Het bizarste koppel van dit moment moet toch wel Nina Brink en Pieter Storms zijn. Een tijdje geleden las ik al met een mengeling van afgrijzen, enorme lol en ongeloof (die mengeling bestaat, als je over Brink & Storms leest), het interview met ze in Volkskrant Magazine. En nu kwam het duo voorbij in Ivo Niehe’s TV Show.
Archief van berichten op 30 maart 2009
Er schijnt ook een Oranje-TV mee te dingen naar het aspirant-omroepschap. Als ze morgen 50.000 leden hebben, en Plasterk heeft geen bezwaar, mogen ze vanaf 2010 een paar uur per week laten zien wat ze kunnen.
Het Journaal besteedde even aandacht aan de verkiezingen. En ze dachten dat een provinciaal zaaltje vol mensen die zwakbegaafd met een oranje vlaggetje zwaaiden, de lolligste ingang zou zijn. Lolligheid is het onverbiddelijke ideaal in Hilversum. Sinds Paul de Leeuw scoren programmaonderdelen met zwakbegaafden trouwens nóg beter: lollig én ontroerend! De drieslag van de Publieke Omroep: zwakbegaafd, ontroerend en lollig. Waarom anders de geheel vernieuwde Dik Voormekaarshow en Top of Flop met de jong geschminkte Ad Visser? lees verder›
Midden op de set van mijn eerste speelfilm vraag ik me af in wiens economische crisis we momenteel verkeren. Om mij heen zie ik alleen maar creatieve zielen die al een werkend leven lang gewend zijn de broekriem aan te halen – al naar gelang de grillen van de politiek. In de kunstsector is het immers altíjd crisis.
En toch wordt er gewerkt alsof het leven er vanaf hangt – en in beide betekenissen is dat meestal ook zo. Lage budgetten, slechte betaling en veel overuren beletten hier niemand om mooie dingen te maken.
Dan lijkt de wereld van bonussen en vertrekregelingen oneindig ver weg. In die wereld moet het onvoorstelbaar zijn dat er mensen bestaan die iets graag doen zonder er dik voor te worden betaald. Niks loonsverhogingen, pensioengelden, kinderopvang of ziektekostenregelingen. Doe-het-zelven is wat hier de klok slaat. En dat zonder een kik te geven.
Zelden of nooit is de kwestie wat de creatieve sector opgeeft voor het werk dat hij de gemeenschap levert, onderwerp van gesprek. De creatieve sector zelf is de laatste die er over begint. Die zeurt niet gauw, wil aan het werk, inspirerende dingen maken.
Maar soms zou hij best mogen worden gehoord. Met name in tijden van crisis. Kunst wordt van harte beleefd, omdat het zo leuk en nodig is. Maar hoe het wordt gemaakt en vooral betaald, is steeds minder mensen een zorg. Als het aan de spreekbuizen van de nieuwe zakelijkheid ligt, mag alle kunst in de ban. Want ook al liggen de Middeleeuwen geruime tijd achter ons, volgens menigeen (en een groeiend volksdeel, zo verraden de peilingen) is kunst vervelend elitair.
Zo bezien is het een godswonder dat er nog zoveel mensen zijn die de innerlijke drang voelen om mooie dingen te maken – en dat vervolgens dan ook doen. De kolommen van hun levens mogen al jaren zijn gevuld met financiële crises, het weerhoudt hen niet. Zonder pensioen- en vertrekregeling, ja zelfs zonder bonus. En dat is een zalvende gedachte.



