Archief van berichten op 18 mei 2009

Praten over de waarheid in China is hetzelfde als zwemmen op het droge. Het brengt niks. De waarheid, zo weet iedereen hier, die is voorbehouden aan de staat – en dus ongeldig. Kritische discussies over heikele onderwerpen, die voer je niet. Wie riskeert nou z’n hachje voor een waar woord? Alleen de waaghalzen en de roekelozen. En dat zijn er niet veel.

Maar niet langer. De plek van handeling is Changsha, in de Centraal-Chinese provincie Hunan. Het gehoor bestaat uit tachtig televisiemakers van de documentaire afdeling van Hunan TV, het grootste televisiestation in de regio. En het onderwerp van gesprek is, jawel, de waarheid. Geen kattepis voor de ploeterende werknemers van een Chinese staatszender.

Sinds jaar en dag praten de Chinese media elkaar na. Ze vertellen wat hun wordt voorgekauwd. De angst doet de rest: censuur leg je zelf op, grenzen bepaal je zelf. Iedere journalist of televisiemaker ontdekt vanzelf wanneer die worden overschreden. Dan is het meestal te laat. En dus houden de meesten zich op de vlakte.

Maar bij het personeel van Hunan TV is de waarheid aan het kantelen. Onder leiding van een vooruitstrevende baas ontdekken de jonge makers van de zender dat de waarheid meer gezichten heeft. De Nederlandse documentaire praktijk wordt ten voorbeeld gehouden – en gretig bestudeerd. Verbazing alom wanneer blijkt dat zelfs daar de waarheid niet bestaat. Opwinding wanneer wordt vastgesteld dat die misschien wel nérgens bestaat.

„Maar wie moeten we dan geloven?” vraagt iemand op de eerste rij. „Niemand!” roept een ander op de achterste. Het zaaltje siddert van opwinding. Zestig jaar Chinese censuur gaat diep in het achterland van de Volksrepubliek genadeloos tegen de vlakte. Staatszender of geen staatszender, hier worden grenzen verlegd.

De baas helpt de jonge geesten uit hun droom. Vooruitstrevend mag hij zijn, maar revolutie wil hij niet. „We weten nu dat de waarheid niet bestaat”, glundert hij, „maar dat houden we voor ons zelf.”

Alleen is er niemand meer in het zaaltje die dát nog gelooft.

Krijgen we Eduard Bomhoff terug?

Na 66 dagen minister te zijn geweest in Balkenende I, verliet hij zes jaar geleden het vaderland, en werd hoogleraar economie aan een Business School in Maleisië – wat me altijd deed denken aan de mogelijkheid dat Fritz Korbach nog eens trainer-coach van een Arabisch emiraatje zou worden.

Bomhoff publiceerde zaterdag in NRC Handelsblad (Opinie&Debat) een artikel waarin hij CDA en VVD waarschuwde dat ze bij een coalitie met de PVV, aan Wilders een kwaaiere zullen hebben dan aan het verweesde LPF-rapaille waartoe Eduard ook behoorde, maar waarvan hij zich graag distantieerde.

lees verder

Zaterdagavond laat, toen ik onderin het tv-scherm een balkje zag dat aangaf dat zeventien van de tweeënveertig landen hadden gestemd, dus dat we nog flink wat landen te gaan hadden, wist ik het zeker: ik heb het gehad met het Songfestival.

Ik vind het niet meer grappig dat alle artiesten vals zingen, ik vind het niet meer boeiend wat voor latex pakjes ze aangetrokken hebben, het kan me niet meer interesseren dat één deelnemer een blonde afropruik met uitgroei heeft opgezet of dat ze ineens de hora dansen. En die automatisch bestuurbare duikplank van Griekenland – aardig, maar verder ook niets.

lees verder