Archief van berichten uit mei

Het lastige van het Nederlandse Chinabeleid is dat het niet consequent is. Dat is het nooit geweest. Zolang als Nederland betrekkingenmet China onderhoudt jojoën die op en neer, al naar gelang de onderbuikgevoelens in eigen land. Oogt China stabiel, dan zijn de betrekkingen als nooit tevoren, toont het land zijn ware gezicht, dan zijn de rapen gaar.

Een recent voorbeeld daarvan was de stemming voor de Spelen. Die was opperbest, totdat bleek dat China monniken doodsloeg. China was een grimmige dictatuur, concludeerde de ene helft van de Nederlandse politiek, zonder te zien dat dat nooit anders was geweest (en zonder te zien dat het doodslaan dit keer voor rekening van de monniken kwam). De andere helft van de Nederlandse politiek probeerde krampachtig vol te houden dat het business as usual was.

Vanuit Chinees perspectief klopte dat laatste aardig. Immers, de enige constante in het Nederlandse Chinabeleid is China zelf. Dat heeft nooit een geheim gemaakt van zijn intenties aangaande zijn nationale minderheden, politieke gevangenen of de mensenrechten in het algemeen. De politieke dwalingen zijn voorbehouden aan Nederland.

In dat licht moet het een-tweetje tussen Balkenende en Verhagen ook worden gezien. De één wil de dalai lama niet ontmoeten, de ander wil hem wel ontmoeten, maar alleen als spirituele leiders onder elkaar. Verhagen spiritueel leider?

Waarom mag Balkenende de dalai lama eigenlijk niet ontmoeten? De premier vindt het slecht voor de „kritische dialoog”. Maar dat is lariekoek, want die is er nooit geweest. Sterker, Nederland heeft niets in de melk te brokkelen en wordt juist voortdurend door China gebruikt als dreigmiddel tegen de rest van de Europese Unie. Een land als Nederland onder druk zetten, doet China immers geen centje pijn.

Het antwoord is dan ook dat Nederland als vanouds naar de pijpen van China danst – totdat het weer eens mis gaat. Dan nemen we stelling. Ongeacht waar dat toe leidt. China weet dat maar al te goed. Daarom maken de nieuwe principes van Balkenende ook geen blijvende indruk in de Oost.

Zelf heb ik in 1956 voor het voormalige Algemeen Handelsblad een groot aantal nieuwsberichten verzameld en reportages gemaakt over het huwelijk van Grace Kelly met prins Rainier van Monaco. Dat huwelijk duurde een week. Voor elk onderdeel (burgerlijk, kerkelijk, vermoedelijke ontmaagding, etcetera) was een dag uitgetrokken – niet door het bruidspaar, maar door de VVV’s van de Rivièra. Weinig bijzonderheden van de feestelijke marathon heb ik aan mijn aandacht laten ontsnappen, zeker niet het moment waarop honderd matrozen van de aangemeerde Amerikaanse Zesde Vloot de publieke balkonscène opluisterden met een spreekkoor dat luidde: Gracy, go home!

lees verder

Soms heb ik een aanval van groot vertrouwen in de mensheid. Dat had ik toen ik in Rotterdam in een nachtclub die Watt heet, naar Kyteman en zijn hiphoporkest stond te kijken.

Kyteman is een klein, spichtig ventje met een trompet en een orkest van violisten, rappers, blazers en een percussionist die op een fles wijn speelt. In de Volkskrant stond een lyrische recensie over Kyteman, de volgende logische stap was dat hij aanschoof bij De Wereld Draait Door, en de daaropvolgende logische stap was dat ik dacht: laat ik dat maar eens gaan bekijken, nooit te beroerd om me volledig te laten sturen door lyrische media.


lees verder

Heeft een krant buitenlandse correspondenten nodig?

Ja, allicht. En liefst zoveel mogelijk, zodat de correspondent in Mexico City niet ’s nachts uit z’n bed hoeft te komen voor een uitslaande brand op Vuurland, want daar hadden we nog een andere Latijns-Amerikaanse deskundige.

Ik was het dus van harte eens met buitenlandcommentator Paul Brill die woensdag op de opiniepagina van de Volkskrant de staf brak over dagbladen die hun correspondentennet verkleinden met het argument dat je de belangrijkste nieuwsfeiten ook gratis van internet kunt halen. ‘Dit is een ernstige verschraling’, schreef Brill. ‘De beste correspondenten zijn zij die de tijd en de ruimte krijgen werkelijk te wortelen in de samenleving waarover ze berichten’.

lees verder

Het is maar goed dat de internetboom voorbij is, want ik had me niet weten te redden als ik werk had moeten vinden in de internetboom. Ik heb geen gevoel voor internetzaken. Zo heb ik, toen Marktplaats.nl begon, voorspeld dat het niets zou worden.

Dat was een heel slechte voorspelling. Laatst kreeg ik een vrolijke mail van Marktplaats, dat ze al tien jaar bestonden. En ik geloof dat de jongens die erachter zitten, nu miljardair zijn.

Ik ging indertijd af op het uiterlijk van Marktplaats, dat in tien jaar amper veranderd is. Die beige achtergrond, dat lelijke logo, die vele, kleine, bruine lettertjes. En het storende feit dat als je een poes zoekt, je ook een placemat met daarop een afbeelding van een poes vindt. (Of soms zelfs eerder de placemat met de poes erop dan de poes zelf.)

lees verder

Door heel Amsterdam hangen de spandoeken aan de kraakpanden. ‘Hier geen yuppenwoning’, ‘Hier geen hoge nieuwbouw’ en ‘In een wachtlijst kun je niet wonen.’

In een wachtlijst kon ik inderdaad niet wonen. Wekenlang fietste ik langs al die spandoeken op zoek naar een huis. Ik overwoog alles: een bank in iemands woonkamer, een studeerkamertje waar twee inductieplaten in waren geplempt, een half gezonken woonboot bij Nigtevecht. Duurdere appartementen waren geen optie. Ik wilde niet meer dan de helft van mijn schamele aio-salaris aan huur betalen.

Oud-hoogleraar huisvesting Hugo Priemus betoogde afgelopen week in de Kamer dat kraken pas verboden zou moeten worden als er een structurele oplossing voor de leegstand komt. Zijn mening werd gepeild naar aanleiding van het wetsvoorstel voor een kraakverbod dat in augustus vorig jaar werd ingediend door VVD, CDA en ChristenUnie. In dat wetsvoorstel werden, na onderhandeling met de vier grootste gemeenten, ook regels voor huiseigenaren toegevoegd. Leegstand moet binnen zes maanden gemeld worden, anders mag het pand alsnog gekraakt worden.

Dat leegstand moet worden bestreden is duidelijk. Maar krakers, die lege panden nog langer onbruikbaar houden voor anderen, moeten nog harder worden bestreden. Want terwijl krakers beweren dat ze de woningnood onder de laagverdieners willen bestrijden, zijn alleen zij het die gratis kunnen wonen. Voor studenten en starters maken ze de problemen alleen maar erger.

Ik draag persoonlijk bij aan het kamer tekort onder studenten. Want als ik aan het eind van mijn studie een appartement had gevonden, dan had een eerstejaars student een jaar eerder een nieuwe kamer kunnen betrekken.

Maar ik kon geen appartement vinden, net als al mijn andere afgestudeerde huisgenoten. De studio’s die we hadden moeten betrekken werden nooit gebouwd. De projectontwikkelaar wilde wel, maar toen de plannen een jaar vertraging opliepen, werd zijn pand gekraakt. En met die kraak was elke ontwikkeling, verkoop, verhuur, renovatie, verbouwing of zelfs maar poging tot bouwtekening geblokkeerd, voor soms wel meerdere jaren. Is een jaar leegstand dan echt erger?

De enige noemenswaardige verbetering van de woningnood die krakers veroorzaken, is de antikraak. Huiseigenaren zijn doodsbang dat hun pand wordt gestolen, zodra het leeg komt te staan zetten ze er een antikraker in. En dat is meestal een student, die daar een aantal maanden bijna gratis kan wonen. Een positief effect van kraken, zou je zeggen, maar zelfs antikraak kan de goedkeuring van de krakers niet wegdragen. Met folders en pamfletten worden ze gesommeerd hun woning op te geven. Zo is te lezen: „Jullie drijven de prijzen op de gewone huurmarkt op en maken het de mensen die woningnood willen bestrijden moeilijker.” Bij gebrek aan gehoor volgt intimidatie. In maart dit jaar werden twee antikrakers op de Spuistraat in Amsterdam door een groep van 70 à 80 krakers met knuppels, hockeysticks en pepperspray hun huis uitgezet. Eén jongen hield er een hoofdwond en armletsel aan over, alleen maar omdat hij eindelijk ergens een huisje gevonden had.

Het doel van de krakers heiligt de middelen niet meer, simpelweg omdat de middelen niet tot het doel leiden. Als de eigenaar uiteindelijk, na jaren procederen, een bouwvergunning heeft kunnen krijgen en wil beginnen met slopen, dan verandert de argumentatie van de bezettende krakers. Dan gaat het ineens niet meer om leegstand. Dan blijkt het pand ineens een heel bijzonder monument te zijn dat koste wat kost behouden moet worden. Of dan blijkt het veganistisch eetcafé een belangrijke ontmoetingsplek te zijn geworden, wordt er ontzettend veel ‘cultuur gecreëerd’. Of zit er een kringloopwinkel die onmogelijk naar een buitenwijk kan worden verplaatst, ook niet met steun en subsidie van de gemeente. Welk ideaal het ook is dat de krakers aandragen, ontruiming is altijd ongewenst. Dus volgt een nieuwe rechtszaak en wordt de ontwikkeling van nieuwe woonruimte weer met maanden vertraagd.

Dan is wonen (weten jullie nog krakers, dat mensenrecht waar jullie voor strijden) een secundair belang geworden. Dan zijn die appartementen die er in plaats komen te luxe, of te groot, of te hoog, of tenminste niet beter dan de bestemming die de krakers er zelf voor hebben gevonden. Maar wie zegt dat die ideële bestemming vooral het gratis wonen van de kraker zelf inhoudt, is een fascist.

De Kamer moet zo snel mogelijk een kraakverbod instellen. Want laten we eerlijk zijn: kraken is niet meer te verkopen. Niet alleen belemmeren krakers de doorstroom op de woningmarkt, ook is het principe van gratis wonen ten behoeve van de ‘behoevende medemensen’ een te grote tegenstelling geworden. De appartementzoekende medemens wil namelijk helemaal geen spandoeken, of veganistische eetcafés of sociale ontmoetingsplaatsen, ze willen een eigen huis.

Het stond toch open en bloot op internet? En die site was toch van de VVD?

Ik kan me de teksten nog goed herinneren. ‘Eigen verantwoordelijkheid staat centraal’. Of: ‘Het feit dat de hoogte van de uitkering wordt gekoppeld aan het betoonde verantwoordelijkheidsbesef, spreekt ons aan.’ Anders wel: ‘Het is niet sociaal wanneer mensen worden doodgeknuffeld door een uitkering. En vooral ook deze: ‘Opgesloten zijn in een uitkering kan leiden tot sociale uitsluiting’.

lees verder

Er is een regel die opgaat voor bijna alle liefdesparen, en dat is dat het cijfer dat je de geliefden ieder afzonderlijk voor hun uiterlijk zou geven, ongeveer hetzelfde moet zijn. Dus als de ene helft van een stelletje een zes min scoort, moet de andere helft dat ook ongeveer scoren. Zo werkt het gewoon in de natuur. Het zal wel iets met de evolutie te maken hebben, en the survival of the fittest. En the knappest.

Daarom vond ik Jan Smit en Yolanthe Cabau van Kasbergen altijd zo’n raar stel, want in tegenstelling tot wat massa’s mensen en marketingmedewerkers van C&A geloven, is Jan Smit niet knap. Als hij niet zulke populaire liederen zong, zou je hem op straat gewoon voorbijlopen.

lees verder

Wim van der Camp, de Europese lijsttrekker van het CDA, vindt het ontzettend jammer dat De Toppers niet de finale van het Eurovisie Songfestival hebben bereikt. Daarmee komt, volgens mijn beste schatting, het totaal aantal mensen dat het ontzettend jammer vindt dat De Toppers niet de finale van het Eurovisie Songfestival hebben bereikt, op vier.

Maar terwijl René, Gordon en Jeroen zelf afdropen, besloot Wim de kwestie op het hoogste niveau aan te kaarten. Hij wil het Europese Parlement vragen om de terugkeer van het ‘ouderwetse’ Songfestival: „Als fervent tegenstander van referenda pleit ik voor het opnieuw introduceren van jurering door professionals en moet er dus een einde komen aan het televoten”, aldus Van der Camp.

lees verder