jan blokker: Dichter des vaderlands blijf je tot je sterft
In een live televisieprogramma van de NPS zullen we volgende week te horen krijgen wie de nieuwe Dichter des Vaderlands moet worden. Ik vrees dat de presentatie in handen is gelegd van Joost Karhof, en dat de poëzie er zal worden gevierd als een oud wijfje dat alweer honderd is geworden. Maar de uitzending is op een woensdag, en dan heb je op de andere netten altijd óf voetbal, óf een Krimi, en als het meezit allebei. Op zo’n avond haalt Nederland 2 het marktaandeel toch nooit.
Joost Zwagerman noemde vier jaar geleden de nu aftredende Poeta Laureatus ‘een Groningse rijmelaar’, en gedurende het soort Idols-avond dat toen ook al aan de uitslag werd verkwist pleitte hij, in een discussie met Ivo de Wijs, voor een dichter wiens werk ‘meerduidig’, ‘vernieuwend’ en ‘ontregelend’ was; Joost heeft nooit gebrek aan een paar dikke woordjes. Ivo de Wijs van zijn kant had liever begrijpelijke, vormvaste en zo mogelijk enigszins vermakelijke gedichten om grote nationale gebeurtenissen (Willem-Alexander, Wilders, Watersnood) poëtisch gemarkeerd te krijgen.
Gloort er dit jaar hoop voor Zwagerman? De procedure heeft om te beginnen iets minder het John-de-Mol-karakter van 2005, dus een nieuwe Groningse rijmelaar zal er niet zo gauw meer doorheen glippen. Deze keer heeft een redelijk ogende jury een shortlist voorbereid van vijf kandidaten, die zichzelf op 2 januari jongstleden in NRC Handelsblad mochten voorstellen met een vers over 2008. NRC Handelsblad was in 2000 mét de NPS en de stichting Poetry International initiatiefnemer, en draagt ook de zwaarste lasten: de krant moet de gedichten publiceren. Tot en met 27 januari kan iedereen via de website Dichterdesvaderlands.nl zijn stem uitbrengen op één van de vijf uitverkorenen.
Van hun gedichten over 2008 is me eerlijk gezegd weinig bijgebleven. Volgens mij waren ze hier en daar behoorlijk vernieuwend en ontregelend, en zeker meerduidig, terwijl ze toch allemaal hetzelfde jaar met die kredietcrisis als onderwerp hadden. Ik wilde meer weten. Daartoe heb ik vervolgens op dezelfde website kennis genomen van ander werk dat de vijf hadden geschreven, van hun korte biografietjes, en vooral van de plannen die ze als genomineerden hadden ingediend.
Zou Petrarca nog plannen hebben moeten voorleggen vooraleer hem in 1341, als een van de laatsten uit een lange Romeins-Italiaanse traditie, op het Capitool de lauwerkrans werd omgehangen? Ik heb nergens gelezen dat onze laureaten volgens een bepaald reglement verplicht waren om niet alleen van tijd tot tijd een passend gedicht te schrijven, maar daarnaast ook nog ander werk te verrichten in dienst van de poëzie. De eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij – ja, die heeft er van alles bij gedaan. Maar allemaal dingen die hij zonder die eretitel vast en zeker ook niet had geláten.
Ik las de plannen van onze vijf kanshebbers – schrok van hun meerduidigheid en hun verkiezingensbeloftetaal, en riep ze in gedachten vriendschappelijk toe: alsjeblieft, jongens, laat het zinloze geweld, het homohuwelijk, de identiteit, de allochtonie en de oudedagszorg nou even liggen, en oefen vast op een stevig acrostichon voor als Beatrix straks haar aftreden bekend maakt. Zo eenduidig mogelijk, zo regelvast als een lettervers moet zijn, zo vernieuwend als je zelf wilt, maar vooral ook een heel klein beetje vermakelijk, op de manier waarop Komrij, ook als het menens was, altijd nog een heel klein beetje vermakelijk bleef.
Toen Komrij in 2004 zei dat hij er tabak van had, hadden NRC Handelsblad, NPS en Stichting Poetry International natuurlijk ook moeten zeggen: dat kan niet, Gerrit. Dichter des Vaderlands blijft iemand tot z’n dood. Zelfs als je nooit meer een vers maakt, blijf je gelauwerd als Petrarca op het Capitool.
Pas als je ooit zou sterven, zien we wel verder.



