Archief van berichten op 23 april 2009

Onlangs in het wild gehoord: „Jaaaa, asperges! Daar ben ik wel van hoor!”

En ook: „Nee, ik ben niet zo van groepsreizen.”

Je kunt dus ergens ‘van’ zijn. Bedoeld wordt dat je iets leuk/lekker/fijn/goed/prettig vindt, maar blijkbaar is het te saai om dat gewoon te benoemen. ‘Ik vind groepsreizen niet leuk’ klinkt ook wat neurotischer dan ‘ik ben niet van groepsreizen’. Alsof je echt een probleem hebt, terwijl problemen, daar ben je juist helemaal niet van.

Ergens wel of niet van zijn zegt meer iets over hoe je nu eenmaal bent. Over je karakter. Aan je karakter kun je niets doen, en je kunt er dus ook niet op aangevallen worden. „Ik ben best wel van de McDonald’s, maar dat is persoonlijk hoor.” (Zeggen dat iets persoonlijk is, is ook een effectieve manier om jezelf onkwetsbaar te maken. Je hebt het namelijk alleen maar over je eigen knotsgekke individualistische ikje.)

Letterlijk geïnterpreteerd klinkt ‘ergens van zijn’ raar. Alsof je iemands eigendom bent. En dan is die iemand ook nog eens niet een persoon. „Ik ben héél erg van de gezellige alpenhut!” Dat is een normale uitspraak.

Vermoedelijk is het ‘zijn van’ bedacht door mensen die overal graag een clubgevoel op willen projecteren. ‘Ergens van zijn’ zou dan een soort afkorting zijn van ‘ergens lid van zijn’. Ik herinner me van vroeger wel dat er kinderen waren die zeiden: „Ik ben van de Donald Duck.” Dat betekende dat je erop geabonneerd was, en dus tot een (niet zo heel selecte) groep uitverkorenen behoorde.

Dat oprechte clubgevoel is nu uitgebreid naar de meest abstracte begrippen. „Ik ben gewoon heel erg van het lekker in mijn eentje op de bank naar de tv kijken met een kopje thee erbij.” „O ja? Daar ben ik ook héél erg van!” En ziehier: een nieuwe club is geboren.

Vandaag verschijnt het eerste boek van Paulien Cornelisse: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ Uitgeverij Contact, 12,50 euro.

Wie bewaakt de bewakers? Dat vroeg Juvenalis zich rond 100 na Christus af, en ik vraag het me opnieuw af als ik kijk naar onze Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Die instantie moet onze banken bewaken, en heeft daarin catastrofaal geblunderd. Louche leningen en onverantwoorde constructies zagen ze over het hoofd of door de vingers, AFM-bestuurder Kist is twee jaar terug tot aftreden gedwongen, omdat hij sjoemelde met privé-beleggingen en vorig jaar moest iemand van de raad van toezicht om dezelfde fout opkrassen.

Kortom: je kunt nog beter een maffiabaas of grafschrift vertrouwen dan onze AFM. Nu deze waakhond eindelijk wakker is, komt hij met een overtrokken herstelmaatregel. Hypotheken mogen niet langer hoger zijn dan de waarde van het huis.

De theorie: straks moeten al die werklozen hun huis verkopen, dat minder waard is dan het hypotheekbedrag, zodat ze met een schuld opgezadeld zitten.

De praktijk: starters kunnen alleen nog een huis kopen (twee ton) als ze zelf twintigduizend euro (10 procent) meebrengen: ‘kosten koper’, administratiekosten kortom. Zelf ben ik ook zo’n starter, en dankzij de AFM kan alleen een bestseller of grote literaire prijs mij aan een huis helpen.

De praktijk is dat de woningmarkt stagneert, huizen nog langer leeg blijven staan en de woningmarkt een onderonsje wordt van huisjesmelkers en Holleeders. De praktijk is dat de economie, die door het falend toezicht door de AFM op de grond ligt te creperen, nu door diezelfde AFM een harde trap krijgt uitgedeeld.

Het is onbegrijpelijk dat de AFM zoveel macht heeft, en zonder enige controle van buitenaf decreten kan afkondigen. Wie bewaakt de bewakers? Kan de politiek hier ingrijpen, of heeft die het te druk met vliegtuigjes?

Wie wijst de AFM erop dat er honderden alternatieven zijn om de zelfveroorzaakte puinhopen op te ruimen? Bijvoorbeeld: eens naar die ‘kosten koper’ kijken. Want het is toch misdadig dat een notaris voor het uitprinten van een paar formuliertjes Twintig Duizend Euro vangt!

Nogmaals Juvenalis: ‘De een krijgt een kruis, de ander een kroon tot loon voor zijn misdaad.’

Christiaan Weijts

De Tokkies zijn boos. Nou, en hoed je dan maar. Want de Tokkies zijn asociaal. Ze zijn zelfs zo asociaal dat, zoals wij allen weten, ‘tokkie’ een synoniem is geworden van ‘asociaal’.

En om dat synoniem zijn de Tokkies nu kwaad. Ze willen, onder andere, het Van Dale-woordenboek aanklagen omdat hun achternaam daarin wordt gedefinieerd als asociaal.

En dat vind ik jammer. Ik was juist zo blij toen het woord tokkie uitgevonden werd. Voor die tijd moest je altijd ‘asociaal’ zeggen, of ‘aso’, of ‘onaangepast’, of ‘randgroep’, over je buren die de hele zomer half in hun blootje in de tuin zaten te barbecuen en ruziemaken met muziek van Frans Bauer en Dries Roelvink luid klinkend vanuit twee verschillende stereo’s, terwijl ze middels een geheim kabeltje jouw UPC-abonnement aftapten en elke nacht vierhonderd lege blikjes bier in je tuin deponeerden.

lees verder