Aaf Brandt Corstius: Met een stuk of veertig andere makke schapen
Het is meivakantie in Nederland, en meivakantie staat gelijk aan Parijs. Concludeerde ik gisteren in de lange, Eftelingachtige rij voor de Eiffeltoren, die vol stond met Nederlanders.
Onder het motto ‘soms blijken toeristische attracties met extreem lange rijen die je daarom al je hele leven mijdt als de pest, ineens heel leuk te zijn’ was ik in de rij gaan staan. Na drie kwartier wachten hadden we kaartjes en mochten we, met een stuk of veertig andere makke schapen, in een lift die ons naar het platform halverwege de toren bracht. Vandaar ging er een tweede lift naar de top.
Die top, daar moesten we natuurlijk heen. Daar deed je het allemaal voor. Een eenvoudige rekensom had mij beneden al kunnen leren dat iedereen op het platform weer drie kwartier zou moeten wachten op de lift naar de top. Maar die eenvoudige rekensom was niet in me opgekomen. Die kwam pas in me op toen ik honderden mensen op het winderige platform zag staan, gedwee wachtend op de tweede lift. Die aanzienlijk kleiner was dan de eerste.
We besloten om de top te laten voor wat hij was – ach wat, halverwege de Eiffeltoren was het ook al hartstikke leuk – en gingen iets eten in het café op het platform. De rij voor de hotdogs en frietjes was ook lang. En intens, want de mensen hadden honger gekregen van het wachten, de wind, de opwinding en de desillusies die deze tocht met zich meebracht.
Drie mottige Parijse duiven waren het café binnengedrongen en vlogen nu rakelings heen en weer over de hoofden van de wachtende mensen. Af en toe stortten zij zich op iemands bakje friet. Kinderen vonden het leuk om de duiven op te jagen, waardoor de vogels steeds grilliger duikvluchten rondom en in de massa maakten. Van een uitzicht over Parijs om dit alles wat op te vrolijken was geen sprake; de ramen van het café waren geblindeerd.
Het deed me denken aan de licht-claustrofobische aanval die ik ooit kreeg toen ik eindelijk het kroontje bovenop het Vrijheidsbeeld in New York had bereikt. En de vraag die toen in mij opkwam: waarom wilde ik dit? Waarom had ik er een halve dag van mijn vakantie voor over om in een zuurstofarm kroontje rond te hangen?
Het zijn vragen die je je normaal gesproken, in het gewone, werkende leven niet stelt. Daar heb je je vakanties voor.



