Gisteren was het 1 april. Kikker in je bil. Uit dit gezegde blijkt dat rijm veel belangrijker is dan logica.
Het is waarschijnlijk de bedoeling dat je de kikker tussen twee billen visualiseert. Niet in een bil; dat kan namelijk helemaal niet, behalve in een enge medische Shock Doc op RTL 5. ‘1 april, kikker in je bil’ is derhalve een voorbeeld van zinloos rijm.
Een ander voorbeeld is ‘jammer de bammer’. Puur zinloos rijm, tenzij ‘bammer’ eigenlijk een vernederlandsing van het Amerikaanse ‘bummer’ is, dat ook ongeveer ‘jammer’ betekent. Maar dat denk ik niet. ‘Jammer de bammer’ past in de traditie van ‘helaas, pindakaas’. En ‘opperdepop’, als de boterham braaf opgegeten is. En ‘jemig de pemig’, groot gemaakt door Koos Koets (van Koot en Bie). Aju paraplu. Meneertje koekepeertje. Hoi pipeloi. De ballen, en laat ze niet vallen. Hasta la pasta. Joepie de poepie.
Zinloos rijm is iets wat vele volken aanspreekt (‘See you later, alligator’). In Amerika hebben ze er zelfs een formule voor die altijd werkt. Hij is afkomstig uit het Jiddisch en hij gaat zo. Je zegt een woord waar je graag een grapje over wilt maken omdat je vindt dat het niet zo serieus genomen moet worden. Vervolgens vervang je de eerste letter door de ‘sjm’-klank. Bijvoorbeeld. Vind je dat er te veel wordt opgehangen aan de geschiedenis? Dan kun je zeggen: “History, schmistory!”
Fran Drescher, die in de televisieserie The Nanny de rol van de nanny speelde, publiceerde ooit een autobiografisch werk waarin ze over baarmoederhalskanker schreef. Dat boek heette Cancer, schmancer. Aardig boek, briljante titel.
Ook in Frankrijk zijn ze gevoelig voor zinloos rijm. Ooit probeerde ik een vertaling van ‘helaas, pindakaas’ uit op hotelpersoneel dat mijn shampoo had kwijtgemaakt: „Nou ja. Dommage, fromage.” Ze moesten lachen. Maar misschien deden ze dat om de Nederlandse gekkin zonder al te veel problemen de deur uit te werken.



