Archief van berichten op 12 februari 2009

Misschien was het een afleidingsmanoeuvre van de pas samengevoegde Postbank en ING om te verhullen dat ze duizend, of een paar duizend, mensen gaan ontslaan: het nieuws dat Anouk het gezicht wordt van hun reclamespotjes.

Bij mij werkte die afleidingsmanoeuvre in ieder geval goed. Ik, Postbankklant, was volledig in shock over dit nieuwtje. Afgezien van het feit dat het zielig is voor bejaarde freelancers zoals Jan Mulder en Wouke van Scherrenburg dat ze nu niet meer ingehuurd worden om hun blijmoedige reclameteksten over bankzaken uit te spreken, vind ik Anouk bepaald geen Giroblauwhoudtvanjou-vrouw.

lees verder

Mensen willen in het leven altijd graag een slag om de arm houden. O wee als je ergens aan gehouden zou kunnen worden. Dat uit zich dus ook in de taal. Politici proberen bijvoorbeeld zo vaak mogelijk ‘in die zin’ te gebruiken, zodat duidelijk is dat hun uitspraken nooit gegeneraliseerd kunnen worden naar andere gevallen.

Gewone mensen houden op een andere manier een slag om de arm. Wat je bij, schat ik, tachtig procent van de bevolking zeker eens per drie zinnen hoort is ‘zeg maar’. ‘Zeg maar’ betekent ‘we zeggen het nu even zo, maar eigenlijk zou het net zo goed anders kunnen zijn’. En dat is handig: „We hadden zeg maar een feestje.” Als iemand gepikeerd reageert („Waarom ben ik niet uitgenodigd?”) kun je altijd nog snel zeggen: „Nou ja, feestje, feestje, het was meer dat we samen televisie hebben gekeken.” Het is een slag om de arm van niks, maar toch geeft het een veilig gevoel.

De zeg maar-zeggers (en wees maar eerlijk, dat zijn we bijna allemaal) kun je trouwens ook nog opdelen in de puristen en de creatieven. De puristen zeggen letterlijk ‘zeg maar’, en de creatieven maken er zelf iets soortgelijks van, meestal ‘lawezeggen’ of ‘lamazeggen’.

Verwant aan ‘zeg maar’ is ‘als het ware’, dat betekent: het is niet echt zo, alleen maar bijna. „We zijn als het ware gaan langlaufen.” Waarschijnlijk wordt toch echt bedoeld dat er gewoon gelanglauft werd, maar het ‘als het ware’ vult de zin lekker op.

Ik ken iemand die zich zo ergerde aan ‘zeg maar’, dat hij na elke ‘zeg maar’ ook echt ging zeggen wat de ander zei. Zei iemand: „Ik hou zeg maar best wel van augurken”, dan riep hij snel: „Best wel van augurken. Je zei toch: ‘zeg maar’?” Niemand begreep hem. ‘Zeg maar’ is zo gewoon geworden dat je het jezelf zeg maar niet meer hoort zeggen.

Stiekem ben ik wel opgelucht dat Groot-Brittannië Geert Wilders de toegang tot het land heeft ontzegd. Mijn vriendin en ik zijn dit weekend in Londen, en Fitna-rellen zijn wel het laatste wat je kunt gebruiken op Valentijnsdag. Voor je het weet gooien boze moslims weer schoenen naar het Parlementsgebouw, ontploft er links en rechts een metrobom, en als eenmaal duidelijk is dat een film van een Nederlandse parlementariër de aanleiding van al dat tumult is, zal de collectieve woede zich richten tegen alles wat Nederlands is.

Goed, dat denk ik allemaal stiekem. Formeel vind ik het godgeklaagd. Een burger uit een bevriend mede-EU-land zomaar de toegang ontzeggen is een grove schending van het Verdrag van Schengen (1985)!

De Britse regering heeft denk ik ook geworsteld met het stiekeme en het formele standpunt.

Na dreigingsanalyses heeft men kennelijk besloten: dit geeft te veel gefuck. Het formele juridische standpunt (vrij reizen voor EU-burgers) heeft stuivertje gewisseld met het stiekeme (we can’t take the risk).

De ellende is dat ik dit best begrijp. Als Geert Wilders aanbiedt de film Fitna bij mij thuis op de dvd-speler te komen vertonen, en ik daarop dreigbrieven in de bus krijg, zou ik ook zeggen: nou Geert, liever niet.

De ellende is dat dit exact Wilders’ gelijk lijkt aan te tonen. Formeel is er vrijheid van meningsuiting en van verkeer binnen de EU, maar die wordt momenteel door informele factoren (geweldsdreiging) ernstig ondermijnd. Hoe krachtig die factoren zijn, blijkt wel uit het feit dat alleen het afblazen van de filmvertoning kennelijk niet afdoende was. De Britten moesten de bedreigers tegemoetkomen met een ondubbelzinnige knieval.

Onze Buitenlandminister Maxime Verhagen (CDA) wilde de kritiek vóór blijven en tikte op z’n Twitter (een hippe mix tussen sms en weblog): „Gebeld met collega Miliband om ongenoegen kenbaar te maken over de beslissing van Londen om Wilders uit het Verenigd Koninkrijk te weren.” Een formeel correct standpunt, maar zal hij er werkelijk een grote zaak van maken? Of is hij eigenlijk ook wel opgelucht, stiekem dan?

Christiaan Weijts