De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Archief van berichten uit april
Eerst las ik dat op het oorlogsmonument van Wehl (gemeente Doetinchem) naast de dode Wehlenaren de namen zouden worden bijgebeiteld van Duitse militairen die in die buurt waren gesneuveld. De plaatselijke Oudheidkundige Vereniging had het voorgesteld. ‘Duitse soldaten hebben er ook niet om gevraagd om vóór hun twintigste te sterven’, had ze geredeneerd. En de meeste bewoners zouden het eens zijn geweest met ‘dit gebaar van vergeving’.
Een week later las ik: ‘Er komen toch géén namen van Duitse oorlogsslachtoffers op het oorlogsmonument van het Achterhoekse dorp Wehl. Volgens de gemeente Doetinchem lag het voorstel van de Oudheidkundige Vereniging van Wehl erg gevoelig in de samenleving.’
Vorige zomer, ongeveer een jaar geleden, liep ik op een vrijdagmiddag een beetje loos rond in muziekwinkel Concerto, in de Utrechtsestraat in Amsterdam. Vanachter een stapel dvd’s riep iemand luid mijn naam. Het was Martin Bril. ‘Vrijdagmiddag hè’, zei hij. ‘Dan hebben we niks te doen. Dan gaan we winkelen.’
Dat ‘we’ vond ik vleiend. Het impliceerde dat we hetzelfde beroep hadden: elke dag een krantenstukje schrijven, behalve op vrijdag en zaterdag. We hadden ook wel hetzelfde beroep, maar ik zag Martin Bril als De Columnist, en mezelf als een columnist. Ik las hem al jaren, lang voordat ik zelf stukjes ging schrijven. Met mijn huisgenoot had ik als twintiger een abonnement op de Volkskrant, en elke ochtend las ik Bril. Alleen Bril. Daarna legde ik de krant altijd weg.
Onlangs in het wild gehoord: „Jaaaa, asperges! Daar ben ik wel van hoor!”
En ook: „Nee, ik ben niet zo van groepsreizen.”
Je kunt dus ergens ‘van’ zijn. Bedoeld wordt dat je iets leuk/lekker/fijn/goed/prettig vindt, maar blijkbaar is het te saai om dat gewoon te benoemen. ‘Ik vind groepsreizen niet leuk’ klinkt ook wat neurotischer dan ‘ik ben niet van groepsreizen’. Alsof je echt een probleem hebt, terwijl problemen, daar ben je juist helemaal niet van.
Ergens wel of niet van zijn zegt meer iets over hoe je nu eenmaal bent. Over je karakter. Aan je karakter kun je niets doen, en je kunt er dus ook niet op aangevallen worden. „Ik ben best wel van de McDonald’s, maar dat is persoonlijk hoor.” (Zeggen dat iets persoonlijk is, is ook een effectieve manier om jezelf onkwetsbaar te maken. Je hebt het namelijk alleen maar over je eigen knotsgekke individualistische ikje.)
Letterlijk geïnterpreteerd klinkt ‘ergens van zijn’ raar. Alsof je iemands eigendom bent. En dan is die iemand ook nog eens niet een persoon. „Ik ben héél erg van de gezellige alpenhut!” Dat is een normale uitspraak.
Vermoedelijk is het ‘zijn van’ bedacht door mensen die overal graag een clubgevoel op willen projecteren. ‘Ergens van zijn’ zou dan een soort afkorting zijn van ‘ergens lid van zijn’. Ik herinner me van vroeger wel dat er kinderen waren die zeiden: „Ik ben van de Donald Duck.” Dat betekende dat je erop geabonneerd was, en dus tot een (niet zo heel selecte) groep uitverkorenen behoorde.
Dat oprechte clubgevoel is nu uitgebreid naar de meest abstracte begrippen. „Ik ben gewoon heel erg van het lekker in mijn eentje op de bank naar de tv kijken met een kopje thee erbij.” „O ja? Daar ben ik ook héél erg van!” En ziehier: een nieuwe club is geboren.
Vandaag verschijnt het eerste boek van Paulien Cornelisse: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ Uitgeverij Contact, 12,50 euro.
Wie bewaakt de bewakers? Dat vroeg Juvenalis zich rond 100 na Christus af, en ik vraag het me opnieuw af als ik kijk naar onze Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Die instantie moet onze banken bewaken, en heeft daarin catastrofaal geblunderd. Louche leningen en onverantwoorde constructies zagen ze over het hoofd of door de vingers, AFM-bestuurder Kist is twee jaar terug tot aftreden gedwongen, omdat hij sjoemelde met privé-beleggingen en vorig jaar moest iemand van de raad van toezicht om dezelfde fout opkrassen.
Kortom: je kunt nog beter een maffiabaas of grafschrift vertrouwen dan onze AFM. Nu deze waakhond eindelijk wakker is, komt hij met een overtrokken herstelmaatregel. Hypotheken mogen niet langer hoger zijn dan de waarde van het huis.
De theorie: straks moeten al die werklozen hun huis verkopen, dat minder waard is dan het hypotheekbedrag, zodat ze met een schuld opgezadeld zitten.
De praktijk: starters kunnen alleen nog een huis kopen (twee ton) als ze zelf twintigduizend euro (10 procent) meebrengen: ‘kosten koper’, administratiekosten kortom. Zelf ben ik ook zo’n starter, en dankzij de AFM kan alleen een bestseller of grote literaire prijs mij aan een huis helpen.
De praktijk is dat de woningmarkt stagneert, huizen nog langer leeg blijven staan en de woningmarkt een onderonsje wordt van huisjesmelkers en Holleeders. De praktijk is dat de economie, die door het falend toezicht door de AFM op de grond ligt te creperen, nu door diezelfde AFM een harde trap krijgt uitgedeeld.
Het is onbegrijpelijk dat de AFM zoveel macht heeft, en zonder enige controle van buitenaf decreten kan afkondigen. Wie bewaakt de bewakers? Kan de politiek hier ingrijpen, of heeft die het te druk met vliegtuigjes?
Wie wijst de AFM erop dat er honderden alternatieven zijn om de zelfveroorzaakte puinhopen op te ruimen? Bijvoorbeeld: eens naar die ‘kosten koper’ kijken. Want het is toch misdadig dat een notaris voor het uitprinten van een paar formuliertjes Twintig Duizend Euro vangt!
Nogmaals Juvenalis: ‘De een krijgt een kruis, de ander een kroon tot loon voor zijn misdaad.’
Christiaan Weijts
De Tokkies zijn boos. Nou, en hoed je dan maar. Want de Tokkies zijn asociaal. Ze zijn zelfs zo asociaal dat, zoals wij allen weten, ‘tokkie’ een synoniem is geworden van ‘asociaal’.
En om dat synoniem zijn de Tokkies nu kwaad. Ze willen, onder andere, het Van Dale-woordenboek aanklagen omdat hun achternaam daarin wordt gedefinieerd als asociaal.
En dat vind ik jammer. Ik was juist zo blij toen het woord tokkie uitgevonden werd. Voor die tijd moest je altijd ‘asociaal’ zeggen, of ‘aso’, of ‘onaangepast’, of ‘randgroep’, over je buren die de hele zomer half in hun blootje in de tuin zaten te barbecuen en ruziemaken met muziek van Frans Bauer en Dries Roelvink luid klinkend vanuit twee verschillende stereo’s, terwijl ze middels een geheim kabeltje jouw UPC-abonnement aftapten en elke nacht vierhonderd lege blikjes bier in je tuin deponeerden.
Gewoonlijk wordt over de zelfverrijkers onder de commissarissen van de koningin (alle elf, denk ik) in verontwaardiging gediscussieerd.
Allerlei soorten verontwaardiging. De eerste komt natuurlijk van onversneden kinnesinne. Kandidaat-commissarissen zijn bijna altijd politici die als minister niet helemaal bevielen, of als Kamerlid na een interne ruzie aan outplacement toe waren, en alsof de duvel er mee speelt blijkt net Drenthe vacant, en met het heilige kruis na mogen ze voor 10.000 euro per maand verder op hun lauweren rusten.
Ik ga het maar heel kort over de foto’s van Arie Boomsma hebben in L’Homo, de eenmalige homoglossy van de makers van Linda. We hebben het allemaal al maanden over de foto’s van Arie, zonder te weten hoe die eruitzien. Nou, laat me je vertellen: de piemel van Arie is nergens te bekennen. De billen van Arie zijn ook nergens te bekennen. Ja, dat harige paadje dat van piemel naar navel loopt, dat is te bekennen, en die bultige spiertjes die bij mannen vlak boven de bilpartij zitten, zijn ook te zien. En Arie’s schaambot. Maar die delen van Arie kenden de Ariekenners allang.
De knratekpopen shcreueewn mrood en brnad: jnogren knunen neit meer splleen! Ze knunen maar neit otnhuoden waar de d’s en t’s meoten saatn. Ze hbeebn zlefs geen iede wat de verldeen tjid van ‘sotfziugen’ is. Laat saatn dat ze wteetn wat het vlotiood delewrood is van ‘ijbseren’. Wie mij neit gleooft, meot maar enes op Twtiter kjiken: knpape jnogen als je daar egrens een garmatciacal croretce zin in Agleemen Bsechfaad Nderlndas vdint!
Of is het ‘vnid’?
Talapursiten knunen heir asboltuut neit tgeen. Zij krjigen nmaeljik hratkolppnigen als ze egrens een talafuot zein. En als ze Jhoan Crijuff hroen prtaen, meoten ze bjina kolkhlazen, zó tnenekrmomend vniden ze dat: wie neit het vreschil knet tsusen wie en die, kan maar bteer zjin mnod dhicthuoden, dneken ze dan. Talapursiten hbeebn veel meer afifnitiet met het tpye Rtia Vredonk. Ze zjin neit alelen Trtos op Nderalnd, maar ook Trtos op het Nderalnds – en vdinen net als Rtia: rgeles zjin rgeles! We hbeben tcoh vredorie neit voor neits een garmmtaica?
Of is het ‘grmaatica’?
Talapursiten zjin dan ook ehcte greopsdeiren. Wie zcih neit aan de rgeles van de gmeenshcap huodt, hroot er wat hun berteft neit lnager bij. Draaom is een splefuot in een slolicitatiebreif voor talapursiten ogneveer htezlefde als op slolicitatiegseprek koemn znoder klreen aan: dat deon wij nu enemaal neit in een bsechafad lnad als Ndeerlnad.
Wnat u weet tcoh hoe dat gaat met splefuoten: als er één shcaap oevr de dam is, voglen er znoder twjifel meer. Srtaks zget ideereen op knatoor de hlee dag ‘goeiemoggel’ tgeen eklaar. Egeinljik is garmmtaica dus net een vrom van opgleegde greopsmoraal: wie zcih er neit aan huodt, wrodt omniddleljik een buitnebeenjte.
Of is het ‘biutebneetje’?
Ik meot teogeven: ik heb mzeelf ook atlijd als een talapursit beschuowd. Miscshein kmot dat wel odmat ik veir jaar als rdeactuer heb grewekt bij een knrat. Dan krjig je vaak een rtiueel pak salag als er een splefuot in je stujke saatt. Maar ik bgein me nu af te vargen: is dat ehct zo erg dan? In dit stujke saatn immres ook mnimimaal tweediuzend splefuoten.
En tcoh bgerijpt u perceis wat ik bdeeol.
Rob Wjinbreg
Vrouwen kopen liever minder kleren dan dat ze de werkster ontslaan. Is gebleken uit onderzoek en uit mijn eigen leven. Ik zou liever geen kleren meer kopen, niet meer uit eten gaan en geen dure bekers C-Energy Smoothies met kiwi, magere yoghurt, gember, sinaasappel en spirulina meer drinken dan dat ik mijn werkster moest laten gaan.
Niets heerlijkers dan na een lange dag op pad thuiskomen in een huis dat geurt naar Ajax Dennen, Cif en Cillit Bang, zonder dat je zelf de Cillit Bang ter hand hebt genomen of ook maar weet wat Cillit Bang eigenlijk ís.



