Aaf Brandt Corstius: Niemand zei dat het altijd leuk was, een eigen boerderij hebben
Ik weet niet of het door de recessie komt, of door de naderende lente, of door mijn huidige tekort aan hobby’s (ik ben met gitaarles gestopt en nu dreigt er een ernstige hobbylacune), maar ik ben ineens geïnteresseerd geraakt in alles zelf maken. Als in: alles. Zelf maken.
Dat kwam door een artikel over Jenna Woginrich in een Amerikaans tijdschrift. Jenna Woginrich is een vrouw van een jaar of vijfentwintig die alles zelf maakt. In het tijdschrift legde ze uit hoe je deodorant moest maken. Er stond ook een recept bij.
Dat recept heb ik niet opgevolgd, want ik vind dat je geen risico’s moet nemen met deodorant. Maar ik vond Jenna intrigerend, dus las ik in één avond haar boek Made from Scratch, Discovering the Pleasures of a Handmade Life uit.
Jenna doet in dat boek wat ik altijd heb willen doen, maar waarbij ik tegengehouden werd door 1. werk, 2. omstandigheden en 3. intense luiheid: ze is op een boerderij gaan wonen en maakt alles zelf. Ze verbouwt groenten, spint wol, houdt kippen en bakt brood. Soms voert ze het iets te ver door: zo speelt ze in het boek ongeveer in elk hoofdstuk een deuntje op haar banjo terwijl ze op de laadbak van haar pick-uptruck zit en naar de zonsondergang kijkt. Ze doet ook onzinnige dingen, zoals haar honden leren hoe ze een slee moeten trekken, wat volgens mij gewoon een excuus is om steeds ‘Gee!’ (‘Rechtsaf!’ in hondensleetaal) en ‘Haw!’ (‘Linksaf!’) te roepen. Maar goed, dat is haar gegund.
In Made from Scratch legt Jenna uit hoe ze haar boerderijtje is begonnen, en gelukkig gaat daarbij veel fout. Vooral de dieren moeten het ontgelden. Eerst worden haar kippen opgegeten door haar honden, dan worden de twintigduizend bijen in haar zelfgebouwde bijenkorf verjaagd door een beer, en dan moet ze haar angorakonijn met een pistool uit zijn lijden verlossen nadat dat konijn zo is geschrokken van het geblaf van Jenna’s hond, dat het zijn pootje heeft verstuikt en het verwonde pootje zelf heeft aangevreten en verlamd is geraakt.
Ja, niemand zei dat het altijd leuk was, een eigen boerderij hebben.
Maar nadat ik het boek uit had, leek het me nog steeds leuk. Wat zo goed is: Jenna heeft er gewoon een negen-tot-vijf baan naast, op een kantoor. Ze maakt websites. Verder van moestuin en banjo kun je bijna niet raken. Er is dus hoop, ook voor mij.



