Renske: Bloedzuigen, oh bloedzuigen
Toen ik ongeveer tien jaar oud was, las ik dat een vampier alleen je huis in kan komen als je hem zelf een keer hebt binnengelaten. Vanaf dat moment was ik bang om mensen uit te nodigen. Ik vond het net iets voor mij om argeloos de deur te openen voor de buurman en hem daarna ’s avonds terug te vinden op mijn bed, zorgvuldig flossend, omringd door bebloede plukjes vacht die aangaven dat konijntje Knabbel alvast als voorgerecht had gediend.
Nu, veertien jaar later, ban ik alle knoflook uit mijn huis, doe mijn vampiergebitje in, hang knipperende neonborden buiten waarop staat: ‘VAMPIER HIER’ en zit nachtenlang voor open ramen, terwijl ik met een gelakte nagel uitnodigend over mijn ontblote hals strijk, verlangend naar een hissende vampier op mijn vensterbank. Dat komt doordat ik de film Twilight heb gezien.
Ik was laatst aan het zappen en viel in een serie met de zin: ‘Maar betekende het dan niets voor je, dat jij mijn bloed dronk in de woestijn?’ (Dat vond ik een intrigerend begin. Alsof ze bij As The World Turns opeens snikkend uitriepen: ‘Je wás er gewoon niet voor me toen ik die alien baarde!’) Deze serie heette Moonlight en het was een soort CSI met hoektandjes. Ik herinnerde me dat ik ook iets gelezen had over een tienerfilm met vampieren, en dat een vriend van me een nieuwe Amerikaanse serie volgde: True Blood, over de sociale acceptatie van vampieren na de uitvinding van synthetisch bloed. Er was maar één conclusie mogelijk: vampieren zijn weer helemaal de shitbom.
Dus ik ging naar Twilight, die alweer een tijdje draaide. Een film waarin een meisje verliefd wordt op een jongen die vampier blijkt te zijn. Hij houdt van haar, maar verlangt ook naar haar bloed. En zo ontdekte ik dat ik geboren ben in een verkeerd lichaam: ik wil vampier worden. Vampieren zijn séxy. Ik vond Twilight een van de meest erotische films ooit (en dat is enigszins verontrustend, aangezien je als twaalfjarige de film ook mag zien). Alles aan de vampieren was sensueel: hun zwoele blik, hun bewegingen in zinnelijk slowmotion en bloedzuigen, oh bloedzuigen. En het allerbelangrijkste: de praktische gemakken van bovenmenselijke kracht en snelheid (vampier zijn = nooit uitgeput aankomen bovenaan de trap).
Dus ik wacht op de mooie dag dat ik gebeten word. Tot die tijd nodig ik alle buurmannen thuis uit: mijn reputatie mag best op het spel staan als er superkrachten te winnen zijn.
Renske de Greef
Aaf heeft tot 8 februari vakantie. Renske de Greef (24) is columniste en auteur van onder andere ‘Was alles maar konijnen’.



