Aaf Brandt Corstius:
Ik hoor getwitter uit de derde hand
‘Ik eet een geroosterde boterham met kaas.’ ‘Ik vraag me af waar mijn linkerlens gebleven is.’ ‘Ik zit in een café en drink koffie.’ ‘Een vrouw heeft net gezegd dat ik een leuke bril heb.’
Dat had ik op één ochtend moeten twitteren, als ik twitterde. Maar ik twitter niet.
Bijna alle mensen die ik ken twitteren wel, lijkt het. Alsmaar houden zij elkaar via twitterboodschapjes op de hoogte van de hoogtepunten, dieptepunten en futiliteiten van hun leven. Of nee: eigenlijk alleen van de futiliteiten. Je hoort nooit eens over iemand die twittert: ‘Heb net miskraam gehad.’ Of: ‘Scheidingspapieren zijn binnen!’
Ik weet nog dat Twitter uitgevonden werd, jaren geleden, en dat ik dacht: daar gaat niemand aan meedoen. We hadden al sms, we hadden al msn, we hadden al allemaal een weblog waar we dapper aan begonnen waren en na drie weken nooit meer een verhaaltje op zetten – waarom zouden we dan nog denken dat het leuk was om constant microblogjes over onszelf te schrijven?
Er werd toen ook weinig getwitterd. Maar nu, met de iPhone, is iedereen alsnog aan het twitteren geslagen. Een mens heeft toch een excuus nodig om dat heerlijke apparaatje om de haverklap uit zijn zak te halen. En ‘sneeuwklokje gezien!’ twitteren is dan een ideaal excuus.
Ik twitter niet. Ik blog ook niet. Misschien is dat omdat ik een praktisch iemand ben: ik schrijf elke dag een stukje tegen betaling. Bovendien zou ik me doodschamen voor de saaiheid van mijn mededelingen. Wat had ik de afgelopen week in godsnaam moeten twitteren? ‘Ik zie een orthopedische sandaal op het strand liggen.’ ‘Zal ik de Ciske de Rat-spaarpunten toch maar bewaren?’ ‘De poezen slapen.’
Dat ik er niet aan meedoe, betekent niet dat het getwitter aan mij voorbijgaat. Zo heb ik een vriend die alsmaar aan mij vertelt wat anderen twitteren. Dus ik hoor getwitter uit de derde hand. Dat is bijna nog erger, vermoed ik, dan echt getwitter.
Waarom twitteren mensen eigenlijk, behalve om die iPhone te gebruiken? Om zich verbonden te voelen. Om te laten zien dat ze bestaan, al was het maar middels de zin ‘Ik sta op de bushalte bij de Kruislaan’.
Misschien ben ik ouderwets, maar ik vind dat ik ook besta zonder te melden dat ik op de bushalte sta. Het is lente. Laat het twitteren over aan de vogels.
Aaf Brandt Corstius