Aaf Brandt Corstius: Met lichte druk voerden ze me naar een kleine, bruine caravan
De lente was nog maar net begonnen of ik reed door de duinen, op zoek naar een leegstaande stacaravan. De zomer van 2009, zo had ik besloten, zou niet compleet zijn zonder stacaravan. Een aluminium huisje om naast te zitten, in de zon, met uitzicht op een grasveld en hopelijk niet te veel buren.
Van een kennis had ik gehoord over een idyllische camping die nog niet door kindhebbend, dertigjarig Amsterdam was geannexeerd. Het leek mij te mooi om waar te zijn, maar ik ging toch kijken.
Aangekomen zag ik in het weiland naast de camping een stuk of dertig pasgeboren lammetjes. Naast dit tafereel lag een bollenveld met tulpen in alle denkbare kleuren, waarvan wat mensen stilletjes foto’s stonden te maken. Verder was er niemand.
Misschien bestond het toch, de onontdekte hemel.
Op de camping werd ik door drie vroege campinggasten – twee bejaarde mannen en een bejaarde vrouw die druk in de weer waren met De Telegraaf en onkruid en tuinkabouters – naar een paar caravans geleid die voor spotprijzen te koop stonden. Eén ervan was duidelijk de mooiste, met een lieflijk prieel, een schuur, en, niet onbelangrijk, een pittige schutting eromheen.
Maar die mocht ik niet kopen van de drie bejaarden. Met lichte druk voerden ze me naar een kleine, bruine caravan, scheefhangend, met flapperend blauw zeil voor de ramen. ‘Dit’, zeiden ze in koor. ‘Dit. Is een hele mooie plek. Nét. Van hele nette mensen. Keurig. Aan kant. Goed verzorgd. Van hele aardige mensen. Oude mensen.’
Toen kwam er een lang verhaal. Over een oude man die niet meer dorst te rijden. Over zijn vrouw, die een jaar geleden al niet meer dorst te rijden. Van het probleem dat ze daardoor hadden: ze konden niet meer naar hun stacaravan. Daarom stond hij nu te koop.
‘Ik vind die ook wel mooi’, zei ik en wees naar het walhalla met schutting.
‘Ja…’ zeiden de drie bejaarden. ‘Het is maar wat je wilt.’ ‘Het is maar wat je wilt’ zeiden ze met de intonatie van ‘Je bent krankzinnig’. Daarna gingen ze verder met het prijzen van de kleine, bruine, scheve caravan.
Een paar dagen later kwam ik terug op de camping. De lammetjes en de tulpen waren er nog steeds. Ik kocht de mooie stacaravan met het lieflijke prieel en de schutting, en bereidde me voor op een zomer waarin ik deze keuze lang en uitputtend zou moeten verdedigen.



