Archief van berichten op 5 maart 2009

Ik heb maar zelden een foto van Arie Boomsma met bedekt bovenlichaam gezien. Meestal is hij in beeld met al zijn rollende borstspieren, zijn sixpack en een veel te groot deel van zijn afgetrainde schaamstreek, of wordt hij op zijn blote rug gefotografeerd, waarop hij, zoals iedereen weet, iets met een Sint en een draak heeft laten tatoeëren. Eerlijk gezegd dacht ik dan ook altijd dat de EO Arie speciaal had aangenomen omdat hij zo’n sportief bovenlichaam had, en dat zijn geloof en de christelijke rollende r waarmee hij spreekt, slechts gezien werden als kleine extraatjes. lees verder

Het is potdomme alweer bijna Internationale Vrouwendag (8 maart). Zoals bekend krijgen alleen zielige wezens een eigen dag. Wezens die mishandeld, genegeerd of gediscrimineerd worden. Dieren, secretaresses, en vrouwen in het algemeen dus. Mannendag bestaat niet, omdat mannen, naar het schijnt, de rest van het jaar al in het zonnetje staan. Die hoeven zich pas zorgen over hun positie te gaan maken als ze een Mannendag krijgen aangeboden van de internationale gemeenschap.

Misschien is het vanwege hun schrijnende underdogpositie dat vrouwen altijd verwoed proberen het met elkaar eens te zijn, onder het mom van ‘samen sta je sterk’. Luister maar eens naar een vrouw die aan het telefoneren is. Dat is een niet aflatende stroom van: „Ja… ja… jaaaaa… ja, ja.”

Sommige vrouwen zijn extreem in het ‘eens zijn’. Die zeggen voortdurend: „Ja, dat heb ik ook”, of „dat heb ik ook héél sterk”. („Ik heb het gevoel dat ze me op mijn werk niet serieus nemen.” „Ja, dat heb ik ook héél sterk.”)

Geen probleem te groot, of dit type vrouw kent het uit eigen ervaring, ze worstelt er zelf op dit moment toevallig ook mee! „Ja, dat ken ik, het gevoel dat je totáál geen contact met de buitenwereld hebt, terwijl iedereen tegen je zegt dat je zo gezellig bent. Heel heftig is dat.”

Eerst krijg je daar een warm Internationaal Vrouwendaggevoel van, omdat je lekker aan het lijden bent met een medezuster. Totdat je je realiseert: het ging oorspronkelijk over míjn probleem, maar we hebben het nu alweer een kwartier over de ‘meelevende’ vrouw.

Lekker is dat. Ongemerkt ben je in een ‘mijn kat is doder’-fuik gezwommen. Dat betekent dat je nu alles zou kunnen aanvoeren („Mijn kat is dood”), maar dat de gesprekspartner datzelfde probleem dan altijd erger heeft dan jij („Mijn kat is doder”). Misschien een mooi thema voor een volgende Internationale Vrouwendag?

Paulien Cornelisse

Al die groeperingen die omroepje willen spelen en daarvoor de benodigde 50 duizend leden aan het werven zijn, doen me denken aan het elfjarige jongetje Elmer uit Gerard Reve’s novelle Werther Nieland (1949). Elmer wil maar één ding: ‘een club oprichten’.

Wakker Nederland, PowNed, Piep! (voor de dieren), Peter Jan Rens (zorgsector), Omroep C (kunst), Zenit (multiculturelen), TV Oranje (Nederlandse artiesten), POP (populisten) en De Vrije Omroep: achter al deze merken schuilen kleine Elmers die ‘een club’ willen. Het zijn deelgemeenschappen die streven naar een eigen identiteit, officieel bekroond door wat blijkbaar als hoogste erkenning geldt: op tv komen. Programma’s maken is bijzaak. Voorop staat het bekrachtigen van de eigen identiteit. Het mooiste is dit geïllustreerd door de man achter Wakker Nederland, Sjuul Paradijs: „Wat ons uniek maakt is… dat we zo uniek zijn!” Reve’s Elmer had het kunnen zeggen.

Dat de omroepclubs iets nieuws zullen toevoegen aan het tv-aanbod is uitgesloten. De Telegraaf-lezer wordt al royaal bediend met al die reallifekloteshows, flutspelletjes en overige campingmeuk van TROS, AVRO, RTL en SBS. De multiculturelen en kunstminnenden hebben hun NPS en VPRO, de populisten staan al dagelijks in het mediazonnetje, enzovoorts.

Nog los daarvan: de aspirant-omroepen krijgen minder dan twee uur zendtijd per week, en een minimaal budget. De gevolgen laten zich raden: klungelproducties op uitzenduren in de marge. Dan kunnen die clubs toch net zo goed op internet blijven? Maar zelfs de ‘nieuwe media’ zoeken erkenning bij het oude, de almachtige tv. Daarnaast zal de kwaliteit van de bestaande tv-programma’s achteruitgaan. Die moeten hun geld immers delen met nieuwkomers, die het niet om programma’s, maar om clubvorming is te doen. Ze zijn als Elmer, die zegt: „Als er iemand is die de club wil verpesten, dan wordt zijn lul afgesneden. Ik zal nu eens precies vertellen wat voor een club het wordt.” Daarna wist hij niets meer te zeggen.

Bij elfjarige jongetjes is dit een normaal verschijnsel. Bij volwassenen een teken dat er iets mis is gegaan in hun ontwikkeling.