Archief van berichten uit februari

De helft van mijn leven gaat op aan dubbelchecken; of het gas uit is, of ik mijn telefoon bij me heb, of mijn pinpas in mijn portemonnee zit. Zo stopte ik gisteren even met fietsen over de Weesperzijde in Amsterdam, een brede straat die langs de Amstel loopt, om te controleren of mijn portemonnee in mijn schoudertas zat.

Ja, hij zat erin. Zoals altijd. Op het moment dat ik de flap van mijn tas dicht wilde doen, reed er van opzij, met volle kracht, een jongen op een fiets tegen mijn tas en mij aan. Vervolgens fietste hij hard verder, zonder iets te zeggen.

lees verder

Woensdag was weer zo’n dag: in Nederland gebeurt iets wat niet dagelijks gebeurt, en het Journaal is van 11 tot 6 in de lucht.

Zoals het hoort.

Je wordt er als kijker misschien wat hangerig van omdat er vaak urenlang niets meer bij gebeurt. Ik herinner me de kaping bij Wijster nog. Toen was je al blij als ze met een telelens een Molukse bemiddelingsdominee volgden die de wandeling volbracht naar de gele trein die twaalf dagen lang in het natte weiland had gestaan. Zelfs op het gebroken Turkse
lees verder

De vorige keer dat er een vliegtuig in Amsterdam neerstortte, in 1992, werd ik ontzettend kwaad op mijn middelbare schoolvijand M., die later in het leven trouwens mijn beste vriend werd.

M. had in 1992 al journalistieke aspiraties en was met zijn cassetterecorder naar de Bijlmer gegaan om een sfeerreportage over de vliegramp te maken. Ik vond het onethisch dat hij daar mensen had lastiggevallen, en schold hem de volgende dag op school uitgebreid uit.

En nu reed ik zelf over de A9, op zoek naar het vliegtuig van Turkish Airlines. Ik had ook journalistieke aspiraties gekregen, maar eigenlijk geen idee wat ik daar nu mee moest. Het vliegtuig zien, dat was belangrijk, dacht ik.

lees verder

Humor en horeca: een ongelukkige combinatie. Laatst was ik in een brasserie waarvan ik de naam niet zal noemen. Het was in deze brasserie onmogelijk om een gerecht te bestellen dat géén grappige naam had. Een mandje brood met kruidenboter heette ‘rustgevend voorspel’. Een salade met gerookte kip heette ‘Sonjaadegijok?’ (dat is Brabants voor ‘volg je ook het Sonja Bakkerdieet?). De salade met garnalen heette: ‘Gamboleraa… Gambaïoli’.

Misschien ben ik een chagrijn, maar ik heb er moeite mee om tegen de serveerster te zeggen: „Doet u mij maar de ‘Mèrege veul herrie van de kerrie’, of nee, de ‘Doe toch Normandisch man’.” Je wordt als klant gedwongen die namen komisch uit te spreken, het personeel moet er geforceerd om lachen, en uiteindelijk zit je met z’n allen in een vicieuze cirkel van pseudohumor.

Zat de brasseriehouder in een delirium toen hij de menukaart opstelde? Of is het een geraffineerd marketingplan? Kun je voor een geitenkaassalade die ‘Mèhèhè mèhèhè’ heet, meer geld vragen? Zijn klanten minder kritisch op de smaak als iets een gekke naam heeft?

Wat het ook is, de brasserie waarvan ik de naam niet zal noemen is absoluut niet de enige. In elke middelgrote provincieplaats is inmiddels wel een etablissement waar humor de kaart beheerst.

Het liefste ben ik in een restaurant waar niets grappig bedoeld is. Als er dan onbedoeld toch nog wat te lachen valt, is dat alleen maar mooi. Onlangs bevond ik mij in een klein dorp bij het Meer van Genève, waar een Thais restaurant was. Het restaurant heette ‘Chez Porn’. Nu schijnt ‘Porn’ een Thaise meisjesnaam te zijn, dus strikt genomen is er niets aan de hand, maar ik denk dan, hoe vaak zou Porn dat moeten uitleggen?

Ik moet er niet aan denken hoe de Nederlandse brasseriehouder los zou gaan op de menukaart van ‘Chez Porn’. Gelukkig heeft Porn helemaal geen humor en is het gewoon groene curry wat de klok slaat.

Paulien Cornelisse

Het is fascinerend om te zien hoe snel een rage zich over de globe verspreidt. Na de schoenworp op president Bush door een Irakese journalist, zijn er schoenen gegooid naar de Chinese president en schoenen gegooid op Downing Street. En recentelijk kreeg een Israëlische legerwoordvoerder schoenen naar zijn hoofd in Amsterdam, tijdens een lezing. De daders waren studenten.

Schoenwerpen is bij uitstek geschikt als mondiale articulatie van een moderne protestkreet. Door het ultrakorte aan het humoristische te paren, leent het zich uitstekend voor internetverspreiding. Het heeft iets van een scholierengrap, een onschuldige variant op happy slapping. Daar komt nog bij dat er niet tegen te beveiligen is. Waar mensen zijn, zijn altijd twee keer zoveel schoenen.

Een man uit Saoedi-Arabië heeft 10 miljoen dollar geboden voor de schoenen van de Irakese journalist. Ik geloof dat zelfs de schoenen van Diego Maradona nooit zoveel hebben opgeleverd.

‘Schoenworp Bush’ is inderdaad te zien als kunst, als performance op het podium van een geglobaliseerde wereld. Wat er zo mooi aan is, is hoe het oeroude en het hypermoderne in zulke werken de hand schudden, hoe primitivisme en technologie elkaar omarmen, zelfs met overstijging van de religies. Want niet alleen de islam, ook het Oude Testament kent het: ‘Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen!’ (Psalm 60:10)

De kunststatus is ook gerechtvaardigd door het Nachleben van Schoenworp Bush. Inmiddels zijn er computerspelletjes en schoenenwinkels waarin je schoenen naar wereldleiders kunt werpen. Er is een reusachtige bronzen schoen gemaakt als standbeeld. Ondertussen buigen rechters zich over de vraag of een schoenworp onder ‘belediging’ valt of ‘poging tot lichamelijke mishandeling’.

Prikkelend is de ironische ambiguïteit van dit alles. Geen rechter, president (‘het was maat 44’) of burger ter wereld die er níét om geglimlacht zal hebben. En zo brengt dit kunstwerk, misschien wel ongewild, in de mondiale spanningen iets subliems binnen dat ontbrak: de humor. Alsof er gezegd wordt: het is allemaal veel te ernstig om serieus te benaderen.

Christiaan Weijts

Bij Lukas lezen we dat de engel Gabriël op een dag naar het stadje Nazareth in Galilea reisde en daar aanklopte bij een meisje genaamd Maria, tegen wie hij plompverloren zei: ‘Wees gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’.

Dat kind schrok zich natuurlijk een ongeluk, en van het vervolg moet ze nog panischer zijn geworden.

‘Wees niet bang, Maria’, zei de engel namelijk, ‘God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren en je moet hem Jezus noemen’.

lees verder

Ik was ontzettend tevreden dat ik al een tijdje rondhing op goop.com, de website van Gwyneth Paltrow. Eindelijk was ik er vroeg bij met een trend. Want nu staat in The New York Times dat Gwyneth misschien – dat soort dingen weet je nooit zeker, net zoals je nooit weet welk geloof mensen over honderd jaar aanhangen of wie de volgende dalai lama wordt – dé nieuwe lifestylegoeroe wordt. Daarmee volgt ze Oprah Winfrey en Martha Stewart op. Oprah is gezakt in de goeroepeilingen omdat ze twintig kilo is aangekomen. En Martha was haar volgelingen al kwijtgeraakt omdat ze een ordinaire crimineel bleek te zijn.

lees verder

Minister Plasterk heeft van De Telegraaf-chef Sjuul Paradijs al een wekker gekregen. Nu moet hij alleen nog het belletje horen rinkelen. Want ik heb niet de indruk dat de minister in de gaten heeft dat Sjuul bezig is aspirant-omroep Wakker Nederland het publieke bestel in te frauderen.

Om in Nederland zendtijd en subsidie te krijgen, moet een omroep namelijk vijftigduizend betalende leden hebben. En nu kost het weliswaar 5 euro 72 om lid te worden van Wakker Nederland, maar wie ondertussen ook lid is van De Telegraaf, krijgt die 5 euro 72 gewoon teruggestort als korting op zijn abonnement. Juridisch gezien schijnt het te mogen, maar feitelijk is het natuurlijk oplichterij: de ‘leden’ betalen helemaal niets. Zo wordt het wel erg gemakkelijk om gesubsidieerde reclame op tv te krijgen. Ik geloof dat de ANWB ook drie miljoen leden heeft; vijf eurootjes korting op je eerstvolgende APK en Praatpaal TV is een feit.

lees verder

Het leukst van de Oscars zijn de achter-de-schermen-filmpjes, waarin je filmsterren gewoon menselijk gedrag ziet vertonen zoals: drinken uit waterflesjes, hun armen tegen hun lichaam gedrukt houden omdat ze er net achtergekomen zijn dat ze een enorme zweetplek hebben, en mobiel bellen met hun moeder.

Dat laatste zag ik Kate Winslet doen in een filmpje op Oscar.com. Ze stond achter het decor met een journalist te praten, haar Oscar in haar hand, en zei toen ineens geschrokken: ‘Ik moet mijn moeder bellen!’ Even later zag je Kate, verdekt opgesteld in een hoekje, met een mobiel tegen haar oor aangeklemd.

lees verder