Archief van berichten op 16 maart 2009

Er is weleens gesuggereerd, ook door mijzelf, dat de astronomische staatsschuld van de Verenigde Staten een grotere bedreiging is voor het land dan de massale uitverkoop van het industrieelcomplex aan China.

China zou de Verenigde Staten stevig in de tang hebben doordat het een goed deel van die Amerikaanse schuld financiert. Het zou zijn 900 miljard dollar aan Amerikaanse obligaties en andere waardepapieren maar hoeven te verzilveren om de VS nog dieper in een recessie te storten. De ‘nucleaire optie’ wordt dat in China genoemd – het explosieve pressiemiddel voor bittere tijden.

Wie de persconferentie van de Chinese premier Wen Jiabao heeft gezien, waarin hij waarschuwt voor die groeiende Amerikaanse schuld, zou nog altijd hetzelfde kunnen concluderen: straks heeft China geen zin meer om de Verenigde Staten ‘de hand te reiken’ en zit Amerika met de gebakken peren, en nog dieper in de put. Wie financiert dán de economische wederopbouw? Want nu de crisis ook China in haar greep heeft, neemt daar de roep om binnenlandse investeringen enkel toe.

Maar ook al is dat laatste waar, de kaarten liggen inmiddels anders. China hééft geen pressiemiddel in handen – China en de Verenigde Staten hebben elkaar in de houdgreep. China is ook niet de bankier van de Verenigde Staten – het is en blijft in de eerste plaats de grutter van de Verenigde Staten. Want China is het land waar de Verenigde Staten al sinds jaar en dag heel goedkoop boodschappen doen – inderdaad – met geld dat zij van China hebben geleend. En zonder die Amerikaanse kooplust geen pijlsnelle Chinese groei.

Desondanks sprak Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, vorige maand tijdens haar eerste bezoek aan de Volksrepubliek de hoop uit dat China de Amerikaanse schuld zal blijven financieren. Dat was niet tegen dovemansoren gericht: China kan voorlopig niet anders wil het zijn imploderende exportmarkt niet verder laten afglijden.

„Het is ook echt zo dat we samen zullen opkomen of ten ondergaan”, zei Clinton destijds. Niets is minder waar.