Archief van berichten uit april

In Amsterdam staan de stoepen weken voor Koninginnedag al vol. Met plakband of met krijt, overal zie je het woord ‘bezet’. Dat is geen neutrale mededeling, want de plek in kwestie is natuurlijk nog niet letterlijk bezet. Het is meer een soort verordening, maar dan vanuit de burgers zelf. Omdat er geen bordje bij staat met iets cryptisch over ‘art. 6 Wetb. v. strafr.’ hoeft niemand zich eraan te houden. Toch hoor je niet vaak dat iemand een plek bezet heeft verklaard, en dat daar doodleuk iemand anders is gaan staan. Bezet is bezet.

Zo’n spontane verordening is vrij uniek. Er bestaan natuurlijk talloze pogingen tot verordeningen. ‘Hier a.u.b. geen fietsen plaatsen!’ is er zo een. Maar die is a) niet effectief, en b) klinkt de wanhoop er te veel in door. Hetzelfde geldt voor ‘Laat u uw hond ook in uw eigen tuin kakken?’ en ‘Een geveltuin is geen vuilnisbak!’ Je ziet de machteloze woede van de bewoner bij de zoveelste drol naast de hortensia, het besluit er nu echt wat aan te doen, waarna met trillende viltstift een papier wordt beschreven met veel onderstrepingen, accenten en uitroeptekens. ‘Nee! Wij willen géén reclame! Dank u!!!’

‘Bezet’ is daarentegen neutraal. En effectief.

Toch zijn er ook mensen die dat ‘bezet’ wat agressief, wat ’40-’45 vinden klinken. Zeker zo vlak voor 4 mei heeft die hele ‘bezet is bezet’-mentaliteit iets fouts. In de keurige wijk Amsterdam-Zuid zag ik keurige kleurenprintjes met een foto van een keurige familie. Die printjes waren geplakt op het muurtje voor een huis. Boven de foto stond in een vrolijk lettertype: ‘Hier vieren wij Koninginnedag!’ Alsof Koninginnedag in Amsterdam-Zuid een feest is, in plaats van een territoriumstrijd, met als inzet de oude kruimeldief van oma en collectie Snoecksen van oom Gerard. Handel in bezettingstijd. Je moet er wat van maken.

Overal waar oranje vlaggetjes wapperen, moet Rita Verdonk in beeld zien te komen. Koninginnedag betekent dan ook: campagne voeren voor Trots Op Nederland. Zondag trok Verdonk naar de ambtswoning van burgemeester Job Cohen, om te protesteren tegen de maatregel dat feestvierders in Amsterdam maar één biertje bij zich mogen hebben op Koninginnedag.

In plaats daarvan, schrijft ze in een ‘brandbrief’, moet Cohen „het tuig bij het minste of geringste oppakken en opsluiten”, 10.000 boete euro geven en vijf jaar lang uitsluiten van feestjes in de stad.

„Terwijl Verdonk de brief bij Cohen bezorgde, werd ze betrapt door een cameraploeg van de lokale Amsterdamse zender AT5,” zo meldt Rita’s weblog. Betrapt? Bij AT5 vertellen ze mij dat Rita’s publiciteitsman Edward Verheij zaterdag zelf de redactie had gebeld. Betrapt! Dat is haast net zo erg als betrapt worden met twee biertjes op zak. Laat ze liever ‘het tuig’ betrappen, foetert Verdonk, die dit ‘tuig’ definieert als: mensen die iemand in elkaar meppen wegens „seksuele [sic] geaardheid” of hulpverleners en buschauffeurs bedreigen. Zelfs Cohen heeft toch toegegeven dat dit doorgaans Marokkaanse jongens zijn?

Niks over het opblaaskronentuig dat stomdronken tegen de monumentale gevels pist. Nee, die mensen hebben volgens Rita recht op „een uitzinnige en onbezorgde Koninginnedag.”

Cohens één-biertjes-verordening is uiteraard bedoeld om agenten een aanhoudingsgrond te geven bij ongeregeldheden. Juist om onruststokers makkelijker op te kunnen pakken.

Daar kun je terecht vraagtekens bij plaatsen. Waarom ligt de grens niet, net als in voorgaande jaren, bij twéé biertjes? Hoe verzeker je dat agenten de regel soepel en billijk toepassen?

In plaats daarvan komt Rita met een boete- en huisarrestvoorstel dat zowel juridisch als praktisch volstrekt onhaalbaar en onzinnig is en dat bovendien voor rechtsongelijkheid pleit tussen allochtonen en autochtonen.

Rita’s brandbrief is helemaal niet aan Cohen gericht, maar aan haar xenofobe achterban. Rita is niet betrapt maar voert doortrapt campagne. Zijn er echt mensen zijn die daar nog in trappen?

Christiaan Weijts

Mijn levendigste jeugdherinneringen spelen zich af op Koninginnedag, die koortsachtige feestdag waarop je voor één keer in het jaar iets kon doen wat verder nooit kon: grof geld verdienen.

Vriendinnen van de lagere school konden dat heel goed. Ze waren allemaal viool- of celloprotegés, dus ze liepen vanzelf binnen als ze achteloos hun etudes speelden op de hoek van de Amsterdamse Beethovenstraat, met een leuke lentejurk aan en hun haar in een serene vioolvlecht.

Maar ik had geen talent voor viool, dus ik was veroordeeld tot het doosje oude boeken dat mijn vader elk jaar uit zijn kast destilleerde en aan ons, zijn drie kinderen, meegaf om te verkopen.

lees verder

Soms zapt een mens. Ik doe het zelf (als door een adder gebeten) wanneer ik per ongeluk het programma Kruispunt zie beginnen. Maar net zo goed – want ik koester geen vooringenomenheden als het om de zuilen gaat – na de zoveelste dubbelzinnige grap van Paul de Leeuw, of als Cornald Maas zich ontzettend goeiig verbaast over alle kunst die behalve het Songfestival ook nog blijkt te bestaan, of bij Nederland Zingt van de EO.

Het voordeel van zappen is dat je anders nooit naar Het Gesprek zou hebben gekeken. Die zender werd in 2007 gesticht door Ruud Hendriks, Frits Barend, Derk Sauer en Pieter Storms. Met de laatste kregen de anderen ruzie, misschien omdat Pieter met Nina Brink trouwde, misschien om iets nóg ordinairders. Voor beschaafde dingen moet je nooit bij de omroep wezen.

lees verder

Ik logeer in een appartementje in Montmartre, de Parijse wijk die beroemd is vanwege de monsterlijke kerk die erop gebouwd is, en vanwege de Moulin Rouge, maar toch vooral vanwege de film Le fabuleux destin d’Amélie Poulain.

Amélie is een relikwie uit het begin van de eeuw, toen we allemaal kortstondig verliefd waren op een grootogig filmpersonage met een kekke pony en een koddige fantasiewereld, maar in Montmartre is Amélie nog zeer alive and kicking. Amélie is hier een industrie.

lees verder

Dat de gemiddelde ouder meer moeite heeft met het bijbenen van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen dan hun zappende, multitaskende en speeddatende kroost, was mij bekend. Maar de huismoeders die het niet te verteren vinden dat Sesamstraat tegenwoordig om half zes wordt uitgezonden en daarom een petitie op touw hebben gezet onder de naam sesamstraatnaarhalfzeven.nl, geven wel een hele wonderlijke dimensie aan het begrip slow parents: de laatste keer dat Sesamstraat op dat tijdstip in de tv-gids stond, was achttien jaar geleden. Naar verluidt zijn de protestmoeders druk doende met een nieuwe petitie: hun is zojuist ter ore gekomen dat de NCRV hun favoriete hond uit de programmering heeft geschrapt.

lees verder

Het is meivakantie in Nederland, en meivakantie staat gelijk aan Parijs. Concludeerde ik gisteren in de lange, Eftelingachtige rij voor de Eiffeltoren, die vol stond met Nederlanders.

Onder het motto ‘soms blijken toeristische attracties met extreem lange rijen die je daarom al je hele leven mijdt als de pest, ineens heel leuk te zijn’ was ik in de rij gaan staan. Na drie kwartier wachten hadden we kaartjes en mochten we, met een stuk of veertig andere makke schapen, in een lift die ons naar het platform halverwege de toren bracht. Vandaar ging er een tweede lift naar de top.

lees verder

Nederlandse politici zijn altijd verrukt als ze in de gratie vallen van de Verenigde Staten. Of het nu gaat om een goede of een slechte zaak, als Amerika hen over de bol aait, zijn ze het bijna overal mee eens.

Dat is onhandig, want ook al hebben we lief en leed gedeeld, de sterke schouders van Amerika horen bij een hoofd dat nu eenmaal anders denkt dan dat van ons. Daarom is de trots van, zeg minister Verhagen, zij aan zij met Clinton, net zoiets als de trots van Peter R. de Vries op zijn Emmy Award voor zijn misdaadprogramma. Wat het zegt is dat zij in de smaak vallen bij een bepaald Amerikaans publiek, en dat is niet altijd iets om trots op te zijn.

Dat in de smaak vallen komt wel vaker voor in de politiek. Neem nou die kwestie vorige week waardoor Verhagen naast Clinton belandde. Nederland was het roerend met de Verenigde Staten eens dat het verstandiger was weg te blijven bij de VN-conferentie tegen racisme. De conferentie, praatte Nederland de Verenigde Staten na, werd gekaapt door landen die het als een platform tegen Israël gebruikten. En dus liet Nederland een gelegenheid voorbijgaan om over een belangrijk onderwerp rond te tafel te zitten.

Nederland had zich bij die beslissing laten meeslepen door de Amerikaanse politiek, waar iedere vorm van kritiek op Israël met kracht wordt bestreden. In de Amerikaanse discussie over Israëls houding jegens de Palestijnen heeft de rede amper vat, dat staat een machtige Israëllobby gewoon niet toe. Kritisch zijn over Israël in Amerika is dan ook net zoiets als praten over onafhankelijkheid voor Tibet in China. De historische wetten van het land verbieden dat. En zo blijven oplossingen ver weg. Dan gaat het er niet meer om of Israël, ondanks zijn historisch recht, onrecht preekt jegens anderen met een ander historisch recht.

Dat Nederland achter zulke ideeën aanhobbelt is ongepast. Want bij zaken die er echt toe doen, zou smaak geen enkele rol mogen spelen.

Cees Fasseur gaat niet naar het volksdefilé dat koningin Beatrix donderdag op het voorplein van paleis Het Loo zal afnemen.

‘Defilés pleeg ik niet bij te wonen’, liet de Jeroen Snel onder de historici nuffig weten. ‘Ongetwijfeld zullen de deelnemers worden gemaand snel door te lopen.’

Merkwaardig genoeg meldde hij zijn afzegging niet aan de organiserende vorstin, maar per brief aan haar moeder, die op 30 april 100 jaar zou zijn geworden als zij niet in 2004 was overleden. De brief werd afgelopen zaterdag gepubliceerd in NRC Weekblad.

lees verder

De lente was nog maar net begonnen of ik reed door de duinen, op zoek naar een leegstaande stacaravan. De zomer van 2009, zo had ik besloten, zou niet compleet zijn zonder stacaravan. Een aluminium huisje om naast te zitten, in de zon, met uitzicht op een grasveld en hopelijk niet te veel buren.

Van een kennis had ik gehoord over een idyllische camping die nog niet door kindhebbend, dertigjarig Amsterdam was geannexeerd. Het leek mij te mooi om waar te zijn, maar ik ging toch kijken.

Aangekomen zag ik in het weiland naast de camping een stuk of dertig pasgeboren lammetjes. Naast dit tafereel lag een bollenveld met tulpen in alle denkbare kleuren, waarvan wat mensen stilletjes foto’s stonden te maken. Verder was er niemand.

lees verder