Ik las het verslag van een avondje PVV, en begreep dat Wilders ook een groot probleem heeft ‘met een elite die de weg volledig kwijt is’. Hij specificeerde het gevaar, en kwam tot de volgende onderdelen:
‘Doctorandussen met designerbrillen, de VPRO, de hele publieke omroep, de kunstmaffia, de PvdA en GroenLinks, de journalistiek, en het linkse grachtengordelblaadje NRC Handelsblad’.
Tja, dan hou je weinig anders over dan eigen volk.
Aan het eind van de avond kreeg ook de zaal nog gelegenheid. Een vragensteller wilde weten wat we aan moesten met de ‘staatsomroep’ van alleen maar rode neuzen. Het Kamerlid Martin Bosma (dat zichzelf graag chief whip van de fractie schijnt te noemen) antwoordde: ‘Ik zou die neuzen gaan afhakken. Oooh, ik zie Clairy Polak al liggen.’
Kan iemand dat zo maar zeggen?
Van Atzo Nicolaï en Mark Rutte zou het in beginsel moeten mogen. Die zijn ook van dezelfde familie, van hetzelfde geestesgoed, van dezelfde opvattingen als de Partij voor de Vrijheid. Je vergeet zulke dingen snel, maar Wilders was heel lang de VVD. Veel liberale Kamerleden spreken nog met heimwee over de tijd dat hij en Ayaan de partijlijn strak hielden. Helaas: ze werden weggepest– en nu zit de partij met een omhooggevallen leider die moet proberen z’n praatjes over de Auschwitzlüge recht te breien bij ‘joodse organisaties’, omdat Hans van Baalen anders morgen onvoldoende stemmen krijgt.
Even terug naar de Bosma-casus. Van Atzo en Mark mag je negers, nichten en joden vrijelijk luie neger, valse nicht of sjacherjood noemen, zolang je maar niet aanzet tot geweld. Dus met ‘sla die luie neger dood’ overschrijd je een strafrechtelijke grens, en ook met ‘laten we die valse nicht helemaal naar het dak van de moskee slepen, en hem vandaar ondersteboven naar beneden gooien’, of met ‘bestrijdt de sjacherjoden’ riskeer je op z’n minst een boete.
Dat maakt de uitspraak van Bosma interessant voor de toetsbaarheid van Atzo’s en Marks vrijheidstheorie. ‘Ik zou die neuzen gaan afhakken’– is dat niet al een oproep tot geweld? Bosma zal tegenwerpen dat hij dat als beschaafd lid van de Nederlandse samenleving (geen doctorandus met designerbril, nooit lid van de VPRO geweest, kijkt alleen SBS, háát kunst, stemde VVD, nu PVV, ziet De Telegraaf net zo links worden als NRC Handelsblad) natuurlijk als een aardigheidje heeft bedoeld. Maar de toevoeging ‘Ooh, ik zie Clairy Polak al liggen’ – was dat dan niet een wellustige aanmoediging om het eens gewelddadig te proberen?
Als ik de joodse organisaties was waar Mark zich vandaag uit de nesten moet smoezen, zou ik hem aan die vraag testen. ‘Nog los van de verborgen antisemitische notie in de uitspraak van de heer Bosma’, zou ik beginnen – ‘ga je over de schreef als je het afhakken van neuzen aanbeveelt?’
‘Dat kan een grap zijn geweest’, zei Mark. ‘Onsmakelijke grap natuurlijk, maar nog geen reden om meteen aan de Holocaust te denken, waar bibliotheken over zijn volge…’
‘Ja’, werd hij door de joodse organisatie onderbroken, dat van die bibliotheken schijnt u wel eens gehoord te hebben. ‘Maar als je intussen aan Claire Polak denkt, die je al ziet liggen? Zijn we dan niet bijna terug bij de SS?’
Dat was glad ijs, bedacht Mark. Gedurende de twaalf jaar dat hij had gestudeerd, was de Eerste Wereldoorlog (of ging het in dit geval over de Tweede?) geen collegestof geweest, en Hans van Baalen had hem eens gewaarschuwd dat je die ouwe koeien beter in de sloot kon laten.
‘Ik betreur het misverstand oprecht’, hoopte hij er van af te komen. ‘Maar voor mij gaat niets boven de gewetensvrijheid.’
‘Ja’, beaamde de joodse organisatie laconiek. ‘Dat schijnt altijd een mooi goed te zijn geweest.’