Rob Wijnberg:

Twittersessie

Rob: Heeft zich net aangemeld voor Twitter.
Rob: Zit zich af te vragen waarom hij zich aangemeld heeft voor Twitter.
Rob: Zit te staren naar zijn tweet waarin hij schrijft dat hij zich afvraagt waarom hij zich aangemeld heeft op Twitter.
Rob: Overweegt een column te schrijven over Twitter.
Rob: Zit zich af te vragen wat hij moet schrijven over Twitter.
Rob: Kijkt een beetje rond op Twitter om een idee te krijgen voor zijn column over Twitter.
Rob: Heeft zojuist een twittervriend gekregen.
Rob: Zit zich af te vragen waarom iemand in godsnaam zou willen weten wat hij twittert.
Rob: Voelt zich nu verplicht iets interessants te twitteren.
Rob: Zoekt wanhopig naar iets interessants om te twitteren.
Rob: Overweegt zijn twittervriend te vragen naar suggesties voor zijn column over Twitter.
Rob: Wacht angstvallig op suggesties voor zijn twittercolumn.
Rob: Heeft opeens nóg een twittervriend gekregen.
Rob: Voelt zich niet langer verplicht iets interessants te twitteren.
Rob: Leest een paar tweets van zijn twittervrienden om inspiratie op te doen.
Rob: Vindt de tweets van zijn twittervrienden niet erg inspirerend.
Rob: Gaat op zoek naar belangrijkere twittervrienden.
Rob: Is twittervriend geworden van Arend Jan Boekestijn.
Rob: Ontdekt dat de tweets van Arend Jan Boekestijn ook niet erg inspirerend zijn.
Rob: Zit zich af te vragen waarom hij twittervriend is geworden van Arend Jan Boekestijn.
Rob: Moet nodig naar de wc.
Rob: Is te laat naar de wc gegaan, omdat hij aan het twitteren was dat hij naar de wc moest.
Rob: Snapt niet helemaal wat er zo leuk is aan Twitter.
Rob: Leest een tweet van zijn twittervrienden over wat er zo leuk is aan Twitter.
Rob: Snapt nog steeds niet helemaal wat er zo leuk is aan Twitter.
Rob: Heeft opeens geen twittervrienden meer.
Rob: Is compleet op Twitter afgeknapt.
Rob: Heeft plotseling een idee voor zijn column over Twitter.