‘Ik eet een geroosterde boterham met kaas.’ ‘Ik vraag me af waar mijn linkerlens gebleven is.’ ‘Ik zit in een café en drink koffie.’ ‘Een vrouw heeft net gezegd dat ik een leuke bril heb.’
Dat had ik op één ochtend moeten twitteren, als ik twitterde. Maar ik twitter niet.
lees verder›



