Bij Lukas lezen we dat de engel Gabriël op een dag naar het stadje Nazareth in Galilea reisde en daar aanklopte bij een meisje genaamd Maria, tegen wie hij plompverloren zei: ‘Wees gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’.
Dat kind schrok zich natuurlijk een ongeluk, en van het vervolg moet ze nog panischer zijn geworden.
‘Wees niet bang, Maria’, zei de engel namelijk, ‘God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren en je moet hem Jezus noemen’.



