Archief van berichten op 3 februari 2009

Wie in de kakofonie aan kreten nog een discours herkent, feliciteer ik van harte, maar ik hoor door de discussie het debat niet meer. Ik zou daarom een nieuwe grens aan het vrije woord willen introduceren: in plaats van haatzaaien, discriminatie en belediging, vervolgen we voortaan alleen hemeltergende inconsistenties en deerniswekkende draaikonterij.

Misschien komen we er dan wél achter wat Geert Wilders eigenlijk van onze islamitische medeburgers verwacht. Want tot nu toe is het gissen geblazen. Als moslims dreigen met geweld, krijgen ze te horen dat conflicten in Nederland voor de rechter worden uitgevochten; gaan moslims naar een rechter, dan worden ze aplomb naar ‘de politiek’ gedirigeerd. En in Den Haag aangekomen trakteert de PVV-leider islamitische Kamerleden meteen op een motie van wantrouwen vanwege hun dubbele paspoort en loyaliteit. Gaan moslims dan maar met posters op de Dam protesteren, dan beschuldigt Wilders hen van „aanzetten tot haat” – verwijten moslims hem hetzelfde, dan is plots het vrije woord in gevaar.

lees verder

Ik ben op een etentje met een aantal mensen en we zijn net klaar, de tafel staat nog vol met halflege wijnglazen. Ik ben net aan het uitleggen dat ik fan ben van een bepaalde erotische telefoonlijnreclame (het is er een met een voice-over, een man, die monotoon en vol vreemde pauzes de volgende tekst voorleest: ‘Weet je nog, vroeger, toen je op school dat ene meisje niet kon krijgen? Nu kan dat wel. Bel haar gewoon op. Nee, niet opstaan om nog een biertje uit de koelkast te pakken, je moet gewoon de telefoon pakken.’ Een poëtische profielschets van de sekslijnbeller op de late avond), als iemand opstaat en achter de computer gaat zitten. ‘Jongens’, zegt hij, met een stem die de voorpret verraadt. ‘Kom eens kijken. Ik heb zó’n leuk filmpje op YouTube gevonden.’

En dat is het begin van een YouTube-feestje. YouTube-feestjes zijn een vreemd fenomeen. Het werkt namelijk zo: als iemand een grappig internetfilmpje laat zien, denk ik niet: ‘Goh, wat een grappig internetfilmpje.’ Ik denk: ‘Wanneer-Mag-Ik.’ Vanaf het moment dat het hele gezelschap achter de computer kruipt zijn mijn hersenen alleen maar verwoed bezig met het filmpje dat ík ga laten zien. Ongeduldig draai ik op mijn stoel tot het filmpje afgelopen is, om me daarna met mijn ellebogen een weg naar het toetsenbord te banen, al krijsend: ‘IK WEET ER OOK NOG ÉÉN!’

Nu zou dit niet zo’n probleem zijn als ik de enige was. Maar iedereen is precies zo. In het hele kluitje achter de computer breekt er een manisch fanatisme uit, want iederéén kent nog wel een leuk filmpje, en hongerig wordt er op de beurt gewacht: de andere filmpjes zijn immers meer een soort noodzakelijk kwaad tussen je eigen leuke filmpjes door. (Behalve op het volgende YouTube-feestje, bij andere mensen, waar je ze weer kan presenteren als je eigen ontdekkingen.) En zo vind je jezelf terug, in het holst van de nacht, terwijl je nog steeds filmpjes aan het bekijken bent van travestie-stand-up comedians, niezende panda’s, de clip van Mr T., reclames waarin Duitsers belachelijk worden gemaakt en dikke jongetjes die bijna uit een achtbaan worden geslingerd.

YouTube-feestjes hebben absoluut hun charme, maar ze nemen wel heel de avond over. Dus als de vriend vraagt of we komen kijken, zeg ik: ‘Ik blijf even zitten.’ Tot ik de tonen van het filmpje The Dramatic Chipmunk hoor, en mijn hersenen plots niet meer functioneren: ik heb laatst een filmpje van een Dramatic Maki gezien. Dat móét ik met ze delen.