Archief van berichten op 20 april 2009

Het parlementair onderzoek naar de oorzaken van de kredietcrisis in Nederland is zoiets als medisch onderzoek naar de oorzaken van ziekten, of wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van het hebben van interesses, of demografisch onderzoek naar de oorzaken van files, of klimatologisch onderzoek naar de oorzaken van een droge mond.

Vooral doen hoor, zulke onderzoeken, maar is het niet een beetje algemeen allemaal? Wat voor antwoorden verwacht je wanneer dergelijke mensen dergelijke kwesties onderzoeken? Misschien, in omgekeerde volgorde: 1. Warm weer maakt dorstig. 2. Hoe meer mensen op de weg, hoe groter de kans op file. 3. Nieuwsgierigheid is een menselijke eigenschap. 4. Nachtrust is gezond. 5. Nederland maakt deel uit van de wereld.

Voor het vinden van dat laatste antwoord heeft de Tweede Kamer een half jaar uitgetrokken. Eerst kijken waar Nederland ligt, dan vaststellen dat het maar een klein landje is, vervolgens ontdekken dat de buitenwereld er invloed op heeft, uitvinden wat daar allemaal heeft gespeeld, en dan concluderen dat we niets hadden kunnen doen. Zo bezien is een half jaar best weinig.

De tweede helft van het onderzoek, dat opnieuw maar een half jaar mag duren, analyseert het optreden van het kabinet tijdens de crisis. Nu lijkt me dat wel nuttig, maar zaten we niet midden in die crisis? En is er dan in plaats van tijd besteden aan bespiegelingen over de prestaties tot nu toe, niet veel meer behoefte aan discussie over de maatregelen die nog genomen moeten worden? Ik bedoel, sinds wanneer bestaat er enigheid over de aanpak van de Grote Depressie in de jaren dertig?

Het is best een beetje zot. Terwijl de gemiddelde burger is overspoeld met informatie over de oorzaken van de crisis, besluit het parlement er zomaar opeens een knipselmap over aan te leggen. Alsof het ook in de gaten heeft dat er al heel lang iets speelt in de wereld. Iets waar wij ons al van bewust waren.

‘Wat een rotstreek. Is het crisis? Hoezo wisten wíj dat niet? Dat zoeken we uit!’

Floris-Jan van Luyn

Had ik nou goed gehoord wat Hugo Borst zei: ‘Met lectuur begint de weg naar literatuur’?

Ik had het goed gehoord. Hij zat bij De Wereld Draait Door naast Saskia Noort tegenover Connie Palmen, en was zijn beurt als sidekick meteen flitsend begonnen.

Die Bas Heijne, luidde z’n eerste vraag aan Matthijs van Nieuwkerk – waar had die de moed vandaan gehaald om hem, Hugo, in NRC Handelsblad op neerbuigende wijze ‘iemand van televisie’ te noemen, terwijl hijzelf, Bas dus, vorig jaar nog als een incompetente stotteraar aan Zomergasten was begonnen, een opgave waarvoor hij (Hugo) kortgeleden nog had bedankt omdat hij wist wat zijn sterke en minder sterke punten waren, wat niet gezegd kon worden van Bas, die niet eens wist dat hij (Hugo) voor literaire prijzen was genomineerd.

lees verder

Oké, misschien had ik me overmatig verheugd op He’s Just Not That Into You. Maar dat kwam door de trailer, die al een half jaar geleden voor elke film die ik bezocht, vertoond werd. En door de cast, met Ginnifer Goodwin, mijn favoriete actrice uit de serie Big Love. En door het feit dat de film op een van mijn lievelingszelfhulpboeken gebaseerd is – het boek He’s Just Not That Into You, waarin staat dat je nooit een relatie moet aangaan met een man die je nooit opbelt/nooit wil afspreken/in een ander continent woont en daar niet vanaf wil komen/getrouwd is/langdurig homo is/al jaren dood is – kortom, een man die weinig relatiepotentieel vertoont. Ja, dat soort advies hebben sommige vrouwen nodig. Onder wie ik, ooit. En dat is helemaal niet erg.

lees verder