In het dorp van mijn Oostenrijkse familie kunnen ze maar niet over zoveel domheid uit. De vrouw in kwestie gleed full speed richting dal. De man kwam van een andere piste naar beneden, verloor de macht over zijn ski’s, en besloot in paniek de kruisende route bergopwaarts te nemen – recht in het gezicht van de naar beneden snellende vrouw. Zij op slag dood. Hij dagen buiten bewustzijn. Achteraf kon hij er zich niets meer van herinneren.
Volgens sommige mensen is sport niets voor gewone stervelingen. Zij kíjken er liever naar.
En wie zich in de overvolle wereld van de actieve recreant waagt, kan zich daar best wat bij voorstellen.
Het wintersportseizoen is nog in volle gang en onder druk van zware hypotheeklasten en dalende koersen zijn ook dit jaar Jan en alleman in de auto gesprongen op weg naar de bergen. De files richting de Alpen deden vertrouwd aan.
Eenmaal op de plaats van bestemming was het dan ook dringen geblazen. Bergen zat, dus afdalingen genoeg zou je denken. Maar net als golf in de Verenigde Staten is skiën hier een massasport geworden – en eigenlijk zitten de bergen vol. De lokale economie vaart er die paar maanden per jaar dat global warming het nog toelaat wel bij. En tot de zon definitief doorbreekt, houdt iedereen die het weten kan zijn mond en adem in.
Want op de pistes van Europa is het zó gevaarlijk geworden, dat fatale ongelukken heel gewoon zijn geworden. Nieuw technisch vernuft heeft skiën zo gemakkelijk gemaakt dat weinig of geen oefening meer is vereist. Iederéén kan op de latten.
Dat laatste is natuurlijk niet waar, maar zeg dat hier niet hardop. Met ingewikkelde eisen immers, blijft de klant weg. Het is als met zoveel dingen: zodra een liefhebberij de massa raakt, zijn er regels nodig.
Maar zodra een hele economie op die liefhebberij drijft, verstomt de ratio. Geen snelheidslimiet op de Duitse autowegen bijvoorbeeld. En in de Alpen hoef je niet te kunnen skiën.
Floris-Jan van Luyn