Archief van berichten op 19 januari 2009

Namens het Amsterdamse Stadsdeel Centrum – God geve dat ook dat verdwijnt, al kun je er donder op zeggen dat de deelwethouders als leeuwen voor hun onnozele betrekking zullen vechten – ontving ik het verzoek om mee te doen aan een enquête Ze moeten tenslotte íéts verzinnen om hun dag door te komen.

Ik sloeg de ‘Vragenlijst leefbaarheid en veiligheid Centrum’ op, las dat mijn antwoorden anoniem zouden worden verwerkt, en legde de lijst onmiddellijk weer weg. Want dat ken ik: als stadsdelen, gemeentes, Provinciale Staten, of zelfs Den Haag zweren dat ze instaan voor mijn privacy.

lees verder

Als kind propte mijn echtgenote eens vlak voor vertrek uit het gehuurde waddenhuisje handen vol schelpen in de stapelbedden. Geestige verrassing voor de volgende vakantiegangers. De verhuurders zagen de humor er niet van in en de familie hoefde nooit meer terug te komen.

Grote mensen doen dat ook: voordat ze de deur definitief dichttrekken de boel op stelten zetten. Toen Bill Clinton op 19 januari 2001 het Witte Huis verliet, maakte zijn jolige staf er een fikse janboel van: geestige verrassing voor de nieuwe bewoners. De Clinton-jongens rukten de letter ‘W’ van 62 achtergelaten toetsenborden, ze spraken spottende boodschappen in op de antwoordapparaten en mobiele staftelefoons, ze haalden klinken van deuren, lijmden laden vast, sloopten het presidentiële zegel van betimmeringen, en spoten schimpende teksten op de deuren van de gemeenschappelijke wc’s. De kosten van vervanging en reparatie: 14.000 dollar.

Het General Accounting Office, een onderzoeksbureau van het Congres, wist dat dergelijke grappen wel vaker werden uitgehaald voorafgaand aan een presidentiële machtsoverdracht, maar zó bont was het nog nooit gemaakt.

Nu was de sfeer er ook naar. De toenmalige bewoners hadden er behoorlijk de pee in dat Bush zich de verkiezingsoverwinning op onrechtmatige wijze had toegeëigend. Tot het allerlaatst had de hoop bestaan dat veel bij het oude mocht blijven. Toen de gewraakte opvolger uiteindelijk een paar mijl verderop werd ingezworen, hield de Clinton-staf ritueel huis: gewapend met schroevendraaiers en spuitbussen.

De vraag is of dat morgenochtend weer gaat gebeuren. Of de werkelijke actie zich in de kamers van het Witte Huis afspeelt, terwijl de ogen van de wereld zijn gericht op de historische gebeurtenissen op de trappen van het kapitool. Persvoorlichter Dana Perino heeft al bezworen dat het rustig blijft. „We gaan dit heel netjes doen”, zei ze. Net zo netjes als haar baas-voor-nog-maar-één-dag. Die schijnt de boel binnen de muren van zijn witte bastion veel beter op orde te hebben gehad dan daarbuiten. En zo’n reputatie gooi je niet op de laatste ochtend aan gruzelementen.

Floris-Jan van Luyn

Wanneer iemand mij de afgelopen weken vroeg wat ik binnenkort ging doen, antwoordde ik ernstig: „Ik ga Aaf doen.” (Dat ik daarmee de suggestie van een ietwat vreemde, dominant-lesbische seksrelatie wekte, kwam overigens pas later bij me op.) Aaf ging op vakantie en ik nam even haar column over, die ik dan ook trouw ‘Aaf’ bleef noemen. Ik zag daar niet zo’n probleem in. Een vage kennis wel. „Je moet het absoluut niet zo blijven noemen”, riep ze. „Dat is het allerergste! Je moet niet haar willen zijn! Straks ga je alleen maar krampachtig proberen te schrijven over mensen die je afluistert in cafés en dan over je kat en vervolgens neem je een permanentje en wil je dat mensen je Aaf gaan noemen maar JE BENT HAAR NIET! OKEE?” De gesprongen adertjes in haar oogwit wilden me denk ik vertellen dat veel mensen van Aaf houden.

Ik probeerde een lijstje te maken met onderwerpen waarmee ik me kon distantiëren van Aaf, maar toen mijn lijstje bleek te bestaan uit ‘monstertrucks’ en ‘de toenemende automatisering van de witlofoogst?’, wist ik dat dit niet de manier was. Daarbij realiseerde ik me dat de reactie van de vage kennis alleen maar het begin betekende. Het begin van een serie gebeurtenissen, die losjes samengevat kon worden als: de Toorn van Aaf-minnend Nederland. Na de vage kennissen komen de minzaam snuivende mensen in de ochtendspits, die hoofdschuddend aan elkaar mededelen dat die nieuwe er niks van bakt (‘Als Aáf over miniatuurcocktailworstjes praatte, dan hád het tenminste nog wat.’) Dan komen de ingezonden brieven, waarin D. uit W. zich afvraagt of dit wel past in ‘een kwaliteitskrant als de uwe’, en of ‘alleen Aaf op vakantie is, of ook het gezonde verstand?’ (brievenschrijvers maken altijd zo’n heerlijke semigevatte sneer in hun brieven.) En daarna beginnen mensen waarschijnlijk dode fretten aan mijn deur te spijkeren.

Maar! Niets meer louterend dan de toorn der natie. Aafs vorige vervangers hebben het ook allemaal overleefd, en schijnen nu een bevredigend en gelukkig leven te leiden, ondergedoken in een klooster ergens ter hoogte van Assen. En vergeet niet dat ik veel van jullie hou. Ik zal mijn bokshandschoenen uit het vet halen, mijn knokkels knakken en mijn tanden poetsen. Ik zal in ieder geval mijn bést gaan doen: iedere columnist weet hoe moeilijk frettenbloed uit je deur te krijgen is.