In Amsterdam staan de stoepen weken voor Koninginnedag al vol. Met plakband of met krijt, overal zie je het woord ‘bezet’. Dat is geen neutrale mededeling, want de plek in kwestie is natuurlijk nog niet letterlijk bezet. Het is meer een soort verordening, maar dan vanuit de burgers zelf. Omdat er geen bordje bij staat met iets cryptisch over ‘art. 6 Wetb. v. strafr.’ hoeft niemand zich eraan te houden. Toch hoor je niet vaak dat iemand een plek bezet heeft verklaard, en dat daar doodleuk iemand anders is gaan staan. Bezet is bezet.
Zo’n spontane verordening is vrij uniek. Er bestaan natuurlijk talloze pogingen tot verordeningen. ‘Hier a.u.b. geen fietsen plaatsen!’ is er zo een. Maar die is a) niet effectief, en b) klinkt de wanhoop er te veel in door. Hetzelfde geldt voor ‘Laat u uw hond ook in uw eigen tuin kakken?’ en ‘Een geveltuin is geen vuilnisbak!’ Je ziet de machteloze woede van de bewoner bij de zoveelste drol naast de hortensia, het besluit er nu echt wat aan te doen, waarna met trillende viltstift een papier wordt beschreven met veel onderstrepingen, accenten en uitroeptekens. ‘Nee! Wij willen géén reclame! Dank u!!!’
‘Bezet’ is daarentegen neutraal. En effectief.
Toch zijn er ook mensen die dat ‘bezet’ wat agressief, wat ’40-’45 vinden klinken. Zeker zo vlak voor 4 mei heeft die hele ‘bezet is bezet’-mentaliteit iets fouts. In de keurige wijk Amsterdam-Zuid zag ik keurige kleurenprintjes met een foto van een keurige familie. Die printjes waren geplakt op het muurtje voor een huis. Boven de foto stond in een vrolijk lettertype: ‘Hier vieren wij Koninginnedag!’ Alsof Koninginnedag in Amsterdam-Zuid een feest is, in plaats van een territoriumstrijd, met als inzet de oude kruimeldief van oma en collectie Snoecksen van oom Gerard. Handel in bezettingstijd. Je moet er wat van maken.



