Archief van berichten op 28 mei 2009

In het Nederlands kun je vrij veel woorden verdubbelen. Leuke woorden zijn dat. Denk aan hè hè, kom kom, nou nou, zo zo, gut gut en poe poe.

Er is een andere categorie verdubbelingen, en die is nog veel leuker. Het gaat zo. Meisje 1: „Hij studeert Nederlands. En hij roeit. Hij is wel leuk.” Meisje 2: „Oké… Maar is ’ie leuk? Of is ’ie leuk-leuk?”

‘Leuk’ betekent dat iemand aardig is, maar dat is je broertje ook. Leuk-leuk betekent dat je je kunt voorstellen dat er uiteindelijk dingen gaan gebeuren zonder onderbroek. (In het Engels komt deze dubbeling trouwens ook voor. „Do you like him? Or do you like him like him?”)

Dit soort dubbelingen zijn geloof ik bedoeld om de ‘serieuzere’ vorm van het oorspronkelijke woord uit te drukken. „Ik ben niet echt een meisje-meisje”, want meisje-meisjes, dat zijn archetypische meisjes, die altijd roze dragen en nooit naar de wc gaan – of alleen voor kleine plasjes.

Nog een voorbeeld: „Ik ben gestopt als invalhulp op het kinderdagverblijf, ik werk nu bij het ministerie. Leuk, maar wel echt een baan-baan.” Niet alleen maar geld verdienen, nee, je dient je nu serieus en volwassen te gedragen, want je hebt een baan-baan.

Het is breed toepasbaar. Wie bijvoorbeeld de stap van appartement naar ‘huis met tuin en zolder’ heeft gemaakt, heeft nu eindelijk en huis-huis.

Je kunt er zelf creatief in zijn. Laatst hoorde ik: „Ik was niet echt een student-student.” (Ergo, ik studeerde wel, maar zoop niet, zat niet bij een vereniging en had geen wisselende contacten.)

Die creativiteit omtrent verdubbeling kan ook te ver gaan. Er zijn mensen die zo enthousiast zijn over het verdubbelen, dat ze het doen op een totaal onbegrijpelijke manier. Ik heb wel eens iemand horen zeggen: „De sfeer was echt, zeg maar, gezellig-gezellig.” Betekent dat dan echt gezellig? Of juist nepgezellig, met stukjes uitgedroogde leverworst op prikkertjes? Nogal vaag-vaag.

Dat Wouter Bos een speciaal examen voor bankiers wil, zoals hij dinsdag aankondigde, is een beetje eigenaardig. Die lui moeten toch sowieso al wat relevante papiertjes meebrengen op hun sollicitatiegesprek? En wil Bos hiermee zeggen dat we de kredietcrisis hebben omdat teveel domme flapdrollen zomaar bankier konden worden?

Niet helemaal. Bos’ bankiersexamen is bedoeld om het vertrouwen in de banksector te herwinnen. Het is dus geen intern kwalificatiemiddel, maar een externe show. Anders gezegd: Bos wil een soort eed van Hippocrates maar dan voor bankiers, die net als artsen, advocaten en regeringsleiders een grotere verantwoordelijkheid dragen dan anderen.

Zelf hou ik wel van die halfreligieuze ceremonies – eden, geloften, spuug in je handpalm, hand op de Bijbel, met bloed ondertekend, dat soort kleine-jongensspelletjes, diepgeworteld in primitieve tijdperken. Ridders, koningen, prinsessen en zwaarden.

Maar je kunt zo’n nieuwe eed niet zomaar lanceren. De magische kracht ervan is nu juist dat het in een oeroude traditie staat. En bovenal: zie je zo’n krijtstreepklojo al zweren bij kronen of goden? Het ‘onder ede’ horen van mensen heeft altijd al iets giechelig-anachronistisch, laat staan zo’n iPhonevogel die plechtige trouw staat te zweren aan het ‘Gij zult niet graaien’. Bos moest dus wel met een eigentijdser alternatief komen. Het bankiersexamen als moderne morele eed. ‘Het rijbewijs voor bankiers’, aldus Bos.

Ik zie het al helemaal zitten. U wilt een subprime-hypotheek met variabele rente verkopen aan dit gezin (verschijnt foto van bijstandtokkies); mag dat? Uw bank krijgt een overheidsinjectie van een paar miljard euro. Mag u in dat geval een bonus boven de drie ton vragen?

Uiteraard werkt zo’n moderne eed pas effectief als de uitslagen openbaar op internet komen. Ook die van mensen als Gerrit Zalm, die natuurlijk als eerste zo’n exameneed moet afleggen.

U werkte jarenlang bij de DSB Bank, bekend van tv-spotjes die tokkies verleiden om torenhoge schulden te maken waarna ze in de schuldsanering belanden; is het in dat geval verstandig en geloofwaardig om als ABN Amro-topman opnieuw om een gigantische staatsteun te vragen?

Christiaan Weijts

Een verontrustend gerucht deed de ronde: dat Sonja Bakker en Rik Felderhof iets met elkaar zouden hebben. Ik kon en wilde me er weinig bij voorstellen, maar voor de zekerheid ging ik naar de presentatie van het Afrikaanse kookboek dat Sonja en Rik samen geschreven hadden.

De setting, in de Kookfabriek in Duivendrecht, was Afrika à la Bakker: drie donkere mannen in veelkleurige pyjama’s speelden op djembés en riepen dingen als ‘Salia!!!’ terwijl er beelden van watervallen geprojecteerd werden. De titel van het kookboek, Verleg je grenzen met Sonja en Rik, stond op grote schermen. Volgens mij is het geheim van het succes van Sonja en Rik juist dat ze geen enkele grens verleggen, maar goed.

lees verder