Aaf Brandt Corstius: Een kennis van de wereld die verder reikte dan Den Haag Vandaag
Als ik denk aan de Europese verkiezingen, wat ik uit een soort plichtsbesef soms heel even probeer te doen, denk ik vooral aan Ferry Mingelen.
De nieuwe Ferry Mingelen, moet ik erbij zeggen. De pelgrim Ferry Mingelen.
Ik zag hem vlak voor het weekeinde, slanker, en met een nieuwe, warrige coupe, bij Knevel & Van den Brink. Hij straalde geluk uit, ontspanning, en een kennis van de wereld die verder reikte dan Den Haag Vandaag. Ik zou haast willen zeggen dat hij een spirituele uitstraling had. Maar misschien kwam dat wel door het lederen polsbandje dat hij ineens droeg.
Ferry had een voettocht naar Santiago de Compostella ondernomen, omdat hij vijfentwintig jaar voor de NOS had gewerkt. In plaats van een receptie had hij om verlof gevraagd, zodat hij die wandeltocht kon maken.
Knevel en Van Den Brink zaten alsmaar te vissen naar eventuele goddelijke inzichten die hij op de Spaanse hoogvlakten had gehad, maar het bleek dat Ferry zich met aardser gedachten had beziggehouden. Hij had constant gedachtespelletjes met zichzelf gedaan, zoals ‘met wie zat ik op de lagere school ook alweer allemaal in de klas?’
‘En dan ben je zo weer een uur verder!’ zei Ferry vrolijk.
Maar toch was hij veranderd. Dat was duidelijk. Hij had een fotootje van Balkenende in de Telegraaf gezien, tijdens de vlucht terug naar Nederland, en toen had hij beseft: ‘Daar heb ik nou acht weken niet aan gedacht.’ Hij keek er gelukkig bij. Hij had sowieso ‘heel weinig aan Den Haag gedacht’. Hij was de naam van Fleur Agema vergeten. En toen hij bij terugkomst het nieuws over flapdrol hoorde, was zijn reactie: ‘Aaaach, jongens…’
Aaaach, jongens: wat een goeie, gezonde benadering van het Haagse nieuws. Niet met een microfoon achter de zoveelste flapdrolzegger aanrennen. Wat een onzin! Het grillige Spaanse landschap, dat is veel boeiender. Afwisselender. Betekenisvoller, eigenlijk.
Maar Ferry moest nu weer aan het werk. Hij had thuis al een enorme stapel informatie over de Europese verkiezingen liggen. Het was de bedoeling dat hij nu ging zeggen dat hij er weer zin in had, maar hij zei: ‘Dat is wel een hobbel.’
Het afgelopen zonnige weekeinde dacht ik vaak aan Ferry, thuis in zijn werkkamer, met die stapel papier, en dat lederen armbandje om dat hij vast in een Spaans dorp van een zigeunerkind had gekocht, dromend over zijn volgende pelgrimage, als hij vijftig jaar bij de NOS werkt.



