jan blokker: Vol zelfvertrouwen stelt het parlement een vraag aan de premier

‘Waarom duurt uw crisisoverleg zo lang?’, vroeg Femke Halsema gisteren aan de minister-president.
‘Omdat het zo lang duurt’, zei Balkenende –  zo althans liet zich zijn antwoord het best samenvatten.
Hij leek er schik in te hebben, onze premier. Weggeroepen uit het beraad met Bos, Rouvoet, Van Geel, Hamer en Slob – wie zou dan niet graag even een kwartiertje met de leidster van GroenLinks willen wisselen?
Hij wordt de laatste tijd met enige regelmaat weer overal geëvalueerd, en vriend en vijand blijken het er over eens dat hij weliswaar geen raad weet met de economische recessie, nooit ergens de regie over heeft gevoerd, nauwelijks een leider laat staan een staatsman kan worden genoemd, maar niettemin steeds meer de uitstraling heeft verworven van een ‘zééér bekwaaaame’ politicus (om met wijlen Wim Kan te spreken). En zeker in Europa, waar ze het met alle nieuwe kneuzen uit het oude Warschaupact allang niet zo nauw meer nemen. Maar tóch.
Wat ik altijd wel aardig aan hem heb gevonden is het feit dat hij nooit met bombarie heeft geroepen dat hij minister-president wilde worden. Hij wilde ’t natuurlijk wel, hij liet het vaderland er zelfs voor ten prooi vallen aan een kabinet met de LPF, maar hij bleef er het gezicht bij trekken van iemand bij gebrek aan alternatief.
En hij was de enige van de velen die ik op dat punt heb meegemaakt. Colijn riep de samenleving al op om niet Mussert of Moskou, maar hem te kiezen. Later had je Drees, die het misschien niet riep maar wel zó regelde dat hij het telkens werd. Daarna droomde Den Uyl steeds hardop van Zichzelf-II, toen kwam Van Agt, vervolgens Kok (die het niet durfde te benoemen maar zei dat hij ‘voor goud’ ging), tussendoor nog een keer Wouter Bos, Pim Fortuyn natuurlijk, en van de week Geert Wilders nog weer. Opvallend – z’n naam kwam toevallig net voorbij– dat Mussert in de jaren dertig de ambitie nooit openlijk heeft uitgesproken. Die wachtte geduldig tot Hitler hem tot Leider van het Nederlandse volk had bevorderd. Maar welk bevriend staatshoofd zou dat straks met Wilders moeten doen?
Aan het debatje tussen Balkenende en Halsema mochten alle Kamerleden vanzelfsprekend deelnemen. En zo stonden ze weer rijen dik voor de interruptiemicrofoons, precies zoals ze zichzelf na langdurig onderzoek in het rapport Vertrouwen en zelfvertrouwen hebben beschreven: de perfecte afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Woordspeling van de middag: je kunt als kip natuurlijk niet rustig op je ei broeden met kemphanen om je heen.
Een leuk ogenblik brak aan toen Alexander Pechtold (al helemaal in de startblokken om te proberen zich in Balkenende V te revancheren voor Balkenende II) de coalitie met een slimme vraag in een lastig parket wilde brengen. Als – als – er ooit een zuinig nieuw regeerakkoord op tafel ligt, moeten de drie het dan eerst nog weer door hun congres laten goedkeuren? Terwijl Mariëtte Hamer, Arie Slob en Pieter van Geel (als altijd wat zweterig) elkaar bang aankeken – om welke po moesten ze nu weer een plasje doen? – riep de premier ze nog iets toe waaraan ze houvast konden hebben. Ten slotte waagde Van Geel zich naar voren,  liet de schouders even draaien, en sprak blozend:‘Het spreekt vanzelf dat ik me aansluit bij het standpunt van de minister-president’.
Ik schrok. Een paar weken geleden had ik hem in een ander debat de ‘lichaamstaal’ van de premier al horen prijzen, dus ik dacht: straks komt zo’n man uit liefde voor Jan Peter nog publiekelijk uit de kast!
Jan Peter bleef intussen stralen, en herhaalde nog eens dat het overleg zo lang duurt omdat het zo lang duurt.