op oer-Hollandse tradities terug te vallen. Zelfs onze kroonprins heeft het zijn Argentijnse vrouw geleerd.

Schaatsen verbroedert alle rangen en standen.

Het Palestijnse conflict is grotendeels te wijten aan het gebrek aan vorst in die streken. Hoor je ooit over oorlogen in Scandinavië of Zwitserland? Als Israël eens kon zien tot wat voor vreedzame wintertaferelen twaalf centimeter bevroren water kan leiden, dan leggen ze de wapens onmiddellijk neer.

“Mister Olmert, erwtensoep is the road map for peace!” Het ambtelijke ijsvrij is een diplomatiek vredesoffensief.

Christiaan Weijts