Renske: Het is het Jaar van de Os, toch?

Gisteren was het Chinees Nieuwjaar. Nu was dat zaterdag al gevierd, compleet met vuurwerk, soepel dansende draken en tv-commentaar als: ‘Voor ons lijkt het herrie, maar voor de Chinezen heeft het slaan op de pauken echt betekenis.’ Maar, zo dacht ik: misschien is dat wel het commerciële feest, voor de onwetenden, vol lantaarns en draken met lange snorharen zodat mensen aan Chinese restaurants gaan denken. Misschien is het ware feest wél op de juiste datum, met eeuwenoude tradities zoals ‘het Temmen van de Pekingeend’ en stemmig gezang in het Mandarijn, alleen voor ingewijden. Ik ging lunchen bij een Chinees restaurant, in de hoop mee te mogen doen.

Het is stil in het restaurant. Ik ben de enige. Niets wijst op feest. Een licht gerimpelde man met een grote bril komt zwijgend naast mijn tafeltje staan. Zijn gezicht wijst ook niet op feest. ‘Hallo’, zeg ik. Hij knikt. ‘En een gelukkig nieuwjaar’, voeg ik er nadrukkelijk aan toe. Hij knikt weer. ‘Het is het Jaar van de Os, toch?’ hoor ik mezelf vragen (inmiddels lichtelijk wanhopig). ‘Van de koe’, antwoordt de man. ‘Oh. En heeft dat nog een betekenis?’ ‘Dat moet je in het Chinese boek opzoeken’, zegt hij, en vraagt wat ik wil drinken.

Ik bestel thee en bedenk dat ik dan tenminste authentiek Chinees moet eten, om zo toch het Nieuwjaar te vieren. Ik kies het poëtische gerecht Chinese rijstebrij, variant ‘Fishing Boat’. De serveerster die mijn bestelling opneemt vindt echter van niet. ‘Nee’, zegt ze ferm. In gebrekkig Nederlands voegt ze daaraan toe: ‘Dat vind jij niet lekker.’ ‘Maar… vind jij het lekker?’ vraag ik. ‘Ja, ik wel. Jij niet.’ ‘Maar…’, zeg ik. Ze schudt resoluut haar hoofd. Het is even stil. Ik kijk haar verward aan, en klink een beetje schor als ik zeg: ‘Ik wil het toch wel, geloof ik.’ Ze haalt haar schouders op in een ‘wie niet luisteren wil moet maar proeven’-gebaar en loopt weg.

De rijstebrij bestaat uit een soort wit-doorzichtige gelei met stukjes vis erin, en is eigenlijk best lekker als je niet te veel nadenkt over waar het op lijkt. Ik neem steeds dapper een extra grote hap als ik denk dat de serveerster kijkt. Op dat moment komt er een grote groep Chinezen binnen, en meteen is alles anders: de oude man ontpopt zich tot een aimabele oude heer, de serveerster tot een koket giechelend meisje, Mandarijn vliegt over en weer. Ik betaal. Misschien kan ik volgende keer lange snorharen opdoen om erbij te horen.