Er zijn maar weinig uitspraken die iets concreets veranderen in de wereld.
De eed bij de inauguratie van een Amerikaanse president is zo’n soort uitspraak. Pas als de tekst is uitgesproken, kan de spreker beginnen aan het uitoefenen van zijn ambt. Sterker: Obama kon aan de slag doordat hij de tekst, hakkelend en wel, uitsprak. Zo’n uitspraak heet in de taalkunde een performatief. Mensen houden van performatieven, omdat ze woord en daad in één zijn.
Er zijn ook uitspraken waarmee iets wordt beoogd, maar waarmee juist het omgekeerde wordt bereikt. Een voorbeeld. Als een dokter zegt: „Er is geen enkele reden tot paniek,” is het effect bij de patiënt natuurlijk altijd: blinde paniek. Voor zover ik weet bestaat voor zulk soort uitspraken geen officiële term, dus laten we het bij deze noemen: de ‘had nou je mond gehouden’-uitspraak. Ik ben een verzamelaar van ‘hnjmg’-uitspraken.
Tot nu toe in mijn verzameling:
„Trek je van mij niets aan” – dat is dan meteen niet meer mogelijk.
„Lekker stil hè?” – totdat jij je mond open deed wel.
(lijkt op de vorige) „Slaap je al?”
Een man die om wat voor reden dan ook zegt: „Je hoeft voor mij niet bang te zijn,” wordt daar juist heel erg eng van.
Iemand probeert het familiediner te redden door te zeggen: „Gezellig he? Vinden jullie het ook zo gezellig?” Het resultaat is dat het laatste restje gezelligheid heel snel de kamer uitrent.
„Doe geen moeite” zorgt er vaak voor dat er juist wel moeite gedaan wordt, ook als je echt bedoelde dat er geen moeite gedaan moest worden.
Iemand vertelt iets gênants. De hele kamer valt stil. De spreker zegt: „Hé, nu valt het ineens stil!” De bedoeling is dat dat de spanning verbreekt, maar vaak wordt de sfeer dan alleen maar ongemakkelijker.
Als de performatief een perfecte Sachertorte is, is de ‘hnjmg’-uitspraak een ingezakte kaassoufflé. De eerste is lekkerder, de tweede krijg je vaker op je bord.



