Luisteropdracht: zet de radio aan. Wacht dertig seconden. De kans is groot dat je het dan al voorbij hebt horen komen: ‘Heel erg.’
Er zijn mensen die in elke zin graag een keertje ‘heel erg’ willen zeggen. Niet omdat het allemaal zo erg is. ‘Het was gewoon heel erg confronterend, maar we hebben heel erg gepraat, nou, heel erg heftig.’ Wie maar vaak genoeg ‘heel erg’ zegt, maakt er één woord van: ‘heeuwerg’.
Het handige aan ‘heel erg’ is dat je wat meer tijd krijgt om te bedenken wat je in godsnaam wilt zeggen. Laatst hoorde ik iemand in een interview het volgende kunststukje afleveren: ‘Die periode was gewoon, best wel, heel erg, die heeft me gewoon best wel heel erg gevormd.’
Het was zo’n hippige jongen die dat zei, zo iemand met veel gevoelens maar ook de juiste nonchalante houding om de meisjes niet af te schrikken. Kijk maar naar de afzwakkingen: als ‘heel erg’ toch ineens te heftig klinkt, dan kun je er van alles omheen zeggen: gewoon, best wel, ‘ergens’, op een bepaalde manier, in die zin, nou ja, en noem maar op.
‘Heel erg’ heeft trouwens niets meer te maken met negativiteit – wat je op grond van ‘erg’ zou verwachten. Het wordt alleen gebruikt om een mededeling wat extra aan te zetten. Bewijs hiervoor is dat je gerust kunt zeggen: ‘De verjaardag van tante Ans was echt heel erg erg.’ De eerste ‘erg’ is versterkend bedoeld, alleen de tweede ‘erg’ heeft de oorspronkelijke betekenis.
In sommige kringen is ‘heel erg’ echt te kinderachtig of te populair. Mensen met macht gebruiken het bijvoorbeeld liever niet te vaak. Toch moeten ook zij hun mededelingen kracht bij zetten.
De volgende luisteropdracht is: spoor het ‘heel erg’ van politici op. Goed, alvast een tipje van de sluier: het ‘heel erg’ van Wouter Bos is ‘ontzaggelijk’. Hij zegt het ongeveer een keer per minuut.



