Archief van berichten op 19 februari 2009

En van de ene dag op de andere heeft iedereen het gehad met de crisis. Geef toe, eerst was het best leuk. Een beetje mijmeren over ‘dat het ook wel goed was dat het afgelopen was met de graaicultuur’ en ‘dat we al die tijd in een búbbel hadden geleefd’. Dat had wel wat. Het had ook iets noests om voor de vorm een keer naar de Lidl te gaan in plaats van naar Albert Heijn, of om een Euroshopperproduct in je karretje te gooien. Daar kon je ook goede sier mee maken bij vrienden. ‘Ja, ik let een beetje op de prijzen’, was plotseling een zin die heel normaal, zelfs trendy, klonk uit de monden van goedverdienende types.

lees verder

De crisis is er inmiddels zo lang, dat het allemaal gezellig begint te worden. Eerst was het in alle talkshows: ‘Is het nou crisis of niet?’ Daarna: ‘Het is crisis, maar we merken het niet.’ En nu: ‘Crisis. Hoe nu verder?’

Het kan paranoia zijn, maar ik heb het gevoel dat er vanuit de reclamewereld al lustig wordt ingespeeld op de crisissfeer. Mensen in crisis zijn bereid tot actie, dus kun je spullen verkopen als je mensen het gevoel geeft dat ze eindelijk het heft in eigen hand nemen. Crisis appelleert aan het ‘ik laat me niet langer naaien’-gevoel.

Een voorbeeld: een tv-spotje voor een of ander huidproduct. Een kordate vrouw zegt: „Je huid heeft RECHT op bescherming, hydratatie, EN een natuurlijke pH-balans.” Er komt een lijstje in beeld waarop de rechten van de huid systematisch worden afgevinkt. Het wordt zo overtuigend gebracht dat je automatisch denkt: „Ja, inderdaad, een natuurlijke pH-balans, dat is een grondrecht voor mijn huid! Waarom heb ik me daar nooit eerder voor ingezet? Het is tijd voor actie!” Alsof het over Fortis-aandelen gaat.

Naast actiebereidheid, gaat crisistijd over solidariteit. Het ‘we zitten allemaal in hetzelfde schuitje’-gevoel. Ook dat komt terug in reclameslogans. Exemplarisch is de L’Oréal-campagne. Zoals we allemaal al jaren weten (helaas), was de slogan altijd: „Omdat ik het waard ben… U toch ook?” De ‘ik’ was dan een krottig nagesynchroniseerde filmster die het duidelijk heel erg waard was. Of wij gewone mensen het ook waard waren, was nog maar de vraag. Daar konden we alleen maar op hopen.

In crisisspeak is de slogan veranderd. Ineens constateert Andie McDowell heel droog: „Omdat we het waard zijn.” Hee. Het is dus geen vraag meer. Blijkbaar zit Andie McDowell ook in de shit met haar aandelen, en dat maakt haar net even een tikje meer een sterfelijk mens. Gezellig samen de crisis door met Andie en een flinke pot Revitalift. Knus.

Om de zoveel maanden verschijnt onze premier, geflankeerd door de minister van Financiën, tegen een blauwe, geïmproviseerd ogende studioachtergrond om te vertellen dat het allemaal nog veel erger is dan bij de vorige persconferentie.

Als die trend zich voortzet, loopt tegen Pasen de economische krimp op tot 6 procent, koersen we in de zomer af op een daling van 15 procent en verwelkomen we met Kerst twee miljoen werklozen. „Iedereen moet zijn steentje bijdragen”, zei Balkenende dinsdag. Vraag: welk steentje eigenlijk? Bedoelt hij: iedereen moet wat geld inleveren, en wel 3,5 procent van zijn jaarsalaris? Vast niet, want als er iets is wat de economie saboteert, dan is het wel massaal de vrek gaan uithangen.

Is het steentje dan misschien het omgekeerde? Collectief laten rollen, dat geld. Koop nu een plasmabreedbeeldtelevisie en draag je steentje bij. Voorkom werklozen, koop een cabrio. Dat kan toch bezwaarlijk het steentje zijn. Ongebreideld lenen en royaal boven onze stand leven hebben ons nu juist in deze penarie gebracht.

Een derde optie dan: we moeten wat harder gaan werken. Mijn steentje zou dan zijn: méér krantenstukken schrijven, méér boeken. Met alle liefde, maar als de markt instort, raak ik mijn mooie steentjes aan de straatstenen niet kwijt. Staalgieters, bouwvakkers en autofabrikanten willen niets liever dan steentjes bijdragen.

Wij vervolgen onze queeste. Nadat de premier het steentje introduceerde, sprak hij: „denken dat alleen de overheid dit kan oplossen is een illusie”. Moeten we dus meedenken, creatieve crisisoplossingen aandragen, volgens een Rita Verdonkerig Wikipediamodel? Alweer niet. Balkenende reageerde lacherig-afwijzend op het aanbod van Alexander Pechtold (D66) om in het torentje mee te komen brainstormen. Laat staan dat hij de beduidend dommere lieden die ons land rijk is om raad vraagt.

Het blijft, kortom, een raadselachtig steentje. Ik vrees dat we er rekening mee moeten houden dat het hier om een retorisch steentje gaat, een steentje voor de vaak, een steentje op de rug van ons allen. Een steentje dat ons voorbereidt op de boodschap: denken dat de overheid dit kan oplossen is een illusie.

Christiaan Weijts