Archief van berichten op 25 mei 2009

Het lastige van het Nederlandse Chinabeleid is dat het niet consequent is. Dat is het nooit geweest. Zolang als Nederland betrekkingenmet China onderhoudt jojoën die op en neer, al naar gelang de onderbuikgevoelens in eigen land. Oogt China stabiel, dan zijn de betrekkingen als nooit tevoren, toont het land zijn ware gezicht, dan zijn de rapen gaar.

Een recent voorbeeld daarvan was de stemming voor de Spelen. Die was opperbest, totdat bleek dat China monniken doodsloeg. China was een grimmige dictatuur, concludeerde de ene helft van de Nederlandse politiek, zonder te zien dat dat nooit anders was geweest (en zonder te zien dat het doodslaan dit keer voor rekening van de monniken kwam). De andere helft van de Nederlandse politiek probeerde krampachtig vol te houden dat het business as usual was.

Vanuit Chinees perspectief klopte dat laatste aardig. Immers, de enige constante in het Nederlandse Chinabeleid is China zelf. Dat heeft nooit een geheim gemaakt van zijn intenties aangaande zijn nationale minderheden, politieke gevangenen of de mensenrechten in het algemeen. De politieke dwalingen zijn voorbehouden aan Nederland.

In dat licht moet het een-tweetje tussen Balkenende en Verhagen ook worden gezien. De één wil de dalai lama niet ontmoeten, de ander wil hem wel ontmoeten, maar alleen als spirituele leiders onder elkaar. Verhagen spiritueel leider?

Waarom mag Balkenende de dalai lama eigenlijk niet ontmoeten? De premier vindt het slecht voor de „kritische dialoog”. Maar dat is lariekoek, want die is er nooit geweest. Sterker, Nederland heeft niets in de melk te brokkelen en wordt juist voortdurend door China gebruikt als dreigmiddel tegen de rest van de Europese Unie. Een land als Nederland onder druk zetten, doet China immers geen centje pijn.

Het antwoord is dan ook dat Nederland als vanouds naar de pijpen van China danst – totdat het weer eens mis gaat. Dan nemen we stelling. Ongeacht waar dat toe leidt. China weet dat maar al te goed. Daarom maken de nieuwe principes van Balkenende ook geen blijvende indruk in de Oost.

Zelf heb ik in 1956 voor het voormalige Algemeen Handelsblad een groot aantal nieuwsberichten verzameld en reportages gemaakt over het huwelijk van Grace Kelly met prins Rainier van Monaco. Dat huwelijk duurde een week. Voor elk onderdeel (burgerlijk, kerkelijk, vermoedelijke ontmaagding, etcetera) was een dag uitgetrokken – niet door het bruidspaar, maar door de VVV’s van de Rivièra. Weinig bijzonderheden van de feestelijke marathon heb ik aan mijn aandacht laten ontsnappen, zeker niet het moment waarop honderd matrozen van de aangemeerde Amerikaanse Zesde Vloot de publieke balkonscène opluisterden met een spreekkoor dat luidde: Gracy, go home!

lees verder

Soms heb ik een aanval van groot vertrouwen in de mensheid. Dat had ik toen ik in Rotterdam in een nachtclub die Watt heet, naar Kyteman en zijn hiphoporkest stond te kijken.

Kyteman is een klein, spichtig ventje met een trompet en een orkest van violisten, rappers, blazers en een percussionist die op een fles wijn speelt. In de Volkskrant stond een lyrische recensie over Kyteman, de volgende logische stap was dat hij aanschoof bij De Wereld Draait Door, en de daaropvolgende logische stap was dat ik dacht: laat ik dat maar eens gaan bekijken, nooit te beroerd om me volledig te laten sturen door lyrische media.


lees verder