Archief van berichten op 9 april 2009

Stel, je bent een buitenaards wezen, en je besluit ‘de mens’ te bestuderen. Daartoe stuur je een delegatie naar de aarde, en deze delegatie ontvoert één mens. Toevallig blijkt deze mens Jaap de Hoop Scheffer te zijn. Wat een bizarre conclusies ga je dan trekken over de soort!

Bijvoorbeeld op het gebied van taal. Laatst, toen hij ergens belangrijk over wilde doen, zei Jaap de Hoop Scheffer: „Er liggen natuurlijk nog wel wat… zoals we dat met een mooi woord noemen… ‘dossiers’.”

Wat een ongelooflijk mooi woord inderdaad, Jaap. Dossiers. Komt dat uit het Frans ofzo?

De vraag is natuurlijk wat hij eigenlijk bedoelde. Dacht hij dat wij gewone mensen het woord ‘dossier’ moeilijk vinden? En noemt hij het daarom mooi? Zoals juf tegen een groep kleuters kan zeggen: „En met een mooi woord heet dat ‘samenwerken’.” Het woord ‘duur’ werd daar vroeger ook voor gebruikt. De dorpsdokter kon tegen zijn ongeletterde patiënten zeggen: „Dat noemen we, met een duur woord, ‘gemeenschap’. En daar komen kinderen van.”

Maar om dat met het woord ‘dossiers’ te doen? Uitermate vreemd.

Misschien bedoelde Jaap het wel gewiekster. Misschien was de subtekst meer: „Jullie zullen het wel zwak van me vinden dat ik niet wil praten over mijn eigen mislukkingen en in plaats daarvan overschakel op ambtelijk jargon. Dat begrijp ik wel. En daarom doe ik ironisch over het woord dossier en noem ik het ‘mooi’.”

Als Jaap het op deze manier bedoelde, lijkt het op mensen die zeggen: „Met een lelijk woord heet dat ‘verandertraject’.” Je zegt dat je het lelijk vindt, maar ondertussen heb je het toch maar fijn gebruikt, dat woord.

Aankondigen wat je van een woord vindt, is een vorm van indekken. Als iemand je op je uitspraak aanvalt, kun je altijd nog doen alsof je zelf ook wel weet dat het eigenlijk niet kan. En dat noemen we, met een mooi woord, laf.

Gisteren zaten er twee Amerikaanse meiden achter me in de tram, zodat ik om de twee seconden het woordje ‘like’ hoorde, met die typerende pauzes aan weerszijden: „And she said to me, like, I’m meeting his parents tomorrow. So I thought, like, o my gód…”

‘Like’ geeft aan dat de spreker overschakelt naar de directe rede, naar een kleine performance. Het is spreektaal voor de dubbele punt.

Ik vroeg me af: bestaat hier een Nederlands equivalent van? Toen de tram langs het Binnenhof gleed, wist ik het ineens. Vertaal maar mee: „En zij zei tegen mij, van, morgen ga ik z’n ouders ontmoeten. Dus ik dacht, van, o mijn god…”

Van. Landskampioen in zulke constructies is de spreker van deze oneliners:

1. „Je hebt onder ogen te zien, van, hoe staan we er nu voor.”

2. „(…) al die mensen in Nederland die denken, van, wat gebeurt er met mijn baan.”

3. “En ik denk, van, het gaat mij als premier om het boeken van resultaat.”

Op het ministerie van Algemene Zaken werkt iemand die de twijfelachtige eer heeft alle radio- en tv-interviews van onze premier letterlijk over te tikken op de website (werkverschaffing? taakstraf?) en als je in dat materiaal op ‘van’ zoekt, dan krijg je zoiets, van, o mijn god…

Turf de volgende keer dat u J.P. hoort maar eens mee. En stelt u zich dan een Brits of Amerikaans staatshoofd voor dat als volgt praat: „You’ve got to face, like, what’s our situation now. (…) All those people in this country that think, like, what’s going to happen to my job (…) And I think, like, as prime-minister…”

Het is niet érg ofzo. Het is alleen een beetje vulgair, dom, storend, proletig, gênant en tenenkrommend. Van holadiejee. Van- en like-grootverbruikers missen het vermogen om verhalen samen te vatten, zodat ze elke dialoog letterlijk naspelen („Dus ik zeg, van, (…) zegt hij, van…”).

Obama’s Europese bezoek maakte welsprekendheid weer tot thema. Balkenende zal er nooit in uitblinken. Maar is het echt te veel gevraagd om het goede voorbeeld te geven en een beetje fatsoenlijk Nederlands te spreken?

Christiaan Weijts

Wachten op Koko, zo zou ik de korte maar intense novelle kunnen noemen die ik zou kunnen schrijven over wat ik gisteren meemaakte.

Koko is een vereenzaamde aap uit Macedonië. Een chimpansee, om precies te zijn. Hij woonde jarenlang in zijn eentje in Skopje Zoo. Uit verveling trok hij zijn eigen haren uit. Hij kon niet met andere apen samenleven, omdat hij nooit bij andere apen was neergezet. Hij voelde zich meer een mens. Maar hij kon ook niet met mensen samenleven, omdat er nu eenmaal geen mensen in een Zoo wonen. De laatste paar jaar had Koko eenzaam en schreeuwend in zijn kooi gezeten, tussen de chipszakjes en snoeppapiertjes.

lees verder