Aaf Brandt Corstius: Behalve groente en fruit verkoopt hij Amélie-dvd’s

Ik logeer in een appartementje in Montmartre, de Parijse wijk die beroemd is vanwege de monsterlijke kerk die erop gebouwd is, en vanwege de Moulin Rouge, maar toch vooral vanwege de film Le fabuleux destin d’Amélie Poulain.

Amélie is een relikwie uit het begin van de eeuw, toen we allemaal kortstondig verliefd waren op een grootogig filmpersonage met een kekke pony en een koddige fantasiewereld, maar in Montmartre is Amélie nog zeer alive and kicking. Amélie is hier een industrie.

Zelf vond ik het eerlijk gezegd ook wel een ontdekking dat mijn logeeradres pal naast het winkeltje uit Amélie bleek te zitten, dat schattige groentewinkeltje dat in de film gerund wordt door een achterlijke bediende. Eerst dacht ik nog: leuk, dat is sprekend het winkeltje uit Amélie. Maar toen ik de driehonderd krantenknipsels zag die er in de etalage hingen, en de ingelijste foto van de achterlijke winkelbediende, wist ik: dit ís het winkeltje uit Amélie.

En hoewel ik al tijden over die film heen ben, vond ik dat toch een opsteker.

Nu maak ik er elke dag een punt van om even naar die winkel te gaan, voor onnodige boodschappen zoals een kiwi. De eigenaar, die allerminst achterlijk is, maar gewoon een handige verkoper die zijn prijzen heeft vertienvoudigd sinds zijn winkel beroemd is geworden, is altijd vriendelijk. Behalve groente en fruit verkoopt hij Amélie-dvd’s en Amélie-ansichtkaarten. Hij weigert om Frans met mij te spreken, en schalt steeds ‘Hello’ en ‘Goodbye’. Dat zal wel komen door zijn internationale roem.

Ook in de rest van de buurt is Amélie zeer aanwezig. Vooral op het plein voor de Sacré-Coeur, waar zij in de climax van de film eindelijk haar grote liefde treft: de man van de verscheurde fotootjes uit de fotoautomaat. (Ik begrijp met terugwerkende kracht niets meer van die film. Terwijl ik hem indertijd een paar keer heb gezien.)

Toeristen doen op dat plein die filmclimax alsmaar na, door theatraal in elkaars armen te vallen en te tongzoenen terwijl hun vrienden daar foto’s van maken.

Toen ik gisterenmiddag na een dag door Parijs lopen terugkwam bij ons appartementje, had zich een groep toeristen om het groentewinkeltje verzameld. Een gids vertelde filmanekdotes over de winkel en deed in zijn eentje een hele scène uit Amélie na die zich er afspeelde. De winkeleigenaar keek minzaam en vermoeid toe door het raam.

Nu ga ik er maar geen kiwi’s meer halen. Dat is namelijk net zo triest.