Archief van berichten op 16 februari 2009

Mijn god, wat gaat een mens terugverlangen naar Jan Marijnissen als je diens opvolger een uurtje over de toestand in de wereld hebt horen meekakelen. Alexander Pechtold en Mark Rutte waren gisteren in Buitenhof haar gespreksgenoten – ook niet de schitterendste sterren aan de hemel van het Binnenhof natuurlijk, maar naast haar straalden ze als geslepen briljanten. En moderator Rob Trip kwam met gemak uit het debat tevoorschijn als de enige denker in het gezelschap.

Waarover spraken zij (die drie daar op het hek, zoals het oude kleuterliedje zong)?

lees verder

De mensen met wie ik zaterdagmiddag afgesproken had, keken me bevreemd aan. Alsof ik een prehistorisch wezen was dat uit een diep, duister hol was gekropen.

‘Wéét je het nog niet?’ zeiden ze tegen me. ‘Maar het was gisteren op tv! Iedereen heeft het erover!’

Ik begon het warm te krijgen. Was de Derde Wereldoorlog uitgebroken? Waren de terroristen nu toch echt in Nederland aangeland? Was er weer iets met de Toppers aan de hand?

Iets in die orde was het wel. Marc-Marie Huijbregts was kaal. Hij bleek al tien jaar een pruikje te dragen, en dat had hij eraf gehaald. Dit had hij op vrijdagavond verteld bij De wereld draait door. De wereld stond op dat moment even stil, uiteraard.

lees verder

Iedereen die China langer volgt zegt het: Chinezen zijn slimmer geworden in de aanbevelingen voor hun land. Zo ook in het verbloemen van zijn feilen. Op doorreis in het Chinese achterland, ter voorbereiding van een film over het milieu, merk ik dat meer dan eens. Op het oog gaat het goed met het Chinese milieubewustzijn. Ondanks de berichten over vuile lucht, hoge kankerpercentages en massale vissterfte oogt het land niet bijzonder vervuild. De straten zijn netjes aangeveegd, overal hangen banieren die oproepen tot verantwoord burgerschap, en hotelgasten worden systematisch gemaand spilzucht te vermijden. Er is duidelijk wat veranderd in China in het afgelopen decennium.

Opmerkelijk genoeg is dat vooral te danken aan de nieuwe kracht van de Chinese journalistiek. De onderzoeksvariant van het vak heeft nog nooit zoveel belangstelling genoten. De candid camera is geliefd en ontmaskering het streven. De tandeloze centrale overheid maakt er dankbaar gebruik van. De fotograaf die de vinger op de stinkende uitlaat van een onderneming weet te leggen, kan eigenhandig een complete sluiting afdwingen. Als er door die openheid genoeg mensen op de been komen, kunnen de corrupte lokale overheden er niet langer omheen.

Maar die nieuwe vrijheid van de pers heeft ook een averechts effect; meer dan ooit tevoren zijn vervuilers en de overheden die afhankelijk van hen zijn, in staat de kritische blik van overijverige journalisten te omzeilen. Zo weet de geëxplodeerde Chinese milieubeweging te vertellen dat het aantal nachtelijke lozingen van afvalstoffen hand over hand toeneemt. Onderzoeksjournalist Lu Guang is aan de Chinese oostkust een pijpleiding op het spoor gekomen die zwaar vervuild water honderd kilometer (!) verderop in zee dumpt.

De strijd tussen notoire vervuilers en de Chinese media kent geen grenzen. De marges voor winstgevend opereren zijn zó klein geworden, dat fabrieken er alles voor over hebben om dure milieumaatregelen te voorkomen. Onder de moordende druk van prijzen, met name door westerse afnemers afgedwongen, rest die bedrijven geen keuze, zo heet het.

Zijn we toch weer terug bij ons.